Tagarchief: Europa

Load Assist nu standaard op Volvo wielladers in Europa

loadassist_2-kopieren
Lees het gehele artikel

Vanaf heden ontvangen alle klanten van nieuwe Volvo wielladers (model L120H tot L260H) in Europa standaard de Volvo Co-Pilot hardware met een selectie van Load Assist applicaties. Het systeem blijft optioneel op de L110H.

Volvo Co-Pilot toont real time gegevens van de machine op het scherm in de cabine zodat bestuurders hun productiviteit, efficiëntie en veiligheid kunnen verhogen. Volvo Co-Pilot stuurt eveneens gegevens naar een cloud zodat deze informatie ook van op afstand beschikbaar is. Dit maakt het ook een waardevol hulpmiddel voor wagenparkbeheerders.

Load Assist is de overkoepelende naam van een reeks applicaties die specifiek zijn ontworpen voor Volvo wielladers. Al deze applicaties zijn toegankelijk via het Co-Pilot scherm. Klanten hebben standaard toegang tot drie van deze applicaties: de toolbox applicatie (bevat notitieblok, rekenmachine met eenhedenconversie en weersvoorspellingen), een feed voor de achteruitkijkcamera (om twee afzonderlijke schermen in de cabine te vermijden) en Operator Coaching-applicatie.

Operator Coaching helpt bestuurders om hun Volvo wiellader optimaal te benutten door real time begeleiding te bieden bij problemen, zoals stationair draaien, remmen, gebruik van het gaspedaal en de lock-up functie. Operator Coaching helpt bestuurders te begrijpen hoe hun acties de productiviteit en efficiëntie beïnvloeden en helpt hen om verbeteringen of noodzakelijke wijzigingen in hun rijtechniek te identificeren.

MACHINES VOORBEREIDEN OP DE TOEKOMST

Ook ontvangen klanten standaard de benodigde hardware voor de On-Board Weighing applicatie (ingebouwde weegapplicatie), maar niet de software. De software kan extra aangekocht worden wanneer klanten de behoefte zien.

De On-Board Weighing applicatie geeft de bestuurder een idee van de laadcapaciteit in real time, met een nauwkeurigheid van +/- 1% per bak. De applicatie toont eveneens informatie zoals het totaal aantal vervoerde ladingen, het aantal cycli en – indien aangesloten op Volvo’s telematicasysteem CareTrack – de vervoerde lading per liter brandstof. Dit inzicht helpt bestuurders en wagenparkbeheerders om de productiviteit beter te beheren en overbelasting te voorkomen, wat op zijn beurt de slijtage van de machine, bandschade en overmatig brandstofverbruik beperkt.

De hardware voor On-Board Weighing wordt standaard geïnstalleerd omdat de kabelboom en druksensoren niet achteraf gemonteerd kunnen worden. Ze moeten in de fabriek gemonteerd worden omdat de nauwkeurigheid van het systeem afhankelijk is van hun exacte positionering. Door alle technologie die klanten mogelijk nodig hebben standaard toe te voegen, bieden we hen de mogelijkheid om van gedachten te veranderen en hun machines toekomstbestendig te maken. Volvo CE plant om in de toekomst meer Load Assist applicaties te lanceren, die mogelijk ook deze hardware gebruiken.

“Het standaard beschikbaar stellen van Load Assist voor meer klanten en het toevoegen van een nieuwe Operator Coaching-applicatie toont ons engagement om de mogelijkheden van Volvo Co-Pilot verder te ontwikkelen en een meerwaarde aan klanten te leveren. We helpen klanten ook om hun machines voor te bereiden op de toekomst”, zegt Jens Frid, Product Specialist Customer Services & Solutions in Europa, het Midden-Oosten en Afrika.

“De vraag naar kunststof zal naar verwachting verdrievoudigen”

foto-1-recyclepro-opening-polen-kopieren
Lees het gehele artikel

Er gebeurt veel in de wereld van kunststofrecyclage. Verschillende landen sluiten hun grenzen voor plastic afval, bedrijven worden ‘groener’ en de consument wordt geïnspireerd om mee te doen. Van Werven heeft kunststofrecyclage al veel langer op zijn agenda en speelt in op alle veranderingen. Wat is volgens het bedrijf de toekomst? Ton van der Giessen, CEO Van Werven, geeft zijn visie.

Waarom vestigt Van Werven zich door heel Europa?

“Voor continuïteit in de afzet van recyclaat moeten we goedkoper zijn dan primaire grondstof. Hiervan is de prijs over de hele wereld nagenoeg gelijk. Of je primaire grondstof koopt in Amerika, Azië, België of Nederland, de basisprijs maakt geen verschil. Alleen volumegrootte of transportkosten hebben daar nog invloed op. Daarnaast moeten we goedkoper zijn dan afval dat vaak nog wordt verbrand of gestort. Dit laatste valt of staat met de nationale wet- en regelgeving. In landen waar je voor een paar euro je afval kan storten, bestaat er voor ons geen businessmodel. Maar als een land belasting gaat heffen op het storten van afval, zoals in Engeland, of een sorteerplicht instelt voor recycleerbaar afval, zoals in Duitsland, wordt het interessant voor Van Werven. Uiteindelijk moet het aantrekkelijker zijn om het recycleerbaar afval naar ons te brengen, dan naar de stortplaats of een verbrandingsoven. Een idealist zou het nog wel willen brengen, maar de meerderheid werkt niet mee als het meer geld of moeite kost. Omdat we grote volumes recyclaat nodig hebben, vestigen we ons in verschillende landen waar het businessmodel economisch haalbaar is.”

Waarom heeft Van Werven zo’n groot volume recyclaat nodig?

“In het kort gezegd, om een speler te kunnen zijn in de markt. Onze visie is gericht op hoogwaardig terugzetten van het recyclaat in nieuwe producten. Anders gezegd, van een tuinstoel weer een tuinstoel maken en van buizen weer buizen. De voorwaarde is dat er hoogwaardig recyclaat geleverd wordt. Daarom halen wij uit de gemengde stroom kunststofafval die bij ons binnenkomt, vijftig verschillende eindproducten. Als we naar een industrie gaan met een monster en we op jaarbasis 500 ton kunnen leveren, wordt er geantwoord dat we terug mogen komen als we minimaal 2.000 ton kunnen leveren. Immers, voor een kleine hoeveelheid gaan ze hun productieproces niet veranderen. Wij hebben grote hoeveelheden nodig, daarom zijn we naast België in nog vijf andere landen actief. Onze uitdaging is niet het verkopen van ons eindproduct, wel het vinden van voldoende plastic afval.”

Welke mogelijke effecten kunnen van grote invloed zijn op de toekomst van Van Werven?

“De Europese regels hebben zeker effect op onze onderneming. Neem bijvoorbeeld het verbod op de productie van eenmalige plastic wegwerpproducten. Dit is het begin van een visie die veel verder doorgetrokken kan worden. Wat zou het effect zijn als ‘groene’ primaire grondstof de toepassing wordt in Europa? De vraag naar kunststof zal naar verwachting tot 2050 nog verdrievoudigen. Enerzijds door de groei van de wereldbevolking en anderzijds door de groei van de welvaart. Bovendien worden er veel meer toepassingen van kunststof gemaakt. Neem bijvoorbeeld de bouwindustrie. Veel kunststof producten hebben daarin een lang leven. Mooi natuurlijk, maar dat betekent ook dat niet alles van recyclaat kan worden gemaakt. Daarvoor is er gewoon weg te weinig plastic afval! Anders gezegd, wordt in de toekomst, de primaire industrie, de afnemer van recyclaat om een ‘groene’ basisgrondstof te kunnen leveren? Zo kan zij bovendien de hoeveelheid aan CO2-emissie verminderen die bij de productie van primaire grondstof vrijkomt.”


Van Werven is een 74 jaar oude Nederlandse familieonderneming met activiteiten in de infra, afvalinzameling en recyclage, bio-based products en kunststofrecyclagebranchee. In de recyclage van gebruikte harde kunststoffen is Van Werven met zijn zes vestigingen in Noord-Europa (Nederland, België, Engeland, Ierland, Zweden en Polen) marktleider in Europa. Zo werden vorig jaar met de volledige Europese Van Werven kunststofrecyclagevestigingen 125.000 ton diverse, nieuwe hoogwaardige grondstoffen gemaakt die ook na gebruik weer keer op keer opnieuw kunnen worden gerecycleerd. Zoals in meerdere andere landen werd er naast de eerste sorteerinstallatie in België (Lanaken) vorig jaar op dezelfde plek in een heuse fabriek geïnvesteerd die vandaag 100% PUUR Belgische grondstoffen maakt! Vanaf april heeft Van Werven er zijn tweede sorteerinstallatie in gebruik genomen, zodat de fabriek volledig optimaal kan beleverd worden.


‘De vraag naar plastic producten zal van nu tot in 2050 verdrievoudigen’. Dat is de voorspelling. Oorzaken van deze stijging zijn de groei van de wereldbevolking en de toenemende welvaart in meerdere werelddelen. Daarnaast groeit ons ‘plastic bezit’ door de toepassing van lang cyclische plastic producten in bijvoorbeeld de bouw. We moeten dertig keer zoveel recyclen, om in 2050 driekwart van al het plastic afval op de wereld opnieuw te kunnen gebruiken. Om in 2050 echter aan de voorspelde vraag te kunnen voldoen, is er alsnog twee keer zoveel primaire grondstof nodig. Kortom, ‘100% circulair zijn’ vraagt om meer maatregelen en alternatieven.

Waterproducent legt de lat van gerecycleerd materiaal nu al op 100%

dsc_0006-kopieren
Lees het gehele artikel

Europa besliste eind vorig jaar om 30% gerecycleerd materiaal te verplichten in nieuwe plastic flessen vanaf 2030. Dat lijkt misschien een harde noot om kraken maar toch zijn er al bedrijven die vandaag ver boven deze lat uitkomen. Bar-le-Duc is er zo een. Het Nederlandse familiebedrijf verpakt zijn water en gerelateerde producten sedert 2016 in flessen van 100% gerecycleerd plastic. Een mooi voorbeeld van hoe het ook kan.

Bar-le-Duc kent in België misschien nog weinig bekendheid maar verovert in Nederland steeds meer plaats op de winkelrekken voor zijn water en water met smaakjes. “Dat we nog steeds een familiebedrijf zijn, zet ons in een luxepositie om een eigen, duurzame koers te varen”, vertelt Bram Pluijm, projectmanager Duurzame Samenwerkingen bij de waterproducent. “Met de verhoogde aandacht voor het milieu, wilden we zelf ook ons steentje bijdragen. De beste aanpak om onze eigen impact te verlagen, leek ons het volledig stoppen met het gebruik van virgin materialen voor onze flessen.” Nederland verplicht overigens al een aandeel van 23 à 28% gerecycleerd materiaal. In 2016 ging Bar-le-Duc op zoek naar een nieuwe partner om grondstof voor gerecycleerde flessen te verzamelen. “In Nederland bestaat er een systeem van statiegeld voor de grote kunststof flessen. Dat maakt dat er meer dan voldoende kwalitatief materiaal aanwezig is om mee aan de slag te gaan. Het is eigenlijk zonde om daar niet meer gebruik van te maken zodat het zijn waarde kan behouden”, aldus Pluijm.

100% gerecycleerd materiaal

Bar Le Duc

“We willen laten zien dat het mogelijk is om gerecycleerde materialen te gebruiken en dat er geen excuses zijn om het niet te doen.”

 

“Bar-le-Duc legde de lat meteen hoog en koos voor 100% gerecycleerd materiaal in zijn flessen. Momenteel brengt dat weliswaar een meerkost met zich mee, toch kiest de waterproducent resoluut voor de ingeslagen weg. Pluijm: “Virgin plastics profiteren ook van de lage olieprijs, waardoor je als bedrijf vandaag geen winst doet door voor gerecycleerd materiaal te kiezen. Daarom vinden we het goed dat Europa een verplicht gehalte aan gerecycleerde content vooropstelt. Het zal een betere markt en een betere prijs creëren voor gerecycleerd materiaal.” Pluijm hoopt dat er tegelijk meer deuren zullen opengaan bij retailketens in Nederland en België. “We zijn geen grote multinational met budgetten om ons een plaatsje op het winkelschap te kopen. Een duurzaam verhaal volstaat niet om een kans te krijgen. Maar met de verhoogde aandacht voor duurzaamheid en het gebruik van gerecycleerde materialen hopen we meer mogelijkheden te krijgen om in gesprek te gaan en hen te overtuigen van de meerwaarde van ons product en onze verpakking”, geeft Pluijm aan.

Volgende stappen

Intussen blijft Bar-le-Duc uitkijken naar manieren om zijn flessen nog groener te maken. “De technologie staat momenteel nog niet zo ver dat we ook onze etiketten en onze flesdoppen uit volledig gerecycleerd materiaal kunnen maken. Dat moeten de volgende stappen zijn. Ons water is een 100% natuurlijk product, ons gegeven door een bron 140 m onder de grond. Die willen we vrijwaren voor de komende generaties door zelf het goede voorbeeld te geven op vlak van duurzaamheid. We willen laten zien dat het mogelijk is om gerecycleerde materialen te gebruiken en dat er geen excuses zijn om het niet te doen”, besluit Pluijm. 

Europa verplicht 30% gerecycleerde materialen in drankflessen

recyclepro
Lees het gehele artikel

In december ging de kogel door de kerk. Europa heeft beslist om een verplichting rond de aanwezigheid van gerecycleerd materiaal in drankflessen op te leggen. Voor 2025 gaat het al om 25% in petflessen, vanaf 2030 moeten alle drankflessen zelfs 30% gerecycleerd materiaal bevatten. Volgens FEAD is dit een belangrijke stap richting circulaire economie. RecyclePro had een gesprek met policy officer Aurore Mourette.

De SUP directive (single use plastics), waarin Europa een aantal maatregelen naar voren schuift om het aantal kunststoffen voor eenmalig gebruik terug te dringen, haalde de voorbije maanden de nodige media-aandacht. Door afscheid te nemen van plastic rietjes, oorstaafjes, wegwerpbestek, ballonstokjes … zou de plastic soep in de oceanen moeten afnemen en de vervuiling op stranden stoppen. Wat minder in het oog sprong was een bijkomende maatregel die de producenten van kunststof drankflessen een verplichting oplegt om gerecycleerd materiaal te gebruiken. In december moest hierover gestemd worden. Hoewel er de nodige onderhandelingen aan voorafgegaan zijn, heeft Europa nu toch het licht op groen gezet voor een verplicht aandeel van gerecycleerd materiaal in drankflessen. “Dit was een essentieel instrument om ook de inzamelingstarget van 90% die Europa opgelegd heeft voor 2029 te halen”, opent Aurore Mourette van FEAD. “Hoe groter de vraag naar secundaire grondstoffen, hoe meer er zal geïnvesteerd worden in de inzameling, sortering en recyclage van plastic flessen.”

Markt creëren in Europa voor plastic afval

Dat men eerst het oog op petflessen richt met een target van 25% gerecycleerde content tegen 2025 vindt Mourette een logische keuze. “De inzameling staat al op punt en het materiaal behoudt zijn foodgrade kwaliteit, waardoor de voedselveiligheid sowieso niet onder druk komt te staan.”

Toch verliep de discussie niet zonder slag of stoot in het Europese parlement. De lidstaten zijn verdeeld over dit onderwerp, omdat niet iedereen al even ver staat met de selectieve inzameling en verwerking van materialen. Mourette: “Net daarom is het zo belangrijk dat de knoop nog in deze legislatuur is doorgehakt. We konden ons geen verder uitstel meer veroorloven als we werk willen maken van een circulaire maatschappij. Toen China zijn grenzen sloot voor ons afval was het een wake-up call om hier in Europa een markt te gaan creëren. Omdat Europa er nu zijn volle gewicht achter zet om producenten te verplichten om voor gerecycleerd materiaal te kiezen, zal er wel moeten geïnvesteerd worden in recyclage- en sorteerfaciliteiten. Het is het momentum bij uitstek om een inhaalbeweging te maken. Maar het zal uiteraard wel nog tijd kosten om het te realiseren.”

Werk maken van investeringen

Dat het nu niet louter om een doel gaat dat Europa vooropstelt maar om een werkelijke verplichting is volgens Mourette de perfecte stok achter de deur om werk te maken van investeringen. “En die zijn niet gering. Naar schatting is er zo een 10 miljard euro voor nodig om de nodige vervangen door beoogde infrastructuur uit de grond te stampen over heel Europa. Zonder dit sterke signaal van het parlement zou gerecycleerd materiaal qua kostprijs de duimen moeten blijven leggen tegen virgin kunststoffen. Dit zal het economisch model van de recyclage van pet en andere kunststoffen realiseerbaar maken en daar profiteren we als maatschappij met zijn allen van”, besluit Mourette.

Europa verplicht het gebruik van gerecycleerde kunststof in nieuwe plastic drankverpakkingen

Lees het gehele artikel

Na maanden van onderhandelingen heeft Europa in de nacht van dinsdag 18 op woensdag 19 december 2018 een akkoord bereikt over de Single-Use Plastics richtlijn. Daarmee zette Europa ook het licht op groen voor een verplicht gebruik van gerecycleerde kunststoffen in de productie van plastic drankflessen tegen 2030. Een beslissing die de afval- en recyclagesector met open armen onthaalt.

Eurocommissaris Frans Timmermans zette in zijn speech begin 2018 al de toon door te zeggen dat van de 50 miljoen ton polymeren (de bouwstenen van plastics) die jaarlijks in Europa worden geproduceerd, slechts 7% afkomstig is van gerecycleerde polymeren.

Verplicht 30% recycled content

De afgelopen maanden hebben de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad onderhandeld over een Europese ontwerprichtlijn die hierin verandering moest brengen. Met succes. In december werd een richtlijn goedgekeurd die voorschrijft dat alle plastic drankflessen op de Europese markt vanaf 2030 minstens 30% gerecycleerde kunststoffen moeten bevatten. Het gaat dus niet alleen om pet, maar ook om drankflessen die andere plastics bevatten (bijvoorbeeld plastic melkflessen). “Europa heeft begrepen dat een verplichting op het gebruik van gerecycleerde materialen nodig is om materialen na gebruik opnieuw in omloop te krijgen”, zegt Stany Vaes, algemeen directeur van go4circle. Sommige producenten en verpakkers doen dit vandaag al, zoals Spadel en Chaudfontaine.

Symbolisch precedent

Volgens go4circle schept deze beslissing een belangrijk symbolisch precedent. Een Europese verplichting om gerecycleerd materiaal te gebruiken, zal de recyclagemarkt vooruitstuwen en investeringen in de sector stimuleren. Daarnaast zal het ook een keerpunt betekenen. De mindset zal meer en meer richting recyclage evolueren, ook voor andere materialen. Met andere woorden, deze beslissing zal onze economie richting circulariteit sturen. Bovendien kan deze verplichting ook de poort openen voor andere initiatieven om het gebruik van gerecycleerd materiaal aan te zwengelen. Er bestaan heel wat mogelijkheden. Denk aan heffingen op producten die geen gerecycleerd materiaal gebruiken, een maatregel die Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in 2019 zullen invoeren. Daarnaast zijn er ook nog enkele wettelijke beslommeringen weg te werken. Zo is het in Nederland perfect mogelijk om gerecycleerd plastic te gebruiken in de productie van afvoerbuizen (Nederlandse buizen bevatten gemiddeld 40% gerecycleerde kunststof), terwijl dit in België niet mag. Afwachten wat de toekomst nog in petto heeft. Voor nu kunnen we ons als sector alvast richten op de invoering van die broodnodige verplichte recycled content.

Nieuwe manier om recyclagegraad te berekenen

Lees het gehele artikel

Europa wil tegen 2035 gemiddeld 65% van het huishoudelijk afval gerecycleerd zien. Dit cijfer geldt als een gemiddelde voor al zijn lidstaten samen. Om er zeker van te zijn dat het doel gehaald wordt, wil men ook de manier waarop de recyclagegraad berekend wordt herbekijken. De huidige manier van werken vertelt immers meer over welke tonnages ingezameld werden en zegt niks over hoeveel percent daarvan een nuttige herbestemming krijgt. Bovendien zijn er grote verschillen tussen landen.

Europa wil dat haar lidstaten in de toekomst hun echte recyclagegraad communiceren op een geharmoniseerde manier. De aanpak van lidstaten vandaag vertoont te veel inconsistenties. De recyclagegraad wordt eigenlijk op verschillende plaatsen langs de recyclagewaardeketen gemeten. Voor meerdere lidstaten komt dat er bijvoorbeeld op neer dat ze enkel controleren welke hoeveel­heden afval er worden verzameld, ongeacht of dat afval erna verdere sortering en herbestemming krijgt of het naar een verbrandingsoven of stort gaat. Met andere woorden, de aluminium blikjes worden dan misschien wel ingezameld. Maar als ze achteraf niet in een individuele stroom gesorteerd worden en voorbehandeld worden voor specifieke mechanische processen om een tweede leven te krijgen, dan is er eigenlijk geen sprake van recyclage. Als lidstaten hun meetpunten voor die processen leggen, dan is er geen enkele stok achter de deur om erover te waken dat de benodigde stappen voor de terugwinning van grondstoffen zullen worden genomen.

Voordelen van nieuwe methodiek

De Europese Commissie is vastberaden om met een nieuw plan van aanpak te komen dat recyclage verder in de keten meet. Daarin zou de recyclagegraad meteen na de mechanische sorteerfase gemeten worden, op voorwaarde dat het afval effectief herverwerkt wordt in producten, materialen of substanties als deel van een finaal recyclageproces. Hier zijn twee grote voordelen aan verbonden. Allereerst zullen alle lidstaten op die manier op dezelfde manier hun recyclage gaan meten, wat de deur opent voor benchmarking en optimalisering. Daarnaast komt de focus te liggen op de terugwinning van materialen, wat in feite de essentie is van recycleren binnen een circulaire economie. Deze boodschap wordt ook uitgedragen door drie internationale federaties (Eurofer, CEPI en Eurometaux). Guy Thiran, directeur-generaal van Eurometaux: “Zolang we geen gemeenschappelijke methodiek ontwikkeld hebben, maakt het niet uit welke targets we vooropstellen. We kunnen het realisme en de ambitie van recyclagedoelen pas aflezen wanneer we weten wat de lidstaten precies zullen meten.”

Uitdagingen verbonden aan nieuwe methodiek

Het gevolg van deze nieuwe berekeningsmethode is dat de gestelde targets meteen een stuk ambitieuzer zullen lijken. Het gevaar daarvan is dat een inefficiënte verwerking zou aangemoedigd worden, gewoon maar om de targets te kunnen halen. Er gaat nu eenmaal ook een bepaald gewicht verloren dat geen nieuw leven als secundaire grondstof zal beschoren zijn. De vooropgestelde methodiek brengt bovendien een aantal extra uitdagingen met zich mee. De recyclagebedrijven zullen immers veel meer in hun kaarten moeten laten kijken dan nu het geval is, waar niet iedereen zal om staan springen. Men zal helaas ook nog geen oordeel kunnen vellen over de kwaliteit van de uiteindelijke recyclage door het meetpunt verder in de keten te leggen.