Tagarchief: Emmanuel Katrakis

Exportrestricties zouden een circulair Europa in de weg staan

DSC_3769 kopiëren
Lees het gehele artikel

Tussen 1990 en 2030 moeten de broeikasgassen met 55% gedaald zijn. Recyclage zal daar een sleutelrol in spelen. Hoe meer recyclaat we gebruiken, hoe minder CO2 er nog vrijkomt bij de productie van virgin materialen. Laten we ze dan ook alle wind in de zeilen geven en de vleugels niet afknippen met exportrestricties.

De recyclage-industrie vandaag kent grosso modo drie grote prioriteiten. Ten eerste wil ze een grotere vraag naar recyclaat op gang brengen. Uit de statistieken van Eurostat blijkt dat Europa vandaag nog maar 12% circulair is. We hebben dus wel nog een weg af te leggen om recyclaat meer ingang te doen vinden. Het opleggen van bindende targets rond recycled content is duidelijk de manier voorwaarts in dit verhaal. De recyclagedoelen die eerder al naar voren geschoven zijn voor pet, hebben heel wat in beweging gebracht. De vraag naar gerecycleerd pet voor foodgrade toepassingen is enorm gestegen. In die mate zelfs dat de afhankelijkheid van de olieprijzen wegviel. Waar quasi alle kunststoffen zwaar te lijden hadden onder de impact van de coronapandemie en de gedaalde olieprijzen, bleven die voor pet relatief goed overeind. Zelfs gematigde targets stuwen de markt dus al de juiste richting uit. Het moment is nu aangebroken om recycled content doelstellingen uit te breiden naar andere stromen dan kunststoffen om circulaire waardeketens te versterken.

Ten tweede heeft de recyclage-industrie nood aan een beter functionerende interne markt. Afval is een complexe materie die bovendien in de verschillende lidstaten een eigen interpretatie krijgt. Met andere woorden, er zijn te veel verschillende regels in voege die het speelveld voor recyclagebedrijven enerzijds scheeftrekken maar het anderzijds voor alle partijen moeilijker maakt om zaken te doen. Want afval moet niet alleen met concurrentie tussen regio’s en landen afrekenen, maar wordt ook nog eens in de weegschaal gelegd ten opzichte van virgin materialen. Nochtans kan het even goed een grondstof zijn. Moet recyclaat dat voldoet aan alle kwaliteitseisen van virgin materialen dan niet af van zijn status ‘afval’ en het kluwen van regels dat daarmee gepaard gaat? Moet dat recyclaat dan niet op dezelfde voet staan als virgin materialen? 

Ten derde moeten grondstoffen die via recyclage gerecupereerd worden dan ook vlotter toegang krijgen tot internationale markten. Vandaag gelden er geen exportrestricties buiten Europa, op uitzondering van China. Maar er gaan meer en meer stemmen op om daar werk van te maken. Dat zou nefast zijn voor de recyclage-industrie en voor de circulaire economie. Uiteraard zijn we voorstander van alle strenge restricties die gelden op afval waar niks mee aan te vangen valt. Denk bijvoorbeeld aan gemengde kunststoffen, die moeten we hier eerst behandelen en niet zomaar exporteren. Maar er moet een wezenlijk verschil bestaan tussen dat afval en tussen recyclaat dat aan alle kwaliteitsstandaarden voldoet. Die procedures kosten nu te veel tijd en administratie. In plaats van exportrestricties moet het net makkelijker kunnen. Er moet een soort ‘fast lane’ komen voor faciliteiten die werken volgens de regels van de kunst. 

Geen enkel land kan voor elke afvalstroom de juiste faciliteiten binnen de eigen grenzen uitbouwen. Europa zal zijn ambitie om circulair te worden dan ook nooit kunnen waarmaken als het zijn grenzen wil sluiten voor recyclaat. Daarvoor is de wereld te globaal geworden. Als we net meer onafhankelijkheid willen bereiken in het Europese grondstoffenbeleid, dan moeten we onze recyclage-industrie vooruit helpen en niet tegenwerken. Dan moeten we het eenvoudiger maken om grondstoffen uit afval te verhandelen. Anders dreigt het volledige circulaire circuit als een kaartenhuisje in elkaar te stuiken.