Tagarchief: Eenheidsreglement

Debat over bouw- en sloopafval

Lees het gehele artikel

De komst van het Eenheidsreglement heeft wat teweeg gebracht in de wereld van bouw- en sloopafval. Tijdens de afgelopen editie van Matexpo, stond er een infosessie van go4circle op het programma. Daarin lieten ook vier experten ter zake elk vanuit hun eigen optiek hun licht schijnen over de problematiek. Dino Henderickx, Kris Nys, Philippe Van de Velde en Corneel Zwijzen maakten er een geanimeerd en informatief gesprek van. RecyclePro bezorgt u de samenvatting.

Matexpo brengt naar aloude traditie het kruim van de bouwwereld bijeen in Kortrijk Expo begin september. Dit jaar stond ze meer dan ooit in het teken van de sloop- en recyclage-industrie met meer ruimte op de beursvloer en de aanwezigheid van grotere machines. Het ideale decor om bezoekers en geïnteresseerden in bouw- en sloopafval ook grondig te informeren over nieuwe ontwikkelingen. De infosessie van go4circle stond daarom in het teken van de Waalse grondverzetregeling die in oktober van start ging, het nieuwe asbestafbouwplan van OVAM en de Vlaamse regering en een debat rond bron- of nasortering van bouw- en sloopafval. RecyclePro zoomt in op het panelgesprek en leidt u langs de belangrijkste punten van het gesprek.

Voorkeur voor bronsortering?

Het was CASO voorzitter Dino Henderickx die de debatten mocht openen. “Voor ons heeft bronsortering de voorkeur, zeker wat betreft gevaarlijke afvalstoffen. Hoe beter u toeziet op selectief slopen, hoe minder transport er zal nodig zijn. Maar er moet toch vooral pragmatisch mee omgesprongen worden. Plaatsgebrek, veiligheidsoverwegingen, de juiste installaties voor het werk … het zijn allemaal redenen waarom nasortering in bepaalde gevallen de betere keuze kan zijn.” Kris Nys, general manager van Bruco Containers, ziet nog een bijkomende reden voor nasortering: “De vakbekwaamheid van het sorteerpersoneel wordt nog te vaak onderschat. Die kennis is niet aanwezig bij bouwvakkers.”

Voorwaarden voor sortering aan de bron

Maar wat zijn dan de voorwaarden voor een goede sortering aan de bron en hoe zuiver moeten stromen zijn? “De zuiverheid zal een rechtstreekse impact hebben op de economische haalbaarheid”, stipt Philippe Van de Velde, beleidsmedewerker OVAM aan. “Voor steenachtige materialen is dat niet het moeilijkste verhaal. Die zijn relatief makkelijk te verwerken en weer in te zetten. Voor andere stromen is dat minder evident. Via proefwerven hebben we daarom gepoogd de nodige gegevens te verzamelen om politiek de juiste beslissingen te kunnen nemen.” Henderickx kaart wat dat betreft de hoeveelheid restafval aan die nog aanwezig is in te slopen gebouwen. “Het is niet eenvoudig voor een sloper om daar wegwijs in te raken.”

Dino Henderickx, Kris Nys, Philippe Van de Velde en Corneel Zwijzen maakten er een geanimeerd en informatief gesprek van op tijdens de infosessie Matexpo.

 

Theorie en praktijk verschillen

De aanwezigheid van dergelijk residumateriaal vormt echter geen problemen voor het nasorteren. Nys: “Er zal altijd wel residu zijn, maar wanneer het bij ons arriveert sorteren we het zonder probleem uit. In theorie zijn aparte containers voor elke stroom mooi, maar in de realiteit wil de burger niet voor drie containers betalen.” Als projectverantwoordelijke bij keuringsinstantie CERTIPRO kan Corneel Zwijzen is het belangrijk om duidelijke afspraken te maken. “De sorteerder weet wel wat hij aankan. De komst van het kwaliteitsborgingssysteem heeft een nieuwe manier van werken ingeluid. De sorteerlijnen worden dagelijks gecontroleerd waardoor de stromen ook beter in orde zijn.”

Meer controle nodig

Het schoentje knelt vooral bij het gebrek aan handhaving en controle. Henderickx: “Het tekort eraan werkt misbruik in de hand. De sloopwereld is enorm versnipperd. In de particuliere wereld zijn ook heel wat niet-erkende slopers actief. Dat zorgt voor een enorme handicap. Tracimat zorgt voor extra plichten en kosten, maar niet voor een gelijk speelveld.” Een duidelijker wettelijk kader zou ook al een stap in de goede richting zijn. “Wat mag er in een gemengde container voor bouw- en sloopafval? Welk residu is aanvaardbaar? Daar zou duidelijkheid rond moeten komen”, onderstreept Nys. Naar die verzuchting heeft Van de Velde wel gehoor: “Het is een complexe materie. Daarom moet sorteren een en-en verhaal zijn. Selectief slopen aan de bron moet de regel zijn, maar wanneer het economisch en technisch beter is, is nasortering de juiste keuze. Het uitgangspunt in die keuze moet altijd zijn om materialen weer zo hoog mogelijk in de keten in te zetten.”

Hoogmilieurisicopuin niet gevaarlijk

Zal Tracimat en het onderscheid tussen hoog- en laagmilieurisicopuin dan voor soelaas zorgen? “Ik wil eerst duidelijk stellen dat hoogmilieurisicopuin geen gevaarlijk materiaal bevat. De term kan wat dat betreft voor verwarring zorgen”, geeft Van de Velde aan. “Gevaarlijke stoffen mogen sowieso niet naar de breker. Het onderscheid tussen hoog en laag zegt vooral iets over wat de breker nog moet doen ermee.” Voor Nys legt het systeem de verkeerde focus. “Laat ons vooral het eindproduct goed controleren en daar over de kwaliteit waken. De meeste grote sorteerders hebben het kwaliteitborgingssysteem intussen geïmplementeerd. Maar is het materiaal daardoor beter? Het voegt vooral een extra niveau van controle toe.” Voor Henderickx zullen er pas echt garanties op veilig werken komen, als er geen mogelijkheden meer bestaan om aan het circuit te ontsnappen.  

Verplicht kwaliteitsborgingssysteem voor sorteerinrichtingen

mg_2749-kopieren
Lees het gehele artikel

Sinds de wijziging van het VLAREMA op 5 maart 2018 en het Eenheidsreglement op 24 augustus 2018 zijn sorteerders voortaan verplicht om over een kwaliteitsborgingssysteem met certificatie te beschikken. Zonder kunnen ze niet langer puin afvoeren naar de breker. Voor veel bedrijven bleek vooral de verplichte afzeving die hieruit volgt de grootste horde. RecyclePro had een gesprek met Kim De Jonghe van COPRO over de impact van de nieuwe wetgeving.

Het Eenheidsreglement maakt sinds 24 augustus 2018 een onderscheid tussen puin met een laagrisicomilieuprofiel (LRMP) en een hoogrisico­milieuprofiel (HRMP). Wie met zijn bouwafval in categorie HMRP valt zal gevoelig meer betalen voor het breken. De bedoeling is om op die manier sorteren aan de bron te stimuleren en zodanig zuiverdere en dus hoogwaardigere afvalstromen te creëren. Dit heeft niet alleen een impact op de brekers, er wordt ook vroeger in de keten gekeken. Voor sorteerders geldt er daarom sinds de wijziging van het VLAREMA en het Eenheidsreglement de verplichting om over een gecertificeerd kwaliteitsborgingssysteem te beschikken. Zonder certificatie zullen zij met hun puin niet meer bij een breker terecht kunnen. COPRO staat in voor die certificering volgens bijlage 3 van het Eenheidsreglement.

Het kwaliteitsborgingssysteem

Wat houdt een kwaliteitsborgingssysteem nu concreet in voor sorteerders? Allereerst zijn er een aantal algemene verplichtingen. Zo moeten alle gevaarlijke afvalstoffen, asbest-verdachte materialen en niet-steenachtige fracties verwijderd worden en moet het sorteerzeefzand worden afgezeefd van het sorteerzeefpuin. De sorteerder moet beschikken over een kwaliteitsplan dat de algemene werking (organisatie, proces, procedures) beschrijft. Bij de acceptatie moet er de nodige aandacht gaan naar de te aanvaarden en te weigeren stromen. Daarvoor moet er een acceptatiereglement worden opgemaakt. Controle gebeurt dan aan de weegbrug en op de aanvoerbon, alvorens de geaccepteerde hoeveelheden en de geweigerde vrachten te registreren. Het is belangrijk dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen bouw- en sloopafval en gemengd afval om tot een hoogwaardiger eindproduct te komen. Er ontstaat enkel bij het afzeven van bouw- en sloopafval sorteerzeefzand. Bij het gemengd afval valt de fijne fractie onder fluff. Het uitgekeurd sorteerzeefpuin (fractie groter dan 20 mm, controle volgens kwaliteitsborgingssysteem voor sorteerinrichtingen) moet als LRMP naar breker. Het sorteerzeefzand (fractie tot 20 mm, certificatie volgens Eenheidsreglement) moet ofwel zelf gecertificeerd worden of moet naar een erkende verwerker worden afgevoerd. Om het sorteerzeefpuin af te voeren naar de breker moet er een contract bestaan tussen de sorteerinrichting en de breker. Dit contract legt de afspraken omtrent leveringen vast en de werkwijze bij non-conformiteiten van asbest-verdachte materialen en fysische verontreinigingen.

Verplicht kwaliteitsborgingssysteem voor sorteerinrichtingen

Zelfcontrole met monsternemingen

Het sorteerzeefpuin moet een controle op fysische verontreinigingen (alle niet-steenachtige materialen zoals hout, plastiek, metalen …) en asbest-verdachte materialen ondergaan. Visueel moet dat dagelijks gebeuren. Daarnaast moet er op geregelde tijdstippen een monster worden genomen voor deze controle. De eisen voor deze controle zijn zeer streng: 0,2 m/m% voor de fysische verontreinigingen en 0,02 m/m% voor de asbest-verdachte materialen. De resultaten van deze controle worden geregistreerd. Indien het sorteerzeefzand wordt gecertificeerd, moet het worden gecontroleerd volgens het Eenheidsreglement (zowel milieuhygiënisch als bouwtechnisch). De proeven berusten op een systeem van zelfcontrole, maar tijdens de certificatie worden ze wel tweemaal gecontroleerd door de certificatie-instantie. Bij niet-conforme resultaten zal er een nieuwe monsterneming volgen en moeten er corrigerende maatregelen genomen worden. Ten slotte spreekt het kwaliteitsborgings­systeem nog over voorraadbeheer (o.a. gescheiden opslag, opmaak situatieplan …), de afvoer (o.a. vereisten afvoerbon …) en de jaarlijkse rapportering (o.a. massabalans, overzicht afgevoerde hoeveelheden …).

Extern toezicht

De controle op dit alles gebeurt door een certificatie-instantie. COPRO is er daar een van. Zij gaan tijdens deze procedure de geldigheid van de zelfcontrole na en zien toe op de correcte afvoer van het sorteerzeefzand en het sorteerzeefpuin. Verder wijzen ze een registratienummer toe. Er zal per 20.000 ton met een minimum van tweemaal per jaar een inspectie gebeuren. Daarbij wordt het acceptatiebeleid onder de loep gelegd, alsook de uitrusting van de sorteerinrichting, de organisatie van de zelfcontrole, de controle van het sorteerzeefzand en sorteerzeefpuin, het voorraadbeheer … COPRO zal verder de registraties nakijken en de monsternemingen en de proeven op puin bijwonen. Verantwoordelijke Kim De Jonghe: “Voor sorteerinrichtingen is de belangrijkste verandering dat er nu verplicht moet afgezeefd worden. Velen beschikten nog niet over de juiste uitrusting hiervoor, wat toch een investering met zich meebrengt. Wie alles toch volgens de regels van de kunst uitvoert en een opsplitsing maakt tussen sloopafval en gemengde stromen, is niet alleen in orde met de wetgeving, maar zal bovenal met een zuiverdere fractie eindigen. COPRO is daarom ook op zoek gegaan naar betere toepassingen. Zo mag het gecertificeerde sorteerzeefzand voortaan dienen voor gebruik in granulaatcement. Een meer hoogwaardige toepassing, waardoor ze meer centen voor hun product kunnen vangen. En ook bij de breker betaal je voor LRMP puin een lagere prijs.”