Tagarchief: VLAREMA

Waarom we transportdocumenten moeten digitaliseren

iStock-825794054
Lees het gehele artikel

Het nieuwe VLAREMA stipuleert dat vanaf 1 januari 2023 alle identificatieformulieren voor het transport van afvalstoffen digitaal aangeleverd moeten worden. De bedoeling is alle gegevens centraal te kunnen opslaan om de handhaving en tracering van afvalstoffen door inspectiediensten te vergemakkelijken. Een deadline die nog pittig wordt voor heel wat recyclagebedrijven, aangezien er heel wat bijkomende processen in de bedrijfsvoering dan zullen mee moeten digitaliseren. Een fikse investering, maar toch is het sop in dit geval de kool wel waard. 

De hele wereld digitaliseert met corona als acce­lerator. Toch hinkte de transportsector nog wat achterop. Europa wil daarom een versnelling hoger schakelen. Te midden corona keurde het Europees Parlement een nieuwe verordening goed die lidstaten verplicht om vanaf 2025 ten laatste transport­gerelateerde documenten digitaal te aan­vaarden. Een belangrijke stap in de over­gang van papieren documenten naar elek­tronische informatie die de sector ook moet opleveren. Volgens de cijfers van de Europese Commissie zou dit tot 2040 resulteren in een kosten­besparing van 20 à 27 miljard euro. Besparingen waar de transport­bedrijven recht­streeks van zullen kunnen profiteren. Ook in de aan­gepaste EVOA wetgeving, de Europese Veror­dening Overbrenging Afval­stoffen, werd mel­ding gemaakt van een Euro­pees gecen­trali­seerd systeem voor digitalisering van noti­ficaties. In Vlaanderen bestaat er trouwens al een digitaal EVOA webloket voor de kennisgevingsprocedure.

Momenteel is het identificatieformulier (en/of CMR) al digitaal en dat voor elke stap in de keten: van het aanmaken van de documenten tot de ondertekening bij levering of ontvangst. Weg met al die papieren dus.

Voordelen van digitale transportdocumenten

Afvaltransport moet dus digitaliseren volgens Europa. Deze sector moet misschien zelfs nog meer oren hebben naar de voordelen van digi­talisering van transport­documenten dan andere sectoren, aangezien er bij het transport van afvalstromen, zeker wanneer ze de grens over gaan, nog meer administratie komt kijken (vracht­brieven, identificatieformulieren, bijkomende stuk­ken over waar het afval vandaan komt, wie ze mee­neemt en wat de bestemming is). Maar wat valt er nu allemaal te rapen voor recyclage­bedrijven die de stap zetten naar een digitale flow in plaats van papieren docu­menten? De volledige admini­stratieve romp­slomp kost onge­veer 15 miljoen vellen papier aan identificatie­formu­lieren alleen. Digi­talisering spaart dan niet alleen veel bomen op, maar levert uw chauffeur vooral veel tijdswinst en gemoedsrust op. Gedaan met alle documenten samen zoeken, uitstappen en aanmelden, voor­taan kan dat dan met een paar kliks of het scannen van QR-codes vanuit zijn cabine op een laag­drempelige, efficiënte manier. Het systeem is in deze digitale tijden uiteraard voorzien van de nodige lagen beveiliging en encryptie. 

Wat met de overheid?

In Vlaanderen is daarvoor het ewastra (electronic waste transport and traceability system) in voege. Ontwikkeld door Pionira en Denuo, in samenspraak met de Vlaamse en Waalse overheidsinstanties (OVAM en Wallonie environnement SPW), zodat het een oplossing is die rekening houdt met de speci­fieke spelregels waaraan afvaltransporten onderhevig zijn. Momenteel is het identificatie­formulier (en/of CMR) al digitaal en dat voor elke stap in de keten: van het aanmaken van de documenten tot de ondertekening bij levering of ontvangst. Op termijn moet dat voor alle transportdocumenten mogelijk worden met dezelfde app. De federale en gewestelijke federa­ties hebben via ewastra boven­dien, net als de transporteur en de leverancier, in real-time toegang tot alle documenten van alle transport­documenten, informatie die ze nodig hebben voor traceerbaarheid en handhaving. Volledige transparantie dus. Ewastra is goedgekeurd voor gebruik door de Vlaamse autoriteiten. In Wallonië is er een voorlopige goedkeuring en volgt er een testtraject. In Brussel is momenteel een aanvraagdossier hangende.

Op termijn zullen we dus in Europa afvaltransport allemaal in hetzelfde gecentraliseerde systeem moeten regelen.

Voorop lopen

Op termijn zullen we dus in Europa afvaltransport alle­maal in hetzelfde gecentraliseerde systeem moeten regelen. Digitalisering is niet tegen te houden. Als het vooruitzicht van minder admini­stratieve romp­slomp en tijds- en efficiëntie­winst nog niet voldoende aantrekkelijk lijkt, dan mis­schien wel de kans om samen met de rest van de Vlaamse recyclage­bedrijven voorop te lopen. Want de Vlaamse dead­line van 1 januari 2023 zal er bijzonder snel zijn.   

Wat levert beter sorteren en recycleren nu eigenlijk op?

iStock-845816364
Lees het gehele artikel

Met de nieuwe VLAREMA regels hoopt Vlaanderen om weer meer nuttige materialen te recupereren uit het restafval van bedrijven en minder naar de verbrandingsoven te moeten sturen. Maar waartoe moeten al die inspanningen nu eigenlijk dienen? Een nieuwe Europese studie die in december gepubliceerd wordt, toont wat de Europese inspanningen om te recycleren in plaats van te storten oplevert. En hoe ze bijdragen tot het halen van de klimaatdoelen die Europa zich gesteld heeft.

De studie, die werd uitgevoerd door de gerenom­meerde onderzoeksinstellingen Prognos en CE Delft gebeurde in opdracht van de Europese afval­federaties FEAD, CEWEP, RDF Industry Group en Vereniging Afvalbedrijven. Ze onder­streept het causale verband tussen de opgevoerde inspanningen op vlak van recyclage (in lijn met het beleid van zowel Europa als het Verenigd Koninkrijk) en de gerealiseerde CO2-reducties voor de afval­stromen in kwestie. Wanneer Europa erin slaagt om zijn vooropgestelde gemeen­schappelijke target van 65% recyclage en maxi­maal 10% storten te halen, dan zal dat resulteren in een jaar­lijkse vermindering in emissies van 150 miljoen CO2, in vergelijking met 2018. Dit houdt rekening met de vermeden uitstoot van de energie- en productie­sectoren die geen fossiele brand­stoffen of virgin materialen hoeven te gebruiken. De studie wijst ook op het belang van afval zo hoog mogelijk valoriseren en het verder uitrollen van een beleid rond de circulaire economie.

Naar koolstofnegatief

De CO2-reductie die we kunnen realiseren door grondstoffen te hergebruiken, zal een belangrijk instrument worden in het terugdringen van ons materialengebruik en het halen van de doelstellingen die ons klimaat moeten beschermen. Deze besparingen worden nog verder aangevuld door de energierecuperatie bij het verbranden van niet-recycleerbare materialen in energy-from-waste faciliteiten en door de productie van uit afval herwonnen brandstoffen. De studie voorspelt dat de Europese afvalsector niet alleen klimaatneutraal kan worden maar zelfs koolstofnegatief, wat niet alleen zal bijdragen aan een gezond en veilig milieu maar ook aan de steeds uitdeinende Europese groene economie.    

Recycleren is broeikasgassen reduceren

De ontbinding van afvalstoffen in stortplaatsen genereert methaan, een broeikasgas dat volgens de IPCC 86 keer krachtiger is dan CO2 over een periode van twintig jaar. De EU heeft zich recent geëngageerd in de Global Methane Pledge om om methaan wereldwijd te helpen terugdringen. De analyse in de uitgevoerde studie bevestigt dat de grootste CO2-emissies gehaald worden door de hoeveelheden biogeen materiaal in afvalstromen (denk aan paper, karton, bioafval …) die naar het stort trekken te verminderen. In het ambitieuze tweede scenario dat de studie naar voren schuift (dat uitgaat van hogere recyclagedoelen en het niet langer storten van alle recycleerbare en recupereerbare afvalstromen) zullen de besparingen in CO2-emissies zelfs verdubbelen en zullen methaan-emissies volledig vermeden worden. De afvalsector nodigt alle stakeholders uit aan tafel om de krachten te bundelen en deze transitie waar te maken de komende negen à veertien jaar.

Inspanningen aanhouden en versterken

Het behalen van het potentieel voor CO2-reductie zal mogelijk zijn in heel Europa op voorwaarde dat de inspanningen worden doorgetrokken om de recyclagecapaciteit (inclusief overheidssteun voor aparte inzamelings­systemen) op te schroeven, dat er nieuwe maatregelen komen zoals een verplichte recycled content en dat er werk wordt gemaakt van ecodesign en de recycleerbaarheid van producten. Het beleid van de EU en haar taksen moeten zich richten op de integrale keten van afvalbeheer om deze transitie te ondersteunen. Het gebruik en het delen van de capaciteit voor energierecuperatie is een van de sleutels om zoveel mogelijk afval weg te leiden van het stort.

Storten als laatste strohalm

Om het meer ambitieuze scenario 2 te realiseren, besluit de studie dat de afvaldoelstellingen verder uitgebreid moeten worden naar industrieel en commercieel afval, dat de recyclagedoelen scherper moeten worden en dat er zo weinig mogelijk afvalstromen die geschikt zijn voor recyclage en hergebruik op het stort mogen terechtkomen. De studie erkent ook dat storten eigenlijk maar een laatste strohalm is en enkel en alleen mag dienen voor de behandeling van zeer specifieke afvalstromen zoals asbest, die zelfs niet voor energierecuperatie kunnen dienen.   

Nieuwe VLAREMA regels toegelicht

iStock-1204031796
Lees het gehele artikel

Sinds 1 september zijn er nieuwe VLAREMA regels in voege. Hiermee wil OVAM ervoor zorgen dat er zich geen nuttige materialen meer in het restafval van Vlaamse bedrijven bevinden. Stany Vaes, algemeen directeur van Denuo loodst ons langs de belangrijkste wijzigingen en welke gevolgen ze hebben op de inzamelaars, handelaars of makelaars van afvalstoffen (IHM’s).

Recyclage begint steevast met sorteren aan de bron. Want hoe zuiverder de stromen, hoe hoger de materialen gevaloriseerd kunnen worden. Voor bedrijven geldt daarom al jaren een sorteer­verplichting. In totaal moeten in Vlaanderen 24 stromen selectief ingezameld worden. Vaes: “Een ver­plichting die voor de meeste stromen al jaren bestaat, maar waar nog te veel bedrijven tegen zondigen, als we zien wat er nog allemaal in hun rest­afval blijft steken.” Papier, blikjes, pet­flesjes, het zijn materialen die nog een tweede leven verdienen, in plaats van in het restafval en dus de verbrandings­oven te landen. Uit de sorteer­analyses blijkt dat gemiddeld 44% van bedrijfs­restafval in afzetcontainers en 29% van bedrijfs­restafval in rolcontainers nog selectief ingezameld zou kunnen worden. “OVAM zet al jaren in op sensibiliseren om meer bedrijven aan het sorteren te krijgen. Met de nieuwe VLAREMA regels wil het nu een tandje hoger schakelen”, aldus Vaes.

Stany Vaes: “We zijn volop bezig met de samenstelling van een sorteerrichtlijnenboek op basis van foto’s. Op die manier hebben chauffeurs een visueel geheugensteuntje om te weten wat er kan en wat er niet kan.”

Visuele controle van rolcontainers

En die nieuwe regels hebben een grote impact op de operatoren. IHM’s moeten voortaan meewaken over de inhoud van de restafvalcontainer. Vaes: “Bij het ophalen van het bedrijfsrestafval, moeten zij voortaan een visuele controle uitvoeren aan de oppervlakte van de rolcontainer.    

Zien ze geen materialen die selectief ingezameld moeten worden, dan mag de container gewoon omgekiept worden zoals normaal. Heeft het bedrijf in kwestie niet goed gesorteerd, dan zijn er drie opties voor de inzamelaar. De container laten staan. De container meenemen, nasorteren in een overslagcentrum en een melding maken in het eigen non-conformiteitenregister. Of de container meenemen, de sorteer­fout melden in het centraal non-conformiteiten­register van de OVAM en hem dan wel naar de verbrandings­oven sturen.” De bedoeling is dat de OVAM op basis van deze meldingen de handhaving gerichter kan gaan sensibiliseren en controleren. Daarenboven krijgen ze op basis van reële data dan indicaties over hoe het beleid aan te passen. Afzet­containers vertrekken sowieso naar een overslag­centrum voor nasortering. Het materiaal dat van daaruit vertrekt naar de verbrandingsoven moet aan bepaalde kwaliteiten voldoen. Die worden samengevat in de resultaatsvoorschriften die voor elke willekeurige partij afval van 10 m³ de maximale hoeveelheden afvalstoffen die er nog mogen inzitten bepalen. Met het nieuwe VLAREMA zullen deze vanaf 2023 strenger worden (zie kaderstukje). “De hoeveelheden en de afmetingen krimpen verder in.” 

Afzetcontainers vertrekken sowieso naar een overslagcentrum voor nasortering. De resultaatsvoorschriften daar worden strenger vanaf 2023.

Wat kan er wel, wat kan er niet?

In de praktijk krijgen de operatoren hiermee een deel van de taak van handhaving doorgeschoven. Een ontwikkeling die de sectorfederatie uiteraard niet graag ziet gebeuren. “In principe is en blijft handhaving een taak van de overheid” stelt Vaes. “Voor IHM’s is het niet evident om een klant op de vingers te moeten tikken. Voor restafval geldt er nu eigenlijk een nultolerantie, ongeacht het volume aan afval per stroom dat een bedrijf produceert. Elke aanwezigheid van nog te recycleren materialen is in feite een sorteerfout. Waar dan precies de lijn zal getrokken worden bij de controles is vooralsnog onduidelijk. Er zou enkel rekening gehouden worden met ‘flagrante fouten’ en dus niet één flesje pmd dat in een container zit. Een ander verhaal is het dan weer met de aanwezigheid van bijvoorbeeld gevaarlijke afvalstoffen of AEEA: dan moet de chauffeur de container altijd laten staan. Maar welke criteria de handhaving hanteert om sorteerfouten te beoordelen, daar hebben we nu geen zicht op. Dit zou nochtans interessant zijn om een leidraad aan chauffeurs te kunnen meegeven.” 

Sensibiliseren en informeren

Vanuit juridisch aspect is het ook belangrijk dat de regels duidelijk zijn. Alles wat afval betreft, valt onder de milieu­regels en die kunnen straf­rechtelijk gesanctio­neerd worden met ver­volging, geld­boetes en zelfs gevangeniss­traffen. “Ingrijpende gevolgen dus, zowel voor het bedrijf in kwestie als voor de IHM’s.” Denuo blijft echter niet bij de pakken zitten en zoekt naar oplossingen om de theorie en de praktijk met elkaar te ver­zoenen. “Te beginnen met sensibiliseren. De wet­geving is er redelijk snel gekomen. Veel IHM’s zijn nog niet op de hoogte van wat er precies van ze verwacht wordt. Het is onze taak ze uitgebreid te informeren door middel van communicatieacties en seminaries. Ten tweede zijn we nu volop bezig, in samenspraak met de OVAM, met de samenstelling van een sorteerrichtlijnenboek op basis van foto’s. Op die manier hebben chauffeurs een heel visueel geheugensteuntje om te weten wat er kan en wat er niet kan. Want ook voor hen wordt dit een enorme aanpassing”, weet Vaes.

IHM’s moeten voortaan een visuele controle uitvoeren aan de oppervlakte van de rolcontainer. Zien ze geen mate­rialen die selectief ingezameld moeten worden, dan mag de container gewoon omgekiept worden zoals normaal.

Naar praktische oplossingen

Wat kan er dan wel nog veranderen om bedrijven meer aan het sorteren en recycleren te krijgen? Vaes: “Bedrijven zijn vandaag weldegelijk bezig met hoe ze hun ecologische voetafdruk kunnen verlagen. De tijdsgeest is er dus zeker om extra maatregelen te nemen. Het schoentje wringt bij de praktische uitvoering. Niet elk bedrijf heeft de ruimte om elke stroom apart in te zamelen. Misschien moeten we als sector nadenken over welke stromen we in dezelfde container kunnen combineren die relatief eenvoudig achteraf uit te sorteren zijn. Kan in bepaalde gevallen ook een nasorteringscontainer geplaatst worden, voor een extra prijs natuurlijk? Dan weet de IHM wat te doen, zonder de klant te moeten stigmatiseren. En ten slotte moeten we naar de recycleerbaarheid van bepaalde stromen durven kijken. Wat is het nut van selectieve inzameling als er geen rendabele afzetmarkt voor die stromen bestaat, zoals nu bijvoorbeeld voor textiel moeilijk ligt? Hoe meer waarde materialen hebben, hoe minder ze in het restafval zullen terechtkomen. Daar moeten we met zijn allen aan werken.” 

Maar hoe zit het nu eigenlijk aan de andere kant van de taalgrens? 

Vaes: “In Wallonië geldt vandaag dat stromen pas moeten selectief ingezameld worden als ze substantieel genoeg aanwezig zijn. Als bepaalde referentie­waarden gedurende een referentie­periode over­schreden zijn, horen ze dus niet meer in het bedrijfs­restafval thuis. Wel willen ze daar nu evolueren naar een strenger systeem, waarbij er ener­zijds meer stromen selectief ingezameld moeten worden en de drempels afgeschaft worden en vervangen door dezelfde nultolerantie als hier. Er ligt echter geen systeem op tafel om handhavings­taken door te spelen naar de IHM’s.”

Resultaatsvoorschriften

Vanaf 1 januari 2023 geldt:
• maximum drie stukken recycleerbaar papier en karton met een oppervlakte van meer dan 0,5 m²;
• maximum 30 l samen verpakt papier en karton;
• maximum drie stukken houtafval met een oppervlakte van meer dan 0,5 m²;
• maximum 30 l samen verpakt houtafval;
• maximum drie stukken groenafval met een lengte van meer dan 0,5 m;
• maximum 60 l samen verpakt groenafval;
• maximum drie stukken metaal met een oppervlakte van meer dan 0,25 m² of met een lengte van meer dan 1 m;
• maximum drie stukken recycleerbaar textiel­afval met een oppervlakte van meer dan 0,25 m²;
• maximum drie stukken puin met een oppervlakte van meer dan 0,5 m²;
• maximum 60 l puinafval;
• maximum één pakket transparante of witte kunststoffolie van meer dan 30 l;
• maximum drie stukken EPS en recycleerbare harde kunststoffen met een oppervlakte van meer dan 0,5 m²;
• maximum vijftig stukken pmd;
• nul afvalbanden;
• nul stukken gevaarlijk afval, AEEA, kga, asbestcement en asbesthoudende afvalstoffen.

Verplicht kwaliteitsborgingssysteem voor sorteerinrichtingen

mg_2749-kopieren
Lees het gehele artikel

Sinds de wijziging van het VLAREMA op 5 maart 2018 en het Eenheidsreglement op 24 augustus 2018 zijn sorteerders voortaan verplicht om over een kwaliteitsborgingssysteem met certificatie te beschikken. Zonder kunnen ze niet langer puin afvoeren naar de breker. Voor veel bedrijven bleek vooral de verplichte afzeving die hieruit volgt de grootste horde. RecyclePro had een gesprek met Kim De Jonghe van COPRO over de impact van de nieuwe wetgeving.

Het Eenheidsreglement maakt sinds 24 augustus 2018 een onderscheid tussen puin met een laagrisicomilieuprofiel (LRMP) en een hoogrisico­milieuprofiel (HRMP). Wie met zijn bouwafval in categorie HMRP valt zal gevoelig meer betalen voor het breken. De bedoeling is om op die manier sorteren aan de bron te stimuleren en zodanig zuiverdere en dus hoogwaardigere afvalstromen te creëren. Dit heeft niet alleen een impact op de brekers, er wordt ook vroeger in de keten gekeken. Voor sorteerders geldt er daarom sinds de wijziging van het VLAREMA en het Eenheidsreglement de verplichting om over een gecertificeerd kwaliteitsborgingssysteem te beschikken. Zonder certificatie zullen zij met hun puin niet meer bij een breker terecht kunnen. COPRO staat in voor die certificering volgens bijlage 3 van het Eenheidsreglement.

Het kwaliteitsborgingssysteem

Wat houdt een kwaliteitsborgingssysteem nu concreet in voor sorteerders? Allereerst zijn er een aantal algemene verplichtingen. Zo moeten alle gevaarlijke afvalstoffen, asbest-verdachte materialen en niet-steenachtige fracties verwijderd worden en moet het sorteerzeefzand worden afgezeefd van het sorteerzeefpuin. De sorteerder moet beschikken over een kwaliteitsplan dat de algemene werking (organisatie, proces, procedures) beschrijft. Bij de acceptatie moet er de nodige aandacht gaan naar de te aanvaarden en te weigeren stromen. Daarvoor moet er een acceptatiereglement worden opgemaakt. Controle gebeurt dan aan de weegbrug en op de aanvoerbon, alvorens de geaccepteerde hoeveelheden en de geweigerde vrachten te registreren. Het is belangrijk dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen bouw- en sloopafval en gemengd afval om tot een hoogwaardiger eindproduct te komen. Er ontstaat enkel bij het afzeven van bouw- en sloopafval sorteerzeefzand. Bij het gemengd afval valt de fijne fractie onder fluff. Het uitgekeurd sorteerzeefpuin (fractie groter dan 20 mm, controle volgens kwaliteitsborgingssysteem voor sorteerinrichtingen) moet als LRMP naar breker. Het sorteerzeefzand (fractie tot 20 mm, certificatie volgens Eenheidsreglement) moet ofwel zelf gecertificeerd worden of moet naar een erkende verwerker worden afgevoerd. Om het sorteerzeefpuin af te voeren naar de breker moet er een contract bestaan tussen de sorteerinrichting en de breker. Dit contract legt de afspraken omtrent leveringen vast en de werkwijze bij non-conformiteiten van asbest-verdachte materialen en fysische verontreinigingen.

Verplicht kwaliteitsborgingssysteem voor sorteerinrichtingen

Zelfcontrole met monsternemingen

Het sorteerzeefpuin moet een controle op fysische verontreinigingen (alle niet-steenachtige materialen zoals hout, plastiek, metalen …) en asbest-verdachte materialen ondergaan. Visueel moet dat dagelijks gebeuren. Daarnaast moet er op geregelde tijdstippen een monster worden genomen voor deze controle. De eisen voor deze controle zijn zeer streng: 0,2 m/m% voor de fysische verontreinigingen en 0,02 m/m% voor de asbest-verdachte materialen. De resultaten van deze controle worden geregistreerd. Indien het sorteerzeefzand wordt gecertificeerd, moet het worden gecontroleerd volgens het Eenheidsreglement (zowel milieuhygiënisch als bouwtechnisch). De proeven berusten op een systeem van zelfcontrole, maar tijdens de certificatie worden ze wel tweemaal gecontroleerd door de certificatie-instantie. Bij niet-conforme resultaten zal er een nieuwe monsterneming volgen en moeten er corrigerende maatregelen genomen worden. Ten slotte spreekt het kwaliteitsborgings­systeem nog over voorraadbeheer (o.a. gescheiden opslag, opmaak situatieplan …), de afvoer (o.a. vereisten afvoerbon …) en de jaarlijkse rapportering (o.a. massabalans, overzicht afgevoerde hoeveelheden …).

Extern toezicht

De controle op dit alles gebeurt door een certificatie-instantie. COPRO is er daar een van. Zij gaan tijdens deze procedure de geldigheid van de zelfcontrole na en zien toe op de correcte afvoer van het sorteerzeefzand en het sorteerzeefpuin. Verder wijzen ze een registratienummer toe. Er zal per 20.000 ton met een minimum van tweemaal per jaar een inspectie gebeuren. Daarbij wordt het acceptatiebeleid onder de loep gelegd, alsook de uitrusting van de sorteerinrichting, de organisatie van de zelfcontrole, de controle van het sorteerzeefzand en sorteerzeefpuin, het voorraadbeheer … COPRO zal verder de registraties nakijken en de monsternemingen en de proeven op puin bijwonen. Verantwoordelijke Kim De Jonghe: “Voor sorteerinrichtingen is de belangrijkste verandering dat er nu verplicht moet afgezeefd worden. Velen beschikten nog niet over de juiste uitrusting hiervoor, wat toch een investering met zich meebrengt. Wie alles toch volgens de regels van de kunst uitvoert en een opsplitsing maakt tussen sloopafval en gemengde stromen, is niet alleen in orde met de wetgeving, maar zal bovenal met een zuiverdere fractie eindigen. COPRO is daarom ook op zoek gegaan naar betere toepassingen. Zo mag het gecertificeerde sorteerzeefzand voortaan dienen voor gebruik in granulaatcement. Een meer hoogwaardige toepassing, waardoor ze meer centen voor hun product kunnen vangen. En ook bij de breker betaal je voor LRMP puin een lagere prijs.”