Tagarchief: Traceerbaarheid

Naar een betere traceerbaarheid van voertuigen

Lees het gehele artikel

Recyclagebedrijven hebben hard geïnvesteerd om de recyclagegraad van wagens op te trekken. Vandaag kan men voor 95% van het aanwezige materiaal een nuttige nieuwe toepassing vinden. Nog te weinig autowrakken vinden hun weg naar een erkend centrum voor depollutie. In 2018 ging het om slechts 142.000 wagens. Ter vergelijking, de inschrijvingen van nieuwe voertuigen lagen in 2017 op 550.000 wagens. Daarmee scoort België zeer slecht in Europa. Coberec vraagt de Belgische overheid dan ook om de tracering van alle stappen tussen de voorinschrijving en het einde leven van een voertuig dringend wettelijk te regelen.

De Europese richtlijn 2000/53/EG verplicht lidstaten om alle afgedankte voertuigen in te zamelen. Autowrakken moeten terechtkomen in erkende centra voor depollutie, waar dan de nodige materialen op een correcte manier kunnen worden gerecupereerd. België is een van de beste leerlingen in de Europese klas als het gaat over de recyclagecijfers van de erkende centra betreft. Deze performante machine draait echter grotendeels leeg. In 2010 eindigden nog 175.000 wrakken in een erkend centrum. Vorig jaar waren dat er nog slechts 142.000. Wat is er aan de hand? “Als we zelfs nog maar uitgaan van een gelijk wagenpark, dan verdwijnen er jaarlijks zo’n 530.000 auto’s van de Belgische markt (533.000 nieuwe inschrijvingen in 2017). Hoeveel er daarvan definitief afgedankt worden en hoeveel geëxporteerd als tweedehands wagen is wegens falende DIV onbekend. Wij schatten dat er een potentieel van 200.000 à 250.000 aan wrakken is voor erkende centra.”

20140326_3211a-20x30-kopieren

Jaarlijks verdwijnen zo’n 530.000 auto’s van de Belgische markt. Hoeveel er daarvan definitief worden afgedankt en hoeveel geëxporteerd als tweedehands wagen is wegens falende DIV onbekend.

 

Geen zicht op illegaal dumpen of export

Dat onbenutte potentieel is doodzonde. Niet alleen omdat meer milieuvervuilende wagens zo blijven rondrijden. Maar ook omdat de sector zwaar geïnvesteerd heeft in Post-Shredder Technologie om een recyclagegraad van 95% te kunnen bereiken. “Dat er onvoldoende wrakken in die gesofisticeerde machines gaan heeft ook financiële consequenties”, waarschuwt Vermoesen. “De ontwikkeling van onze bedrijven wordt geremd.” De milieubeleidsovereenkomst wrakken stelt nochtans dat DIV de wrakken moet traceren gedurende de volledige levensloop. “Wanneer vandaag een particulier zijn wagen verkoopt aan een professioneel is DIV elk spoor bijster. Men heeft er geen zicht meer op of de wagen illegaal gedumpt of geëxporteerd wordt of welke eigenaar men hierover moet aanspreken.” Toch bestaan er al oplossingen die werken. In Nederland bijvoorbeeld moet de laatste eigenaar zijn rijtaks blijven betalen tot hij een Certificaat van Vernietiging heeft gekregen van een erkend centrum. In Tsjechië loopt de verzekering door tot er een dergelijke certificaat is, waarbij de verzekeraars de tracering organiseren.

Tracering nodig gedurende hele levensloop

Uit analyses van OVAM met alle stakeholders is gebleken dat regionale overheden geen afdoende verdere maatregelen kunnen treffen zolang de traceerbaarheid van voertuigen niet gerealiseerd is. Wat houdt de DIV dan tegen? “Er zijn twee regelgevingen die spelen. Enerzijds is er de wet van 19 mei 2010 over de oprichting van de Kruispuntbank van de Voertuigen. Anderzijds is er een Koninklijk Besluit van 8 juli 2013 ter uitvoering van de wet op de kruispuntbank van de voertuigen over (pre)registraties. Wat ontbreekt is een tweede Koninklijk Besluit dat de registratie van de eigendomsoverdracht moet regelen en de andere tussenstappen tussen voorinschrijving en einde leven. Een even goed alternatief zou zijn dat de tracering gebeurt binnen een privaat, zelf-financierend systeem zoals CAR-PASS. De sector smeekt dat de overheid eindelijk de keuze maakt. Of ze doet het zelf, of ze laat dit in handen van de private sector.” Een tweede broodnodige maatregel is volgens Coberec dat elk voertuig voor export voorafgaandelijk een technische keuring moet ondergaan. Vermoesen: “Om na te gaan of het geen ‘undercover’ illegale export van afvalstoffen is. Dergelijke plicht bestaat reeds in Oostenrijk en sinds juli 2018 ook in Italië. Van een ei in een supermarkt kunnen we nagaan van welke kip het komt. Maar dat we dat anno 2019 van een voertuig dat een uniek nummer draagt en waarvan elke kilometer geregistreerd is niet kunnen, is te gek voor woorden.”  

Autokerkhoven verleden tijd: naar een circulair leven voor wagens

Lees het gehele artikel

Al bijna vijftien jaar lang is België een van de onbetwiste leiders in Europa op het gebied van afgedankte voertuigen. Als beheerorganisme staat Febelauto in voor de inzameling, verwerking en recyclage ervan. De organisatie heeft dus een belangrijk aandeel in onze goede rapportcijfers. In 2019 bestaat Febelauto twintig jaar. Een ideale gelegenheid voor een terugblik en een vooruitzicht.

De cijfers van Febelauto van 2018 spreken boekdelen. Alles ging in crescendo. In totaal werden er bijna 22.000 afgedankte voertuigen meer ingezameld dan het jaar ervoor. Goed voor een stijging van maar liefst 18% en een totaal van 142.158 ingezamelde voertuigen. Hoewel de Europese recyclagedoelstelling voor wagens (95%) scherp staat, gingen we in 2018 vlot die lat over. 97,3% van de massa van alle geregistreerde afgedankte voertuigen werd hergebruikt (23,7%), gerecycleerd (69,8%) of energetisch gevaloriseerd (3,8%). Febelauto mag trots zijn op de inspanningen die de sector de afgelopen jaren geleverd heeft om tot deze mooie resultaten te komen. Stap voor stap werd aan de recyclagecapaciteit getimmerd. Technologie is voortdurend in ontwikkeling om steeds meer materialen te kunnen recupereren als grondstoffen. En ook positief voor deze sector, de vraag bij de constructeurs naar gerecycleerde materialen neemt toe. Nog mondjesmaat, maar het gaat de goede kant op. en dat zal nodig zijn als we onze wagens echt circulair willen maken.

crane cars

97,3% van de massa van alle geregistreerde afgedankte voertuigen werd hergebruikt (23,7%), gerecycleerd (69,8%) of energetisch gevaloriseerd (3,8%).

 

Naar meer traceerbaarheid

Volgens de resultaten in het jaarverslag voor 2018 gaan wagens gemiddeld 16,4 jaar mee. Ook hier weer een mooie stijging ten opzichte van het cijfer van 2017: 15,8. Dan is het aan de recyclage­sector om er mee aan de slag te gaan. Afgedankte voertuigen moeten terechtkomen in een erkend verwerkingscentrum. Daar gebeurt de depollutie (uithalen van vloeistoffen of gevaarlijke componenten) en de ontmanteling. Wat overblijft, daar mag de shredder dan zijn tanden in zetten. Toch ‘verdwijnen’ er nog te veel voertuigen. Er is geen traceerbaarheid van wagens die aan het einde van hun leven gekomen zijn. Febelauto schat dat er jaarlijks ongeveer 50.000 tussen de mazen van het net glippen. Die zijn niet persé illegaal uitgevoerd, maar ze komen ook niet in onze centra terecht. Met de komst van ‘connected cars’ zou een perfecte opvolging mogelijk worden. Maar daar is het nog eventjes op wachten, dus onderhandelt Febelauto intussen met de verschillende over­heden om meer traceerbaarheid te krijgen. En met het project ENTRAVE (ENabling TRAceability of VEhicles) zoekt het uit wat de beste pistes hiervoor zijn.

Cirkel verder rond maken

Febelauto doet meer dan alleen maar terugblikken voor zijn twintigste verjaardag. Het wil de cirkel voor wagens helpen rond maken. Door de levensduur van producten zoveel mogelijk te verlengen enerzijds en door afval in te zetten als nieuwe grondstof anderzijds. Samenwerking is daarbij het sleutelwoord in elke schakel van de ketting. Sinds 2018 neemt Febelauto deel aan twee onderzoeksprojecten: Recy-Composite en CompositeLoop. De recyclage van composietmaterialen brengt immers specifieke uitdagingen met zich mee en vraagt om specifieke oplossingen. Niet alleen de materialen veranderen, met de komst van de hybride en elektrische voertuigen zal er ook voor recyclagebedrijven veel veranderen. Febelauto werkte daarom een richtlijn uit om veilig aan de slag te kunnen met batterijen. Batterijen zijn niet meer geschikt voor wagens wanneer ze onder 80% van hun capaciteit duiken. Daarom onderzoekt Febelauto welke nuttige toepassingen ze nog kunnen hebben. Een voorbeeld daarvan is BORGT, een proefproject rond stationaire energieopslag voor woongebouwen en -buurten. Zo kunnen ze nog tien jaar een tweede leven krijgen. En ook erna liggen er nog mogelijkheden om de componenten te recupereren om er nieuwe batterijen van te maken. Zo circulair kan de toekomst van de wagen dus worden.   

Waalse grondverzetregeling op komst

Lees het gehele artikel

Vanaf 1 november is het zover. Dan zal in het Waalse Gewest een eigen grondverzetregeling in werking treden. Men wil op die manier ook daar een volwaardige traceerbaarheid van bodemmaterialen mogelijk maken met oog op valorisatie en recyclage. Dit artikel poogt u wegwijs te maken in de grote lijnen van de regelgeving.

In Vlaanderen is er al eventjes een uitgewerkte wetgeving rond het gebruik van bodemmaterialen. Wallonië kende het besluit van 14 juni 2001 over de valorisatie van bepaalde afvalstoffen, maar naar traceerbaarheid stelde dat weinig voor. Daar komt nu verandering in met de nieuwe grondverzetregeling.

Er wordt een onderscheid gemaakt in functie van het volume, de kwaliteit en de bestemming van de afgegraven gronden. Wanneer de site van oorsprong niet verdacht is, kunnen de gronden zonder kwaliteitscontrole op de zelfde site hergebruikt worden. Ze kunnen dan ook gebruikt worden op een andere site als die bestemming min of meer hetzelfde is (of minder gevoelig). Ook wanneer het volume dat bestemd is voor een ander terrein zich beperkt tot minder dan 10 m³ is er noch kwaliteitscontrole, noch traceerbaarheid vereist. Deze uitzondering geldt tevens voor grond van plantaardige producties: aarde die van suikerbieten, aardappels … vrijkomt.

Traceerbaarheid bij gronden tot 400 m³

Er geldt een verder onderscheid met 400 m³ als grens. Daaronder moet men geen kwaliteitscontrole uitvoeren, maar is traceerbaarheid wel verplicht. Op voorwaarde tenminste dat het om niet-verdachte gronden gaat. Dit zijn gronden waar geen verdere informatie rond bestaat in de ‘Banque de Données de l’Etat des Sols’ (categorie 1, 2 en 3) en waar dus geen verdenking van contaminatie is. Ook gronden afkomstig van wegeniswerken en bestemd voor wegeniswerken, vallen in deze categorie, ongeacht de hoeveelheden. Om de traceerbaarheid te realiseren moet men het transport van de afgegraven grond melden aan het beheerorganisme Walterre. Dat zal nagaan of het conform is met de vraag en of het materiaal compatibel is met het beoogde hergebruik.

Binnen de 24 uur volgt dan de toestemming voor het transport. De ontvanger moet dan vervolgens nog melden dat de gronden gearriveerd zijn. Het organisme stelt dan het Département des Sols et des Déchets op de hoogte van alle gegevens voor invoer in de Banque de Données de l’Etat des Sols.

Kwaliteitscontrole bij volumes hoger dan 400 m³ en bij verdachte gronden

Wanneer het om verdachte gronden gaat of volumes van meer dan 400 m³ komt er nog een kwaliteitscontrole bovenop. De opmaak van het Rapport de Qualité moet gebeuren door een expert en onder de verantwoordelijkheid van de uitvoerder van de werken nog voor de afgegraven gronden verplaatst worden. Er zijn ook geautoriseerde centra die kunnen instaan voor de controles en de verwerking van de gronden. De kwaliteitscontrole moet conform de Guide de Référence pour la Gestion des Terres en volgens het Compendium Wallon des Méthodes d’Echantillonnage et d’Analyse gebeuren. Het opgestelde rapport moet vervolgens naar het beheerorganisme die een Certificat de Contrôle de Qualité zal afleveren. Na de voormelding zal een transportdocument beschikbaar zijn dat het transport moet vergezellen tot op de bestemming.

Bezorgdheid in Vlaanderen

De komst van de regelgeving zorgt toch voor enige bezorgdheid bij Vlaamse verwerkers. De normen in Vlaanderen voor de toepassing van de gronden zijn afhankelijk van het type gebruik: vrij gebruik of bouwkundig bodemgebruik. Wallonië daarentegen kijkt meer naar het gebruik van de site van bestemming. Is het een natuurgebied, landbouwgebied, residentieel, recreatief of industrieel gebied of? De normen voor het gebruik in industriële zones zijn het minst streng. Hierdoor zouden bepaalde gronden die in Vlaanderen om reiniging vragen, zonder reiniging toepasbaar kunnen zijn op Waalse industrieterreinen. OVAM is al op de hoogte gesteld van deze mogelijke discrepantie en onderzoekt of er in die gevallen eventueel heffingen van toepassing kunnen zijn, zoals dat nu het geval is met nuttige toepassingen van grondverzet over de landsgrens.   


Infosessie tijdens Matexpo

Ook op Matexpo zal er aandacht zijn voor de nieuwe Waalse grondverzetsregeling. Go4circle organiseert op 13 september tussen 10 u. en 12 u. een infosessie in samenwerking met Antea Group. Er zal dieper ingegaan worden op hoe de regelgeving precies in elkaar zit en wat uw wettelijke verplichtingen zijn bij grondverzet in het Waalse Gewest.