Tagarchief: verbrandingsinstallatie

Houtafvalverbrandingsinstallatie als ­sluitstuk van recyclage

David_Plas_Suez_Indaver_56591
Lees het gehele artikel

Enerzijds om de grenzen van het recycleerbare te verleggen, maar ook over een nieuwe verbrandingsinstallatie voor houtafval, een noodzakelijk sluitstuk voor recyclage. Dat resulteerde in E-Wood, een houtverbrandingsinstallatie op basis van wervelbedtechnologie die 180.000 ton houtafval een nieuw leven zal geven als groene elektriciteit en warmte. SUEZ ging daarvoor een partnerschap aan met Indaver.

Biomassa-installaties zullen nodig zijn als de Vlaamse regering haar doelstellingen rond her­nieuw­bare energie wil waarmaken. “Hout­afval is een geknipte kandidaat als brand­stof. Enerzijds omdat we eerst alle mogelijke stappen zetten om er zoveel mogelijk van te recycleren als spaanderplaat. Wat dat betreft schakelen we ons volledig in het Vlaamse beleid in om maximaal in te zetten op kwaliteit. Anderzijds omdat we er gewoon heel veel van hebben. In 2020 ging het nog om 1.203.000 ton, waar ongeveer de helft van niet recycleerbaar is. Vandaag vertrekt er daar nog veel van naar installaties in het buitenland. Vanaf 2022 zullen we dat hier lokaal een tweede, groene leven kunnen geven dankzij E-Wood”, vertelt Werner Annaert, director Business Development & Materials SUEZ Recycling and Recovery Belgium. 

Volwaardige partners

Eind 2017 werden de plannen van SUEZ voor een nieuwe hout­afvalverbrandingsinstallatie heel con­creet. De vergunnings­procedure werd op­gestart, onder­handelingen met leveran­ciers begonnen te lopen … maar ze stonden er niet alleen voor. SUEZ projectengineer Julie Liébart: “E-Wood is een samen­werking tussen SUEZ en Indaver. Door de installatie in te plannen op hun site in Doel, vinden we naad­loos aan­sluiting op het Ecluse stoomnetwerk, waar we onze opgewekte warmte kwijt kunnen. Daar­naast hadden we samen reeds ervaring met de wervel­bedtechnologie die we willen gebruiken in het hart van de verbrandingsinstallatie. Die kennis is een van de sleutels tot succes in dit project, want het betekende dat we niet van nul moesten vertrekken. Belangrijk want door Covid-19 is het niet evident om de planning te respecteren en uitstel te minimaliseren. We zitten op koers om tegen oktober 2022 volledig operationeel te zijn.” 

Tweede leven voor 180.000 ton afvalhout

Aan het E-Wood project hangt een prijskaartje van 95 miljoen euro. Een mooie investering in de Belgische markt. SUEZ en Indaver zullen elk instaan voor 50% van de kosten, 50% van de medewerkers en 50% van de ingaande stromen. “We hebben een vergunning gekregen voor de verbranding van 180.000 ton afvalhout per jaar. Vandaag mikken we echter op 150.000 om 20 MWh aan elektriciteit naar het netwerk te sturen en 11,5 MWh warmte te leveren aan het Ecluse stoomnetwerk”, vertelt Liebart. Voor de brandstof hoeft SUEZ in eerste instantie niet ver te zoeken. “Ons eigen houtafval en dat van partners dat niet meer gerecycleerd kan worden, zal hier terechtkomen. Verder kijken we naar de industrie en de bouwsector en intercommunales en recyclageparken. In een derde piste zullen we ook over de grenzen kijken, naar de ons omringende landen. Daarom was de inplanting in de haven ook belangrijk. Op die manier kunnen we het water als transportmiddel gebruiken”, vult Annaert aan.

Sluitstuk van recyclage

Belangrijk in dit verhaal is dat E-Wood niet op zichzelf staat. “Van inzameling tot recyclage en verbranding, we willen de volledige waardeketen van hout beheersen. Daarom zullen we ook investeren in de voorbehandeling van afvalhout. Zodat er zoveel mogelijk naar recyclage kan gaan. We hebben al een samenwerking met Unilin daaromtrent en willen die de komende jaren nog versterken. Maar ook voor afvalhout dat naar verbranding gaat is de kwaliteit van tel. Op die manier kunnen we erover waken dat er geen problemen ontstaan tijdens de verbranding. Vlaanderen wil in het post-coronatijdperk uit­groeien tot een recyclagehub. E-Wood sluit daar naadloos bij aan. Want als je veel recyclage-installaties hebt, dan heb je ook oplossingen nodig om het residu dat overblijft duurzaam te behandelen, besluit Annaert.