Tagarchief: Vlaanderen recyclagehub

End of life autobanden krijgen eindelijk echt een tweede leven

Lees het gehele artikel

Met Vlaanderen Recyclagehub wil de Vlaamse overheid projecten die de huidige stand der recyclagetechniek overtreffen, een duwtje in de rug geven. Een daarvan is de thermo-chemische conversie-installatie die Laupat Industries plant in de Antwerpse haven. Daar zullen autobanden die anders op de boot verdwijnen voor export en verbanding een hoogwaardige materiaalvalorisatie krijgen. Het krijgt 3 miljoen subsidies om er werk van te maken. 

Walter Patijn: “Als je weet dat wereldwijd jaarlijks ongeveer 31 miljard autobanden het einde van hun leven bereiken, dan is er voldoende feedstock beschikbaar om meerdere installaties uit te bouwen.”

Wat kan je nu eigenlijk allemaal met ‘thermo-chemische-conversie’ waar mechanische recyclage op zijn limieten loopt? Het was de vraag waar Frank Lauwers, managing director Laupat Industries, zich zeven jaar geleden begon over te buigen. “De piste kunststoffen liet ik snel varen. Te veel vissen in de vijver om aan voldoende grondstoffen te raken. In autobanden, daarentegen, zag ik wel bijzonder veel potentieel. Zeker in België waar de meeste autobanden in de haven vertrekken voor export.” Waardevolle materialen die nog een tweede leven zouden kunnen krijgen. De installaties die hier wereldwijd al werk van proberen te maken hebben echter één tekortkoming. “Het zijn horizontaal opgestelde reactoren, waardoor meer fysische handelingen nodig zijn, geen 24/7 continue productie mogelijk is en het onvermijdelijk extra veiligheidsrisico’s met zich meebrengt. Voor ons moest het anders”, vult de andere managing director Walter Patijn aan.

Eerste gezamenlijk project in Antwerpen

Dat het ook anders kan bewijzen de verticaal opgestelde reactoren van Laupat Industries zijn technologiepartner al in de industriële praktijk. Patijn: “Daar doet de zwaartekracht al het werk, zonder mechanisch bewegende onderdelen in de reactoren. Al in 2008 was er een eerste werkend model ontwikkeld, medio 2019 had de technologie TRL9 bereikt. Met andere woorden, ze was klaar om internationaal uitgerold te worden. Onze technologiepartner zal instaan voor het verder innoveren van de technologie, Laupat Industries voor het vermarkten.” Het eerste flagship project waarbij ze hun expertises samenleggen komt in de haven van Antwerpen te staan. “De goede verbinding met spoor- en waterwegen om ook op vlak van logistiek een duurzame oplossing aan te reiken, sprak aan. Daarnaast is er een makkelijk toegang tot end of life banden in België dankzij strenge wetgeving en het bestaan van een orgaan als Recytyre”, duidt Lauwers de keuze.

Uiteindelijk zal van wat de installatie ingaat ongeveer 38% carbon black, 12% gas en 50% olie kunnen worden gewonnen.

Eerste fase 20.000 ton banden

De installatie moet in de tweede helft van 2024 volledig operationeel zijn. Drie reactoren zullen er samen 20.000 ton (omgerekend ongeveer 2 miljoen autobanden) een tweede leven geven. Lauwers: “Tegen 2026 willen we al de volgende fase gerealiseerd hebben en de capaciteit verdubbeld hebben. Dat zal nog altijd maar de helft zijn van het aantal banden dat Recytrye inzamelt.” Naast de reactoren zelf komt er ook een indrukwekkende voorbehandelingsinstallatie op het terrein te staan. “De autobanden worden daar in verschillende fases geshredderd om staaldraad, textiel en Kevlar eruit te halen alsook granulaten te maken met de juiste omvang om de reactoren te voeden. Voor elk van deze stromen is er eveneens een hoog­waardige materiaal­valorisatie.” Een belangrijke para­meter vooraleer het rubber uiteindelijk in de reactor gaat, is het zwavel­gehalte. “Het thermo-chemisch-proces maakt dat we carbon black uit de versleten auto­banden kunnen recupereren en leveren als zwart pig­ment. Hoe minder zwavel erin gaat, hoe beter de kwaliteit die eruit komt”, aldus Patijn. 

Duurzaamheid doorgetrokken in elk detail

In de reactor wordt het materiaal in een continue proces blootgesteld aan hoge temperaturen. “Voor de kwaliteit die wij realiseren liggen die idealiter tussen 600 en 650 °C. Alles loopt volledig computergestuurd, zodat elke mm³ in de reactor dezelfde temperatuur bedeeld krijgt en dat er op geen enkel moment zuurstof in de reactor kan geraken.” De rookgassen van de installatie worden verder gekoeld tot groen gewonnen thermolyseolie waar fabrikanten dan weer mee aan de slag kunnen om nieuwe kunststoffen te produceren. “De enige thermolyseolie wereldwijd, die een REACH-certificaat behaalde. We hebben nu al een afnamecontract met een van de grootste chemische wereldspelers voor deze materiaalstroom. Ze appreciëren de constante kwaliteit die we kunnen leveren”, vertelt Lauwers. Uiteindelijk zal van wat de installatie ingaat ongeveer 38% carbon black, 12% gas en 50% olie kunnen worden gewonnen. Met een cijfer van 95% materiaalvalorisatie wil Laupat Industries vooraan in het peloton lopen. Maar ze geven zelf ook het goede voorbeeld. “De hoogcalorische gassen worden aangewend om de WKK- of turbine installatie aan te drijven die de reactoren op temperatuur houden. De bedoeling is om hier in Antwerpen een volledig CO2-vrij en energieneutraal proces neer te zetten.”

Dat het ook anders kan bewijzen de verticaal opgestelde reactoren van Laupat Industries zijn technologiepartner al in de industriële praktijk.

Toekomstmuziek

Maar niet alleen in Antwerpen is er potentieel. Patijn: “Als je weet dat wereldwijd jaarlijks ongeveer 31 miljard autobanden het einde van hun leven bereiken, dan is er voldoende feedstock beschikbaar om meerdere installaties uit te bouwen. Ook elders in de wereld is er al duidelijke, concrete interesse in onze technologie. Zelf zitten we evenmin stil. We onderzoeken wat mogelijke volgende stappen kunnen zijn, voor de verwerking van andere feedstocks, waarvoor momenteel nog geen recyclageoplossingen voorhanden zijn.”   

Opnieuw koploper worden in het vergisten van gft

site-noord-2007-(air)
Lees het gehele artikel

Hoe beter we sorteren, hoe beter we kunnen recycleren. Toch sluipen er altijd nog allerhande onzuiverheden in afvalstromen. Om daar de volgende stappen in te kunnen zetten investeert IGEAN in een nieuwe vergistingsinstallatie voor gft die nog eens jaarlijks 12.000 ton afval extra recycleert. Een installatie die bovendien in alles state-of-the-art wil zijn om tot 100% circulariteit te komen. Een ambitie die ook door Vlaanderen Recyclagehub gesmaakt werd.

In 1969 werd de intercommunale IGEAN boven de doopvont gehouden. In eerste instantie leverde ze diensten aan vijftien gemeenten ten noorden van Antwerpen. Vandaag werkt IGEAN voor meer dan 1 miljoen inwoners van intussen dertig aangesloten gemeenten, waaronder ook stad Antwerpen. De voornaamste taken bestaan uit het inzamelen van huishoudelijk afval (aan huis en via het recyclagepark) en het recycleren van groenafval en gft op haar site in Brecht. “De site situeert zich op een voormalige stortplaats. Een terrein dat weliswaar door OVAM gesaneerd werd, maar het geeft het terrein met z’n onstabiele ondergrond wel een heel specifieke eigenheid mee. Waar er zich nog organisch materiaal onder het oppervlak bevindt, kunnen we immers niks bouwen”, vertelt projectcoördinator Jeroen Secuianu.

Weer state-of-the-art worden

Het heeft IGEAN echter nooit tegengehouden om een state-of-the-art verwerker te zijn. Secuianu: “De eerste installatie die hier in 1992 gebouwd werd, maakt gebruik van het principe van een droge anaërobische vergisting om groenafval en gft te verwerken tot enerzijds groene energie in de vorm van elektriciteit en biogas en anderzijds digestaat dat wordt nabehandeld tot compost met het Vlaco keurmerk. Het was toen de eerste installatie van die omvang ter wereld.” De tweede volgde al in 2000, een kopie qua technieken maar net wat uitgebreider en groter. Samen verwerken ze nu 55.000 ton gft en 50.000 ton groenafval per jaar. Dat komt neer op ongeveer 22% van het gft van Vlaanderen. “In 2017 zijn we beginnen nadenken over onze activiteiten en hoe we die weer de 21e eeuw konden binnentrekken. Een team van interne en externe experten ging aan de slag met een reken- en analysemodel om alle parameters, kosten en baten in kaart te brengen. Daarbij was geen enkel scenario taboe. Zo hebben we ook gekeken wat de kost zou zijn als de installatie hier verdwijnt”, geeft Secuianu aan.

Beeld van hoe het terrein in Brecht er zal uitzien nadat de nieuwe installatie gerealiseerd is.

Naar hogere kwaliteit van compost OF minder afval maar meer grondstoffen

Welk scenario het ook zou worden, IGEAN wilde voor een zo circulair mogelijke oplossing gaan. “Dat werd uiteindelijk het bouwen van een nieuwe installatie die de eerste reactor zal vervangen. De verwerkingscapaciteit blijft behouden. Wat we wel toevoegen in het proces is een meer doorgedreven voor- en nabehandeling, zodat we verder kunnen gaan in het elimineren van onzuiverheden in het digestaat. 12.000 ton éxtra kunnen we zo recycleren. We willen er onder andere plastics, maar ook stenen, metaaldeeltjes, hout … uit krijgen. Op die manier komen we niet alleen tot méér compost maar ook tot een kwaliteit van compost die al beantwoordt aan toekomstige normen”, aldus Secuianu. De bouw zal echter niet evident zijn. “Net omdat het terrein zich op een voormalig stort bevindt, kunnen we de installatie alleen maar bouwen op dezelfde locatie als de huidige installatie. Dat wil zeggen dat een strakke organisatie zal nodig zijn om alles gefaseerd te laten verlopen, want stilstand kunnen we ons hier niet veroorloven.”

Minder impact op omgeving

De nieuwe aanpak brengt IGEAN niet alleen dichter bij een 100% circulaire oplossing, het moet ook helpen om de impact voor de omgeving te beperken. Secuianu: “We werken al een paar jaar met een snuffelploeg, buurtbewoners die ons laten weten wanneer er geurhinder optreedt. Op die manier kunnen we meteen gericht actie ondernemen om de overlast te beperken. Maar tegelijk leren we hoe die hinder ontstaan is om ze te vermijden in de toekomst. Een initiatief dat goed werkt, want onze snuffelploeg rapporteert dat het steeds betert. Met de nieuwe installatie zal een deel van de nacompostering, waar de meeste geuren bij vrijkomen, in een hal in onderdruk gebeuren. Er zal 30% minder groenafval buiten liggen en dus de mogelijke hinder verder beperken. Ook in dit domein willen we state-of-the-art zijn.”

Veel knowhow in huis

Tegen maart 2025 zou de nieuwe installatie operationeel moeten zijn, als alles volgens plan verloopt. Samen zullen de twee reactoren dan 6 miljoen m³ biogas produceren. In functie van de vraag die er op dat moment is, kan dat ook omgezet worden in elektriciteit of in biomethaan voor een maximale valorisatie. Aan de investering hangt een prijskaartje van 40 miljoen euro waar Vlaanderen Recyclagehub drie miljoen euro steun vanuit het Relance plan aan bijdraagt. “Er lopen nu gesprekken om de technologie zo goed mogelijk in te vullen. Technologie die zich al bewezen heeft in andere domeinen, maar die nu voor het eerst toepassing krijgt met gft. We willen een combinatie van technieken neerzetten die perfect is afgestemd op onze problematiek en de kwaliteit van eindproducten die we voor ogen hebben. Door de ervaring en de knowhow die we in deze materie in huis hebben, willen we zo weer koploper worden”, besluit Secuianu.   

​Project Toekomstvisie Site Noord
Medegefinancierd door de Europese Unie

Vlaanderen recyclagehub moet voortrekkersrol van ­Vlaanderen bevestigen

iStock-694076680
Lees het gehele artikel

Het is Vlaanderen menens uit te groeien tot de recyclagehub bij uitstek in Europa. Dat werd nogmaals duidelijk in het relanceplan ‘Vlaamse Veerkracht’ dat in september 2021 een nieuw steunmechanisme in het leven riep voor ondernemingen die bezig zijn met innovatieve ­manieren om materiaalkringlopen te sluiten. Verspreid over twee calls wordt er 30 miljoen uitgereikt aan wie wil investeren in recyclagetechnologie die de stand der techniek overtreft.

Met zijn initiatief Recovery and Resilience Facility maakt Europa centen vrij voor projecten die bijdragen aan zes milieudoelstellingen: de mitigatie van klimaatverandering, de adaptatie aan klimaatverandering, het water en mariene leven (inclusief grondwater), de circulaire eco­nomie, preventie en controle van vervuiling en biodiversiteit en ecosystemen. Vlaanderen steekt nu een deel van haar koek in haar ambitie om van Vlaanderen een recyclagehub te maken. Ze roept bedrijven op om mee te werken aan het uitbouwen van die voortrekkersrol door innovatieve op­lossingen te bedenken voor afvalstromen die nog geen hoogwaardige recyclagetoepassingen kennen. Op die manier moet er op termijn ook minder materiaal in het restafval belanden.

15 miljoen verdeeld over zes projecten

De resultaten van de eerste call waar 15 miljoen euro op het spel stond zijn intussen bekend. De Vlaamse regering selecteerde op 1 april zes projecten die tonen welke opportuniteiten er hier nog liggen om verder in te zetten op recyclage. Ze krijgen tot maximaal 3 miljoen euro steun om hun activiteit binnen de vooropgestelde termijn van drie jaar operationeel te krijgen. Zelf moeten ze minimaal 500.000 euro investeren. Achttien projecten werden ingediend, dertien voldeden aan de voorwaarden, zes werden er uiteindelijk weerhouden. Het gaat om:

  • Indaver’s Plastics2Chemicals: een geavan­ceerde recyclage­technologie gebaseerd op thermische depolymerisatie. Door verhitting wordt plastic afval omgezet tot een mengsel van chemische bouwstenen. Een doorgedreven destillatie laat toe om deze bouwstenen op te zuiveren tot pure kwaliteit.
  • Laupat Pyrum Antwerp: investering in de eerste full scale combinatie van een versnipperaar en pyrolysereactor voor de verwerking van versleten autobanden. Hier zullen nieuwe grondstoffen geproduceerd worden voor de (petro)chemische industrie (pyrolyseolie), voor de automotive en inktindustrie (carbon black) en voor de staal en textielsector.
  • Retourmatras: dit Nederlandse bedrijf beschikt over een zelfontwikkelde technologie van bijna volledig geautomatiseerde matras­ontmanteling. Daarmee worden minstens 85% van de afgedankte materialen behouden voor hergebruik. Het bedrijf zal nu ook een moderne ontmantelingsfabriek voor matrassen in Vlaanderen bouwen.
  • Trinseo: In Tessenderlo wordt geïnvesteerd in een commerciële PS depolymerisatiefabriek. De ontwikkelde wervelbedtechnologie moet het mogelijk maken om post consument PS afval te valoriseren tot zijn ‘oorspronkelijke vorm’ als styreen monomeer, dat vervolgens kan worden gebruikt voor de productie van hoogwaardig polystyreen voor tal van toepassingen.
  • Igean: Igean wil op zijn site in Brecht een doorgedreven nabehandeling van het digestaat door middel van een natte wassing installeren. Hiermee wil het verschillende recycleerbare fracties (microplastics en plastics, steen, metaal) van de organische stroom kunnen scheiden. De afnemers kunnen de afzonderlijke fracties vervolgens inzetten als grondstof.
  • Galloo: door de shift in de automobielsector naar elektrische wagens daalt de vraag naar secundair gerecycleerde aluminium en stijgt de vraag naar specifieke lichte aluminiumkneedlegeringen. Naar aanleiding hiervan zal Galloo in Menen investeren in een installatie die het mogelijk maakt om ze van elkaar te scheiden.

Nog gezocht: oplossingen voor asbest en luiers

Opvallend is dat de helft van de projecten te maken hebben met chemische recyclage. Daar beweegt dus duidelijk wat. Daarnaast had Vlaanderen bij de oproep voor de eerste call aangegeven dat het investeringen beoogt die te maken hebben met de innovatieve verwerking van asbesthoudend afval en nieuwe technieken die de inzet van recyclaten in het productieproces mogelijk maken. In eerdere communicatie werden ook luiers naar voren geschoven als een interessante piste. Voor die zaken is voorlopig geen gehoor gevonden. Dat kan misschien nog in de tweede call die gelanceerd werd op 30 mei. Aanvragen voor subsidie zijn nog welkom tot en met 22 augustus. De evaluatie gebeurt aan de hand van dezelfde criteria die bij de eerste call van kracht waren. Ook in Wallonië en Brussel zijn intussen initiatieven genomen om bedrijven te ondersteunen die investeren in circulariteit.