Tagarchief: Urban mining

Urban Mining om hergebruik te stimuleren

architecture-3173357
Lees het gehele artikel

Start-up geeft waardevolle bouwmaterialen nieuw leven

United Experts is een overkoepelende groep die verschillende bedrijven vertegenwoordigd. Het is een kennisnetwerk waarin  meer dan 250 experts zich hebben verenigd. Al deze  adviespartners bieden een duidelijke meerwaarde aan elk bouwproject. Binnen United Experts opereren ook studie- & adviesbureau Profex en architectenbureau Erfgoed en Visie. 

Bij die laatste – een architectenbureau dat is gespecialiseerd in restauratie- en erfgoed­projecten – is Lissa Camerlinck werkzaam als ir-architecte. Via United Experts kwam ze in contact met sloopdeskundige Seppe Van der Stoelen, werkzaam bij Profex. “Binnen de erfgoed-architectuur wordt al best duurzaam gewerkt, met veel hergebruik van materialen”, vertelt Camerlinck. “De normale bouw zou in mijn ogen echter ook wel wat duurzamer mogen. Samen met Seppe en zijn collega Pieter kwam ik toen op het idee van U-Mine, een bedrijf waarmee we antwoord willen geven op de vraag of het mogelijk is om waardevolle materialen uit sloop­panden op een gestructureerde manier een nieuw leven te geven.” Camerlinck weet dat er meerdere initiatieven in België zijn waar gebruikte bouwmaterialen een tweede leven krijgen, maar meent met U-Mine toch het verschil te kunnen maken. “Het is onze ambitie om veel integraler te werken. Denk aan een afvalbeheerplan in plaats van al die verschillende inventarisdocumenten die er nu zijn. Wat haal je uit een bouw? Wie kan dat gebruiken? Waar precies en waarvoor? Dat allemaal in een totaalpakket.”

Divers

Hoewel pas net iets langer dan een jaar actief heeft U-Mine ondertussen tussen de vijf en tien complete inventarissen opgeleverd. Dat verschilt van een kleine woning tot een school, een kantoorgebouw en zelfs een woonzorg­centrum dat wordt omgebouwd tot een appartementen­gebouw. “En steeds meer opdrachtgevers blijken door ons initiatief bereid om te kijken of ze iets met hergebruik kunnen doen. Het is allemaal heel divers.” Het blijft echter nog wel bij inventariseren. Nog geen enkel project is daad­werkelijk afgebroken. “Daarvoor zijn we nog te kort bezig”, zegt Camerlinck. Volgende stap is om opdrachtgevers voor te stellen aan afnemers van de materialen die straks uit de slooppanden komen. Daarvoor staat op de website van U-Mine al wel een beperkte catalogus waar aan­nemers kunnen zoeken naar materialen voor hun nieuwe projecten. 

Is het mogelijk om waardevolle materialen uit slooppanden op een gestructureerde manier een nieuw leven te geven?

Hergebruik wordt de norm

Camerlinck merkt dat veel bedrijven die al bezig zijn met circulair bouwen om advies vragen bij U-Mine. Het initiatief slaat daar aan. “Maar circulair bouwen gaat meestal nog om nieuwe materialen die gemaakt zijn van afval, niet om daadwerkelijk hergebruik van oude materialen”, stelt de architecte. “Opdrachtgevers en aannemers zijn nog terughoudend. En dat heeft vooral met kosten te maken. Dan moeten ze de afweging maken waar ze dan op kunnen besparen. Projecten worden inderdaad duurder. We moeten dus nog naar een shift in het denken. Dat er beter wordt nagedacht over welke materialen hergebruikt kunnen worden. Maar ik denk wel dat hergebruik meer en meer de norm wordt en steeds vaker wordt voorgeschreven in aanbestedingen.”  

Digitaal platform U-Mine

U-Mine ontwikkelde al een digitaal plat­form en applicatie waarbij de materialen uit sloop­panden worden aan­geboden voor een nieuwe bestemming. Afval wordt daar grond­stof. U-Mine brengt een duide­lijk overzicht van grond­stoffen en materialen uit sloop­panden, inclusief monetaire waarde, eventueel historische waarde en de duurzaamheids­factor van het specifieke materiaal, in kaart. Hier­door kan een betere inschatting gemaakt worden van het potentieel van de materialen en de mogelijk­heid tot hergebruik. U-Mine focust zich, met zijn faciliterend karakter,  op het omzetten van dit potentieel in de praktijk. Het blijft dus uiteindelijk niet bij een inventarisatie, maar de start-up wil ook alle partijen binnen de gehele bouw­keten (leveranciers, aannemers, architecten en bouw­heren) engageren voor een meer praktijk­gerichte circulaire bouweconomie. 

Efficiëntere recyclagemethode zal voor meer tin, zilver en goud zorgen

RecyclePro-202202-(1)
Lees het gehele artikel

Urban mining zal cruciaal zijn om de afvalkringlopen te sluiten. Maar niet elke materialenstroom is even eenvoudig of hoogwaardig. Aurubis Beerse heeft daarom zijn handelsmerk gemaakt van het complexere werk. De 460 medewerkers geven jaarlijks aan 250.000 ton laagwaardige stromen een tweede leven. Met de ontwikkeling van een nieuwe ultramoderne recyclage-installatie bewijst Aurubis dat het vastbesloten is om te innoveren en om de doelstelling van een onafhankelijke productiecyclus te bereiken. De circulaire economie op zijn best, bij ons in Vlaanderen.

Dirk Vandenberghe: “We kiezen resoluut voor steeds complexere en laagwaardigere grondstoffen om te recycleren en weer als zuivere metalen in de markt te zetten.”

De wortels van Aurubis Beerse gaan terug tot net na de Eerste Wereldoorlog. Vanaf 1919 werden er op de site onder de naam Metallo-Chimique koperconcentraten verwerkt tot kopersulfaat, een product dat ziektes in de landbouw hielp bestrijden. Al in de jaren 50 richtte het bedrijf het vizier op recyclage. “De concurrentie om primaire grond­stoffen was immers groot geworden. Met de aanwezige technische knowhow werd gekeken hoe we aan de hand van innovatieve metallurgische processen hetzelfde konden doen met minder. Uit schroot weer metalen maken. Een evolutie die als een rode draad verder loopt. We kiezen resoluut voor steeds complexere en laagwaardigere grondstoffen om te recycleren en weer als zuivere metalen in de markt te zetten”, vat Sr. VP Managing Director Dirk Vandenberghe de missie samen. Per jaar geeft men in Beerse aan 250.000 ton aan afvalstromen zo een tweede leven. De tweede site in Berango, vlakbij het Spaanse Bilbao voegt daar nog 100.000 ton per jaar aan toe. Die inspanningen resulteren in koperanodes (100.000 ton), koperkathodes (24.000 ton), lood (25.000 ton), tin (10.000 ton), zinkoxides in verschillende kwaliteiten, elektrolyt van nikkel en edelmetaalhoudende slibs.    

“Verder hebben we binnen Aurubis Beerse een door plasma aangedreven proces ontwikkeld om een zeer zuiver en stabiel synthetisch mineraal te produceren van onze ferro silicaat slak, Koranel®. We doen volop onderzoek om hiervoor hoogwaardige en duurzame bouwtoepassingen te ontwikkelen in samenwerking met academische en industriële partners.”

Productie van koper anodes.

Complementariteit voor duurzaamheid

Sinds mei 2020 behoort het bedrijf tot de Aurubis Groep,  een van de grootste koper­recyclers ter wereld. “De complementariteit van de ver­schillende bedrijven binnen de groep is groot. Met recyclage alleen kan je niet aan de huidige vraag tegemoet komen. De interactie tussen de bedrijven, zorgt dat we wel op de meest duurzame manier metalen aan de markt kunnen aanbieden. Veel bijproducten of nevenstromen die op de ene site ontstaan, kunnen dienen als grondstof voor een andere. Met de site in Olen, waar vooral hoogwaardig schroot verwerkt wordt, hadden we bijvoorbeeld al langlopende contracten. Door de overname zijn die contacten alleen maar geïntensifieerd.” Een tweede voordeel van de nieuwe omkadering is de grotere slagkracht. Een eerste exponent daarvan is de ASPA installatie (Advanced Sludge Processing by Aurubis) die nu op de site gebouwd wordt. R&D Director Bert Coletti legt uit: “Het elektrolyseproces dat we hier toepassen genereert een anodeslib dat eigenlijk nog bijzonder veel waardevolle metalen bevat. We konden tin er al deels uit recupereren, maar we wilden dat percentage verder optrekken en er ook andere materialen zoals goud en zilver uit halen.”

Gerecycleerd tin.

Bouwstenen voor elektrificatie

De reden is duidelijk. Door de elektrificatie van onze maatschappij is de honger naar net die metalen niet-aflatend. “We geven eigenlijk de bouwstenen van een elektrische, duurzame maatschappij een tweede leven. Grondstoffen die de komende jaren steeds schaarser en dus duurder zullen worden”, geeft Vandenberghe aan. Met een investering van 27 miljoen euro wil Aurubis met zijn ASPA installatie 2.500 ton anodeslib verwerken om 300 ton meer tin te recupereren. Materiaal dat anders grotendeels verloren ging. Coletti: “De metalen in het slib worden door middel van hydrometallurgische processen in verschillende fases neergeslagen en gevaloriseerd.” Het geheim van de smid hangt Coletti niet aan onze neus, maar hij geeft wel dit nog mee: “Aan het proces ging vijf jaar research vooraf, door de expertise van de medewerkers hier en met ondersteuning van de KU Leuven. Maar ook de interactie binnen Aurubis gaf de doorslag om tot een proces te komen dat perfect is afgestemd op de verdere verwerking. Eigenlijk produceren we drie nieuwe soorten slib die dan elders in de groep verder verwerkt worden.”

Aurubis maakt op zijn site in Beerse uit schroot weer metalen.

Blijven optimaliseren en innoveren

De start van de bouw is gepland voor het tweede kwartaal van 2022. De inbedrijfstelling volgt dan begin 2024. Meteen van het labo naar industriële productie. “Door de aard van het proces en de beperkte schaal die we nodig hebben. De installatie zal al het anodeslib van deze site en die in Lünen kunnen opvangen”, aldus Vandenberghe. Aurubis toont daarmee hoe het weer een stapje verder kan gaan om de kringloop van kostbare grondstoffen te sluiten. “Een investering die ecologisch en economisch zin heeft. We schatten dat we een terugverdientijd van acht jaar kunnen realiseren.” Maar de missie is daarmee nog niet ten einde. Het R&D-team blijft onderzoeken hoe het de bestaande processen nog kan optimaliseren en welke andere recyclagematerialen het in de toekomst kan recupereren. “Vandaag kunnen wel al 660 verschillende soorten recyclagematerialen recupereren. Maar we zien voortdurend nieuwe noden op de markt ontstaan, zowel door nieuwe productgroepen als een toenemende vraag naar bestaande. Binnen Aurubis proberen we flexibel in te spelen op deze trends en ontwikkelen ons verder om nog efficiënter en nog meer recyclagematerialen te recycleren en de metalen terug in de waardeketen te brengen”, besluit Coletti.   

Voorop in sloopbeheer. Hergebruik inventaris voor recyclage

Ook oude bakstenen zijn vaak makkelijk schoon te maken en te he kopiëren
Lees het gehele artikel

Profex, dat sloopopvolgingsplannen en asbest­inventarissen opstelt en advies verstrekt, zorgt ervoor dat sloop- en/of bouwprocessen vlekkeloos kunnen verlopen. Het expertenteam bevat onder andere milieucoördinatoren, bodemspecialisten, asbestdeskundigen en veiligheidsadviseurs en is altijd op de hoogte van de laatste wet- en regel­geving. Het zag tijdens corona een run op zijn dienst­verlening ontstaan. “Wij dachten eerst dat particulieren en onder­nemers de kat uit de boom zouden kijken, maar waren daar­bij uit het oog verloren dat mensen niet meer hun spaar­centen kunnen uitgeven zoals gepland en er daa­rdoor bouw­budget vrij kwam”, aldus Seppe Van der Stoelen, consultant bij Profex. Het resul­taat was een enorme boom in sloop- en bouwwerkzaamheden. 

Veranderde wet- en regelgeving

Ook veranderde wet- en regelgeving speelde hierbij een rol. Zo werd vorig jaar het BTW-bedrag op herbouw na sloop verlaagd van 21 naar 6%. Hierdoor werd het voor particulieren aantrekkelijker om een project volledig te slopen. Veranderde regelgeving heeft steeds een groot effect op de bouw- en sloopwerken. Daarbij staat de sector ook voor verstrengde regelgeving op gebied van asbestbeheer. Moet er nu voor alle sloopwerken een destructieve asbestinventaris worden opgesteld, vanaf volgend jaar is dit ook verplicht bij de verhuur en verkoop van een woning. “Zonder een asbestattest, waarin is opgenomen of het gebouw asbest bevat, kan de verkoop of verhuur niet door gaan. Als experten houden we steeds de wetgeving in het oog en kunnen onze klanten zo proactief adviseren.” Van der Stoelen verwacht hierdoor dat de vraag naar de diensten van Profex nog meer zal toenemen. Ook op het gebied van sloopbeheer staat de sector de nodige veranderingen te wachten. Vanaf volgend jaar zou het verplicht worden om bij afbraak een sloopopvolgingsplan in te dienen bij Tracimat vzw (de sloopbeheerorganisatie in Vlaanderen), iets wat tot nu toe op vrijwillige basis kon. In het sloopopvolgingsplan worden alle afvalstoffen van een gebouw in kaart gebracht en aanbevelingen gegeven voor de selectieve sloop. Het plan moet door een neutrale partij
worden opgesteld. 

Hergebruik inventaris brengt in beeld welke materiaal uit sloopprojecten hergebruikt kunnen worden.

Urban mining 

De verstrenging van de regelgeving moet leiden tot een optimalisatie van breekafvalrecyclage en past in de trend van urban mining, grondstoffen betrekken uit de stad en dan met name in de vorm van recyclage. Volgens Van der Stoelen is urban mining het woord van de toekomst. Het bedrijf zet daarom flink in op de trend van circulair bouwen. Recent lanceerde het adviesbureau de ‘hergebruik inventaris’, een optionele aanvulling in het sloop­­opvolgingsplan. Deze inventaris brengt het hergebruik­­potentieel bij een sloop­­project in kaart. “Als wij in een gebouw bij­voorbeeld vijf mooie eiken deuren aantreffen die geld kunnen opbrengen of oude bakstenen die makkelijk hergebruikt kunnen worden, geven wij dat aan, nemen wij dat op. Mensen beseffen vaak niet het potentieel van sommige afvalstoffen”, zegt Van der Stoelen. Voor het opstellen van deze hergebruik inventaris werd een nieuwe afdeling opgericht met de naam U-Mine. Dit is een verwijzing naar urban mining en B-mine, het vroegere mijnencomplex in Beringen waar het hoofdkantoor van United Experts gevestigd is, het kennisnetwerk dat bedrijven met diverse expertises en complementaire skills samenbrengt, waaronder dus ook Profex en U-Mine. 

Synergie met United Expert

United Expert is het moederbedrijf van Profex en heeft ruim 270 experten in dienst met tien­tallen kantoren over heel Vlaanderen en Wallonië. “Synergie binnen het kennis­netwerk van United Experts kan klanten veel kosten­voordelen op­leveren”, bena­drukt Van der Stoelen. “Als ik bij een sloop­project ga kijken, vraag ik altijd door. Zo kunnen wij ook adviseren in bodem­sanering en een ECP- en EPB-rapport opstellen en wordt er gebroed op nieuwe plannen, dan zorgen we voor de nodige omgevingsvergunningen.”   

Nieuw leven voor mobiele telefoons

Lees het gehele artikel

We lijken in het dagelijkse leven verstrengeld met onze smartphone. We willen hem enkel maar inruilen voor het nieuwste model met extra toeters en bellen. Voor Recy-call schuilt hier een enorm potentieel in om aan urban mining te doen en weer nieuwe grondstoffen voor nieuwe smartphones aan te leveren. Maar ze geven het nog een extra sociale dimensie door ze te gaan halen in lageloonlanden. Dankzij hun inzamelnetwerk krijgen mensen er toegang tot basisvoorzieningen om zich een beter leven uit te bouwen. En omdat de toestellen anders vaak verbrand worden is ook de milieu-impact groter.

Gsm’s en andere elektronica zullen ons de komende jaren nog kopzorgen geven. Volgens Jako Rhymer, vice-rector van de United Nations University zal e-waste een van de grootste afvalproblemen worden. Recy-call blijft alvast niet bij de pakken zitten en kwam met een sociaal, ecologisch en economisch initiatief. Het bedrijf uit Moorsele is het geesteskind van Laura Morel en Domein Declercq. “Het idee ontstond tijdens ons verblijf in China voor onze thesis rond circulaire economie”, vertelt Morel. “We werden er geconfronteerd met zeer erbarmelijke recyclageprocessen zowel voor het milieu als voor de veiligheid van de medewerkers. Er liggen daar gigantische afvalbergen te wachten op verbranding, terwijl we hier in onze achtertuin eigenlijk alle technologie ter beschikking hebben om dit op een manier te doen die wel aanvaardbaar is. Wat als we die end-of-life producten daar kunnen ophalen en hier verwerken?” Recy-call was geboren.

Nieuw leven voor mobiele telefoons

De vrouwen die de gsm’s inzamelen krijgen in ruil voor een bepaald volume credits waarmee ze toegang hebben tot basisvoorzieningen.

 

Urban mining

Het model dat Recy-call uitwerkte om de toestellen te verzamelen heeft ook een sociale dimensie. Morel: “We leggen de inzameling in handen van vrouwen, die in ruil voor een bepaald volume aan gsm’s credits krijgen waarmee ze toegang hebben tot basisvoorzieningen. Op die manier willen we ook een sociale impact hebben.” Vanuit de inzamelpunten gaat het dan per container naar België. Een container bevat ongeveer 250.000 gsm’s. “Hier bieden we ze dan aan gespecialiseerde verwerkers aan. Zij hebben de technologie om de kostbare materialen eruit te halen en te verkopen aan de fabrikanten om voor nieuwe toestellen te dienen. Concreet gaat het om goud, koper, nikkel en kobalt. De recyclagegraad varieert tussen 90 à 95%. Om het lithium uit de batterijen te halen is er voorlopig nog geen rendabel proces ontwikkeld. Als je weet dat er voor het ontginnen van deze kostbare grondstoffen ook vaak kinderen de mijnen in moeten, dan wordt het potentieel van urban mining nog veel groter.”

Opschalen en verder kijken

Het eerste proefproject is van start gegaan in Rwanda. De keuze voor Afrika sprong voort uit het feit dat er al activiteiten rond waren en dat afval er relatief makkelijk kan vertrekken. “De eerste pilootactie was goed voor 1.000 gsm’s. Nu willen we opschalen tot 10.000. Er is intussen ook een gelijkaardig initiatief opgezet in Oeganda en we verkennen ook de mogelijkheden in Nigeria. Maar eerst stappen, vooraleer we lopen”, stipt Morel aan. “Dit zal zeker geen goudmijn worden, maar we hopen dat Recy-call wel rendabel kan zijn. Als de wetgeving evolueert en ook voor metalen een verplicht gehalte aan gerecycleerd materiaal voorschrijft zal het potentieel nog groeien. Dan kunnen onze diensten voor fabrikanten van smartphones een premium marketinginstrument worden. Voor nu zullen we tevreden zijn als we voldoende geld inzamelen om de container tot hier te krijgen. Hoe het erna evolueert, dat is nog koffiedik kijken. Maar we krijgen wel al aanvragen binnen van andere landen die in een dergelijk project willen stappen.”

Groter is niet altijd meer beter

recyclepro-thema-opening-01-powerscreen-kopieren
Lees het gehele artikel

De markt is aan het veranderen, sloopprojecten worden kleiner en meer binnenstedelijker. Bovendien worden de milieueisen steeds strenger. Niet dat we geen grote brekers en zeven nodig zullen hebben, integendeel, maar de race om de grootste, die lijkt over z’n hoogtepunt heen.

De afgelopen jaren zagen we de brekers en zeven steeds groter en vooral ook krachtiger worden. Want in die schaalvergroting dachten we een hoger rendement te kunnen vinden. Voor bedrijven die zich helemaal toeleggen op het verwerken van bouw- en sloopafval is dat nog steeds zo. Tegelijkertijd zien we een trend richting compact, gemakkelijk te vervoeren en vooral: het kunnen verwerken van kleine charges zonder al te veel stof en lawaai. Kortom, bij afbraakwerken waar ter plekke een stuk recyclage wenselijk en/of zinvol is, groeit de behoefte aan kleinere brekers en zeefmachines.

Minder stof en lawaai

Recyclepro vakblad recycling

Slopen in de stad vergt een doordachte veiligheidsaanpak met stof- en lawaaibeperking.

 

Transporteren van grote hoeveelheden bouw- en sloopafval wordt steeds minder op prijs gesteld door de lagere overheden. Tegelijkertijd willen die zich graag profileren met circulaire initiatieven, maar wel op een manier die bewoners niet tegen de haren in strijkt. En dat gebeurt snel wanneer in binnensteden allerlei machines aan het werk zijn. Dus moet meer dan voorheen worden ingezet op stof- en lawaaibeperking, ook als dat betekent dat we met andere types machines (compacter en stiller) moet werken en er meer hulpmiddelen nodig zijn.

Codewoord Vlarem

Al vanaf begin 2017 zijn aannemers verplicht hun stofemissie te beperken bij bouw-, sloop- en infrastructuurwerken. Het codewoord is Vlarem. Volgens de nieuwe Vlaamse milieuwetgeving moet de hoeveelheid fijnstof sterk worden verminderd. Dat lijkt inmiddels goed te gaan lukken, maar blijft ook bij de inzet van compacte brekers altijd een punt van aandacht. Sproeien is vaak nodig, maar het wordt wel eens vergeten. Ook het nathouden van de werkplek en toegangswegen kan de hoeveelheid opwervelend (fijn)stof sterk beperken.

Secundaire bouwstof

Recyclepro vakblad recycling

New Horizon doet aan urban mining: zoveel mogelijk direct hergebruiken
van bouwdelen en bouwmaterialen door selectief te slopen.

 

Circulariteit is de modegril al ver voorbij. Meer dan voorheen zal bij elk sloopproject naar daadwerkelijk hergebruik wordt gekeken. Bij de verwerkers van al dat bouw- en sloopafval – het gaat om zo’n 20% van de totale afvalstroom! – gaat die verschuiving ook steeds meer zichtbaar worden. Brekers met een supergrote capaciteit zijn zonder twijfel handig, maar brekers met flexibiliteit en een grote sturing in de kwaliteit van het te hergebruiken eindproduct zullen nog beter scoren.

Betongranulaten

Om het hergebruik van betongranulaat te bevorderen is aanpassing nodig van de betreffende normering. Bij het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB) lezen we daarover, dat in de nieuwe normering type A+ in ongewapend beton in de meeste toepassingen kan worden aangewend. In gewapend beton ligt dat iets anders. Daarin zullen ze tot in omgevingsklasse EE3 (dat is: blootgesteld aan vorst en regen, maar niet aan dooizouten) kunnen worden ingezet. De nieuwe norm moet het tevens mogelijk maken ‘om gerecycleerde granulaten in andere omgevings- of druksterkteklassen aan te wenden, om hogere vervangingspercentages toe te passen of om deze granulaten toe te voegen aan voorgespannen beton, mits de gebruiksgeschiktheid voor deze specifieke toepassingen aangetoond wordt.’ 

Urban mining in de bouw: nieuwe opportuniteiten voor oude materialen?

img_5022-large-kopieren
Lees het gehele artikel

Jeroen Vrijders, hoofd van laboratorium Duurzame Ontwikkeling bij WTCB

De circulaire economie zorgt ook in de bouwsector voor verandering. Er is een groeiende aandacht voor het toekomstgericht ontwerpen en bouwen, voor innovatieve producten die hun waarde behouden en voor nieuwe business modellen om de kringloop van materialen te sluiten. Ook op vlak van urban mining – het valoriseren van wat er vrijkomt uit de bestaande gebouwen – staat de sector al behoorlijk ver. Toch blijft de praktijk evolueren: denken we maar aan het invoeren van een sloopopvolgingssysteem en aan verschillende projecten om materiaalstromen (gerecycleerde granulaten en zanden, isolatiematerialen, hout …) op hoogwaardige manier opnieuw toe te passen.

Om in de toekomst circulair bouwen verder concreet vorm te geven, wordt in Vlaanderen de Green Deal Circulair Bouwen opgestart. Bouwbedrijven, producenten, overheden, kennisinstellingen … gaan samen innovatieve ideeën en concepten in de realiteit omzetten. Dit netwerk om samen te doen en te leren wordt versterkt met een onderzoeksprogramma om uit alle praktijkexperimenten kennis te vergaren en lessen te trekken voor de toekomst van de Vlaamse bouw- en recyclingsector. De Green Deal zal zich in de eerste fase ook richten op urban mining. Hierbij zijn alvast een aantal uitdagingen aan te kaarten – op zakelijk, technologisch en beleidsvlak.

Zullen we straks onze gebouwen niet meer slopen, maar ‘ontginnen’? Welk potentieel heeft het hergebruik van bouwproducten of -componenten? Hoe kunnen de kosten en baten die gepaard gaan met doorgedreven recyclage worden verdeeld doorheen de keten? Hoe kan de kwaliteit van de diverse kringloopbouwmaterialen gewaarborgd worden? Welke aanpassingen in het businessmodel van sloop-, bouw-, sorteer- en recyclagebedrijven kunnen tot urban mining bijdragen? Zijn er nieuwe of andere diensten nodig, of moeten alle partijen gewoon meer en beter gaan samenwerken?

Nieuwe technische oplossingen kunnen het recycleren van ‘moeilijke stromen’ mogelijk maken of betere toepassingsmogelijkheden creëren voor bestaande stromen. Men kan zich ook de vraag stellen in welke mate de eindelevensfase van gebouwen en materialen zal worden gedigitaliseerd. Kan BIM, het allesomvattend model voor bouwinformatie, op termijn een rol spelen, of gaat het nog verder en zullen we alle stromen die uit gebouwen komen binnenkort vanop onze smartphone in real-time kunnen volgen op hun recyclage- of herverkooptraject?

Ook beleidsmatig liggen er nog een aantal uitdagingen op de plank. In welke mate kan men bepaalde afvalstromen richting bepaalde valorisatiekanalen sturen? Hoe definieert men een ‘hoogwaardige’ toepassing? Hoe verhoudt de impact van materialen en afval zich tegenover de klimaat- en energiedoelstellingen? In welke mate kunnen alle stromen economisch en milieutechnisch verantwoord worden gerecycleerd, of zal er toch een fractie blijven die moet worden gestort of verbrand?

Vanuit het WTCB zijn wij in alle geval klaar om hier, samen met de beroepsorganisaties en alle andere betrokken partijen uit de keten, ieder met zijn/haar eigen expertise en ervaringen, onze schouders onder te zetten en samen nieuwe oplossingen te creëren, zodat we ook in de toekomst op dit vlak in België en Vlaanderen een voorloper-land blijven.