Tagarchief: duurzaam

Renewi start een project met SMART trucks

AI-Trucks-LR
Lees het gehele artikel

Renewi België investeert in innovatieve SMART trucks met als doel correct te scheiden aan de bron. Vanaf midden 2022 zijn alle trucks uitgerust met artificieel intelligente camera’s.

De ambitie van Vlaanderen is om de circulaire hub van Europa te worden. Materialen zo lang mogelijk in de productkringloop behouden is daarbij het doel.  Als materiaal wel te verstaan, niet als energie. De circulaire economie aanjagen is de ambitie waar waste-to-productbedrijf en Belgisch marktleider Renewi graag het voortouw in neemt. Hoogwaardige recyclage is een belangrijke eerste stap om de circulaire economie de noodzakelijke boost te geven.

“Wij beschouwen het, als waste-to-product marktleider en verbinder in de circulaire economie, als onze plicht om iedereen bewust te maken dat juist uitsorteren een voorwaarde is om te kunnen recycleren. Op die manier bouwen we mee aan een circulaire economie, waarbij wij claimen dat afval niet bestaat!”, zegt Mark Thys, Managing Director Renewi België. “Iedereen zal hierin zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. Sorteren is cruciaal om hoogwaardig secondaire materialen te produceren.  Wij blijven investeren in innovatieve methoden om een tweede leven te geven aan afval”, aldus Thys.

Investeren in slimme camera’s, en daardoor goed de verschillende stromen van afval identificeren, is een belangrijke innovatieve methode om de circulaire economie, en dus de ambitie van Vlaanderen te stimuleren”, zegt Mark Thys, Managing Director Renewi België.

Deze camera’s komen er niet zomaar. Ze moeten Renewi helpen om de nieuwe regels van de achtste editie van het Vlaams reglement voor het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA) kracht bij te zetten. De Vlaamse overheid verplicht alle inzamelaars van bedrijfsafval om toe te zien op de correcte naleving van de sorteerverplichting, die wordt opgelegd aan de afvalproducent. Deze nieuwe verplichting trad op 1 september 2021 in werking. Vlarema 8 bepaalt onder meer dat bedrijven geen recycleerbare fracties mogen mengen met bedrijfsrestafval. Voortaan moeten 24 verschillende soorten afval apart ingezameld worden.  “Daarmee wordt er van ons, als inzamelaar, verwacht om ook toe te zien op de correcte naleving van die sorteerverplichting. Om dit goed te kunnen realiseren investeert Renewi dus in innovatieve slimme camera’s”, zegt Mark Thys. Correct sorteren is de eerste noodzakelijke stap om materialen te recupereren, om ze vervolgens te hergebruiken in nieuwe producten. Dit alles is nodig om circulair te worden. Zo vermijden we dat er steeds opnieuw grondstoffen moeten worden opgegraven, omgekapt, en vervolgens ingevoerd. Dat heeft niet alleen ecologische, maar ook economische voordelen.

Vandaag rijden de eerste 25 Renewi SMART trucks rond. Deze trucks zijn voorzien van slimme camera’s. Deze camera’s maken verschillende foto’s van het afval dat per klant geaccepteerd wordt en die foto’s zullen door AI algoritmes verwerkt worden om automatisch materialen te herkennen. 

De afvalinzamelaar moet alle feedback die hij aan zijn klanten geeft, registreren. Om deze feedback volledig objectief te maken, is doorgedreven automatisering van de acceptatie van het afval door middel van artificieel intelligente camera’s nodig zodat deze acceptatie niet handmatig door de chauffeur gebeurt zoals dat nu het geval is. Zo monitort Renewi het sorteergedrag en heeft inzicht in het soort afval, de volumes en de waarde. “Effectieve innovaties zoals deze hebben een positieve invloed op de algemene bedrijfsvoering en bepalen ook het verschil tussen voldoen aan een verplichting of voorlopen op de markt zoals Renewi dat doet”, zegt Jan Meynen, CEO van Viu More.  Het doel is om alle trucks te voorzien van camera’s met artificieel intelligente software.

Keestrack K5e in Frederikshavn – Consistente duurzaamheid

k5e_den-1a-kopieren
Lees het gehele artikel

Het departement voor burgerlijke bouwkunde van de Deense gemeente Frederikshavn heeft vorig jaar een mobiele trommelzeef voor grondverwerking vervangen door een K5e diesel-elektrische grofzeef van Keestrack met volledig elektrische plug-inoptie. Naast de technische voordelen waren het de grote flexibiliteit en de al even positieve balans voor het milieu en de exploitatiekosten die het verschil maakten.

De Deense haven Frederikshavn ligt in de noordoostelijke regio Noord-Jutland en is het administratieve centrum van de gelijknamige gemeente, die zich over ongeveer 85 kilometer langs de Baltische kust tot Skagen uitstrekt. Het is de meest noordelijke gemeente van Denemarken, waar de Noordzee en de Oostzee samenkomen. Het departement voor wegenbouw en burgerlijke bouwkunde Park og Vej is verantwoordelijk voor de gemeentelijke verkeersinfrastructuur – ongeveer 1.000 km wegen en 300 km onverharde wegen – en is als een autonoom gemeentebedrijf georganiseerd, net als alle andere openbare diensten zoals de water-, energie- en afvalsector.

Naast het onderhoud en de aanleg van het wegennet is de recyclage van bouwafval en graafgrond één van de taken van de ong. 130 medewerkers van het departement. Met inbegrip van niet-verontreinigde en verontreinigde materialen van particuliere en commerciële leveranciers, bereikt het jaarlijks te verwerken volume op de centrale recyclagewerf in Frederikshavn en het andere opslagpunt in Skagen 15.000 tot 20.000 ton, volgens teamleider Gert Christensen, verantwoordelijk voor de toepassingstechnologie en het machinepark bij Park og Vej.

Grof mineraal bouwpuin (> 20 mm) wordt op de centrale werf tijdelijk opgeslagen en vervolgens periodiek door een aannemer van breekwerken verwerkt. Jaarlijks wordt nog eens 10.000 ton grond en graafspecie verwerkt met behulp van eigen verwerkingstechnologie. Tot vorig jaar was er een mobiele trommelzeef van 6×2 m in gebruik, maar deze voldeed niet aan belangrijke eisen: “Vooral bij de verwerking van grond met grote hoeveelheden gras en wortels, waar we de vegetatie zo goed mogelijk van de grondresten moeten scheiden voor compostering, was de efficiëntie van onze trommelzeef te laag”, zo licht Gert Christensen de overstap naar horizontale zeeftechnologie toe.

De stationaire elektrische voeding wordt verzorgd door een 125 A-aansluiting op de centrale zeeflocatie

 

Ook groene argumenten speelden mee in de keuze voor de mobiele K5e-grofzeef van Keestrack. “De gemeente Frederikshavn draagt milieubescherming hoog in het vaandel. Bij investeringen in nieuwe installaties of apparatuur is de milieu-impact ervan een doorslaggevend argument. Naast de technische eisen kijken we ook naar de energie-efficiëntie.”, aldus Gert Christensen. Het departement Park og Vej koos vrijwel onmiddellijk voor een elektrisch aandrijfconcept, maar wilde niet afstappen van de flexibiliteit van een mobiele installatie, zodat de apparatuur toch veelzijdig inzetbaar zou zijn op de centrale werf, de decentrale opslagplaatsen of op grote bouwplaatsen.

“We hebben een brede waaier van opties op de markt getest – het diesel-elektrische volledig hybride plug-inconcept van Keestrack leek ons het meest gevorderd. Er werd niet zomaar een extra motor ingebouwd, maar het volledige proces werd zeer doordacht geëlektrificeerd. In volledig elektrische bedrijf zijn alle systeemfuncties beschikbaar zonder enige prestatie- of functiebeperking. In conventioneel dieselbedrijf halen we voordeel uit de onafhankelijkheid van de mobiele zeefmachine op rupsbanden met een aanzienlijk lager brandstofverbruik en lagere emissies.”

Flexibele elektrische oplossingen

Met een gewicht van ongeveer 30 ton vertegenwoordigt de K5/K5e-serie het “middensegment” van het Keestrack-aanbod van scalpeerzeven, bestaande uit 7 modellen. Een uitgebreide keuze aan zeefmedia voor de 5.000 x 1.500 mm dubbeldeks zeefbox (reële zeefoppervlakte 7,5 / 6,75 m²) en de hydraulisch instelbare zeefhoek staan garant voor een brede waaier aan toepassingen – van het uiterst efficiënt scalperen van stenen tot grondverwerking met een capaciteit tot 450 ton per uur, van het zeven van bouwafval tot de productie van verkoopbare eindproducten in drie fracties. Net als alle grofzeven van Keestrack is de K5-serie geoptimaliseerd voor transport: alle transportbanden en andere componenten kunnen hydraulisch worden opgeklapt voor transport op een dieplader (transportbreedte 2.600 mm) – eenmaal ter plaatse is de machine zonder steunpoten snel operationeel.

Alle transportbanden worden door onderhoudsvrije elektrische trommelmotoren aangedreven. Dit verkort de lengte van het leidingwerk en vermindert het risico op lekkage tijdens bedrijf.

 

Dit geldt ook voor de volledig hybride plug-inuitvoering Keestrack K5e. Minder dan 1.000 kg extra gewicht in vergelijking met het diesel-hydraulische model garandeert dat er geen transportbeperkingen zijn. Het hart van de K5e wordt gevormd door de met de dieselmotor verbonden, ingebouwde 105 kVA-generator die alle elektrische verbruikers (trommelmotoren, hulpapparatuur, verlichting, enz.) rechtstreeks van stroom voorziet. Alle hydraulische componenten (platenband, zeefaandrijving, hijscilinders en rupsbandaandrijving) worden aangedreven door een centrale 45 kW-eenheid bestaande uit een elektromotor en een lastafhankelijk hydraulisch systeem.

Het diesel-elektrische aandrijfconcept vermindert de piekbelastingen, typisch voor diesel-hydraulische systemen, en draagt in hoge mate bij tot een laag brandstofverbruik in dieselbedrijf (Ø: 7 – 9 l/h). Deze efficiëntie kan verder worden verhoogd door stroomafwaarts andere machines aan te sluiten via de externe “plug-out”-aansluiting van de K5e – bijvoorbeeld de nieuwe volledig automatische stacker S1e, een Keestrack-stofbestrijdingskanon of een krachtig verlichtingssysteem.

Een andere troef van de geavanceerde elektrificatietechnologie van de K5e is de aanzienlijke vermindering van het leidingwerk en het olievolume van de ingebouwde hydraulica. Ongeveer 40 % korter leidingwerk met aanzienlijk minder slijtagegevoelige verbindingen in buigzones (met name voor transportbanden) en een aanzienlijk kleiner olievolume van 235 liter in vergelijking met de zuiver hydraulische K5-versie (370 l), met lagere exploitatie- en onderhoudskosten en milieurisico’s tot gevolg.

De Keestrack-besturing verzekert het volledige energiebeheer en geeft afzonderlijk de duur van het diesel-elektrisch bedrijf (“Eh”) of het volledig elektrisch plug-inbedrijf (“EL”) weer.

 

Het aansluiten van de Keestrack K5e op het elektriciteitsnet, een stand-alone generator of een voldoende krachtigere plug-outverbinding van een breker stroomopwaarts (aansluitwaarden: 125 A, 400 V, 50 Hz) is heel eenvoudig: zodra de installatie min of meer gepositioneerd is, kan de ingebouwde dieselmotor worden uitgeschakeld. Na verbinding van de 3-fasige stekkerverbinding zorgt het Keestrack-besturingssysteem voor het volledige energiebeheer. Ook zonder de dieselmotor op te starten, is het nog steeds mogelijk de zeefmachine via de rupsbandaandrijving te verplaatsen of de hydraulisch aangedreven transportbanden te gebruiken.

Overtuigend in de praktijk

In december vorig jaar heeft de Deense Keestrack-verdeler TNS Imex uit Løgumkloster de K5e aan Frederikshavn geleverd. Tot de installatie van de elektrische voeding op het centraal zeefstation van de recyclagewerf van Park og Vej, werkte de K5e – sinds mei van dit jaar volledig elektrisch – op diesel. In normaal bedrijf is de installatie uitgerust met een 45 mm-vingerzeef op het bovendek en een zeef met vierkante mazen van 20 mm op het onderdek – voor bijzonder moeilijk te zeven materialen, zoals het sterk vervuilde zand van straatveegmachines (ongeveer 360 ton/jaar), schakelen de operatoren onderaan over op een maasgrootte van 40×40 mm.

Technisch manager van Park og Vej Gert Christensen samen met Keestrack-verdeler Thomas Sørensen van TNS Imex en machineoperator Peter Bragaard (van links naar rechts).

 

Voor de typische grondverwerking in Frederikshavn bereikt de K5e een capaciteit tot 100 ton/uur. Deze waarde varieert afhankelijk van het materiaal en in het bijzonder van de beschikbaarheid van de 4,5 m³ wiellader die ook voor het laden van vrachtwagens gebruikt wordt. Ook in dit geval rendeert de elektrische plug-inaandrijving: geen dieselverbruik tijdens stationair draaien en geen onderhoudsgerelateerde service-uren – zodra de bestuurder van de wiellader Peter Bragaard de “stand-by” heeft ingesteld via de draadloze afstandsbediening, is de installatie in een handomdraai weer op snelheid.

Technisch manager Gert Christensen beschikt over verbruiksevaluaties op middellange termijn. Als gemiddeld brandstofverbruik in diesel-elektrisch bedrijf meldt hij 6,61 l/u – een gemiddelde 23,15 kWh per uur in elektrisch plug-inbedrijf, dat afzonderlijk via de controller en optioneel via het satellietgebaseerde telematicasysteem Keestrack-er wordt gedocumenteerd. Op basis van de lokale brandstof- en elektriciteitsprijzen bedraagt de besparing op energiekosten in Frederikshavn al 27 % – zelfs zonder de overheidssubsidie die in Denemarken wordt toegekend voor milieuvriendelijke productieprocessen.

Een vloeistofdichte werf zonder onderhoud

img_2821-1-kopieren
Lees het gehele artikel

Een vloeistofdichte vloer voor een recyclagewerf is essentieel. RvB ontwerpt en realiseert vloeistofdichte verhardingen voor recyclagebedrijven. Op de terreinen van deze bedrijven wordt vaak gewerkt met bodembedreigende materialen, daarom is een vloeistofdichte vloer vaak vereist.

Traditioneel is een terrein met een vloeistofdichte vloer uitgevoerd in vloeistofdicht beton of vloeistofdicht asfalt. Dagelijkse werkzaamheden op de terreinen veroorzaken beschadigingen die snel gerepareerd dienen te worden om bodemverontreiniging te voorkomen. De oplossing van RvB zorgt ervoor dat de beschadigen die ontstaan geen effect hebben op de vloeistofdichte functie. Het bedrijf realiseert vloeistofdichte terreinen door een speciale vloeistofdichte laag als afdichting onder het terrein dat aangelegd wordt, aan te brengen. Zo kunt u overal op het terrein schroot, afval en ander materiaal opslaan zonder u zorgen te maken over de vloeistofdichtheid. Ook al vertoont de verharding aan de oppervlakte beschadigingen en gaten, het terrein blijft op deze manier vloeistofdicht. Deze vloeistofdichte verhardingen zijn onderhoudsarm en gaan meer dan honderd jaar mee! Doordat u niet langer structureel beschadigingen hoeft te laten repareren, bespaart u op de onderhoudsbegroting en bent u verzekerd van snelle afhandeling van de periodieke controles.

Een vloeistofdichte werf zonder onderhoud

RvB zorgt ervoor dat uw terrein van toplaag tot terreinfundering veilig,
duurzaam en vloeistofdicht is.

 

Van toplaag tot fundering veilig, duurzaam en vloeistofdicht

Periodiek worden bedrijven die een bodembedreigende voorzieningen hebben gecontroleerd op de vloeistofdichtheid van het terrein. Bij aanleg van onze vloeistofdichte vloer wordt deze gekeurd door een onafhankelijke instantie. Dit bureau toetst de werkzaamheden op uw terrein. Aan de hand van deze toetsing wordt er een door bevoegd gezag geaccepteerde verklaring afgegeven. RvB zorgt ervoor dat uw terrein van toplaag tot terreinfundering veilig, duurzaam en vloeistofdicht is. Het eigen ingenieursbureau maakt een plan op basis van uw bedrijfsactiviteiten en terreinbelasting. Ook wordt rekening gehouden met de onderzochte bodemgesteldheid en ervoor gezorgd dat de voorziening compleet voldoet aan de normen van een Verklaring Vloeistofdichte Voorziening (VVV). Dankzij de ervaring van RvB in de realisatie van engineeringsprojecten in de recyclage komt u niet voor verrassingen te staan tijdens of na de uitvoering.

Maximaal inzetten op het duurzaam gebruik van de bodem

gettyimages-877201786-kopieren
Lees het gehele artikel

Een duurzaam beheer van bodemfuncties is cruciaal om aan de evolutie van de grondbehoeften in onze steeds veranderende leefwereld te voldoen. Antea Group wil met en voor de klant maximaal inzetten op het duurzaam gebruik van de bodem. Duurzaam gebruik is voor Antea Group meer dan louter het behoud van de milieuhygiënische kwaliteit. Het betekent ook oog hebben voor het behoud van bodemfuncties of het benutten van ecosysteemdiensten die uitgegraven bodemmaterialen nog kunnen leveren. Op deze manier wil Antea Group bijdragen aan de ontwikkeling van leefbare steden, aan de klimaatadaptatie en aan de strijd tegen het verlies van biodiversiteit.

Een recent project dat Antea Group realiseerde in Zellik, onderstreept de toegevoegde waarde die het nastreeft. Het ging om een braakliggend terrein waar een projectontwikkelaar appartementen en een ondergrondse parking op wil bouwen. Het terrein had echter jaren dienst gedaan als bedrijfsterrein, waarbij het bedrijfsterrein verschillende meters was opgehoogd. Dat het al dateerde van voor de grondverzetregeling van kracht was, deed de projectontwikkelaar vrezen dat er zich bodemvreemde materialen in de ophoging zouden kunnen bevinden. Antea Group kreeg een warme aanbeveling van een van de huisjuristen, maar werd ook aangeraden door een collega voor wie het bedrijf een project rond asbest heel professioneel had aangepakt. “De uitdaging van dit project zat hem niet zozeer in de oppervlakte van het terrein, 7.000 m² ongeveer, maar wel in de hoogte van de ophoging. We moesten 7 m diep gaan voor het gebouw, wat heel wat materiaal naar boven brengt. Daarenboven kwamen er verschillende disciplines samen”, opent contract manager Kurt Bouckenooghe.

Maximaal hergebruiken bodem

Het begon met het graven van proefsleuven om bodemvreemde materialen te detecteren waarin boringen voor het grondverzet werden uitgevoerd vervangen door Voor het grondverzet zijn ook diepe boringen uitgevoerd.Bouckenooghe: “Alles wat in de bodem werd teruggevonden werd neergeschreven in het Technisch Verslag. Omdat we onze vinger aan de pols houden van technische maar ook wetgevende ontwikkelingen, hebben we reeds de principes van de nieuwe regelgeving rond grondverzet toegepast. Op die manier helpen we het project van onze klant future proof te maken. De proefsleuven herbergden ook een zeer beperkte hoeveelheid asbestverdachte materialen. Ook hier weer koos Antea Group met de klant om al het asbeststappenplan in de nieuwe grondverzetsregeling toe te passen. Het bleek uiteindelijk vals alarm: er was geen enkele belemmering voor het hergebruik van de uitgegraven bodem. “Dat is waar we naar streven, een maximaal hergebruik van alle materialen. De bodem is de bouwschil die het langst meegaat, we moeten er dan ook duurzaam mee omgaan.”

Synergie zoeken

Hier kwam de kracht van Antea Group pas echt naar boven. “We zoeken doorheen elk project synergie met andere behoeften van de klant, voor een zo laag mogelijk kostenplaatje en een zo hoog mogelijke efficiëntie”, vat Bouckenooghe samen. “Wanneer de boringen voor het Technisch Verslag gebeuren, hebben we meteen ook peilbuizen ingebracht, om de kwaliteit en het niveau van het grondwater te kunnen bepalen en opvolgen. Dit is informatie die nodig is voor het ontwerp en de vergunning voor de bemaling, maar is ook nuttig voor de stabiliteitsstudie, de evaluatie van infiltratiemogelijkheden voor hemelwater. Door slechts één gat te boren, kunnen er met andere woorden heel wat waardevolle gegevens ontgonnen worden. Omdat we zelf ook de expertise in huis hebben voor het uitvoeren van bemalingsstudies, het aanvragen van vergunningen, het beoordelen van milieu-effecten, het ontwerp van de waterhuishouding … weten we perfect wat er allemaal bij zo een project komt kijken. We kunnen onze klant meteen wegwijs maken in wat er nodig zal zijn om zijn vergunningen en bouwproces tot een goed einde te brengen. ‘Wij gidsen onze klanten’ is niet voor niets onze tagline.”

Vakbeurs Recycling maakt thema’s voor 10e editie bekend

vakbeurs-recycling
Lees het gehele artikel

De boodschap is duidelijk: het recyclingpercentage in Nederland moet omhoog. De verhoging van de afvalstoffenbelasting, de last op dwangsom voor 2.100 meer glasbakken en ambitieuze doelstellingen in het Plastic Pact geven hier bijvoorbeeld richting aan en ook meer ruimte voor. Maar hoe kan de afvalmarkt hier handen en voeten aan geven? Uit welke nieuwe technieken en kennis kunnen de afvalverwerkers, -inzamelaars en bedrijven met grote afvalstromen meer waarde en recyclaat uit de afvalstroom halen? En hoe kunnen deze bedrijven hun processen veiliger en duurzamer inrichten? De 150 exposanten en de verschillende sprekers van de vakbeurs Recycling in Gorinchem gaan op 19, 20 en 21 november 2019 in op praktische antwoorden en mogelijkheden om als sector samen vooruit te komen.

Thema’s: veilig, kunststof en duurzaam

Naast de ontwikkelingen en kennis die te vinden zijn bij de exposanten is er in het kennisprogramma op de beursvloer extra aandacht voor de praktische kant van de meest actuele thema’s binnen afvalverwerking. Dit jaar zijn dat: Veilig en gezond afval verwerken voor een inkijk in de nieuwe manieren en technieken voor duurzame inzetbaarheid en veiligere omgeving in de afvalsector, Kunststof recycling naar 2025over de operationele stappen die we nu moeten zetten voor een circulaire kunststofketen en Voorsprong door techniek over de meest duurzame en effectieve recyclingtechnieken en -processen van vandaag de dag.

Het programma is gericht op praktische handvatten voor de afvalketen en wordt samengesteld in samenwerking met o.a. de brancheverenigingen en kennispartijen als BRBS Recycling, VERAS, NRK Recycling en AfvalGids.nl.

“Samen slimmer afval verwerken”

Het motto van deze jubileumeditie is ‘Samen slimmer afval verwerken’ en onderstreept de noodzaak van ketensamenwerking en het gebruik maken van het nieuwste in processen en techniek. De kracht van de vakbeurs Recycling is al jaren het laagdrempelige en gastvrije netwerken tussen leveranciers en afnemers van recyclingtechniek en afvalmanagement. Dit jaar komt daar een uitgebreider kennisprogramma voor gemeenten, afvalverwerkers en bedrijven met grote afvalstromen bij. Ook zet de organisatie een spotlight op de innovaties in de sector, omdat de combinatie van nieuwe samenwerkingen met kennis van de nieuwste ontwikkelingen nodig zijn om naar 100% circulair te kunnen in 2050.

Over Vakbeurs Recycling

Recycling is de nationale vakbeurs voor recyclingtechniek en afvalmanagement. Het jaarlijkse vakevenement combineert de marktplaats voor de afvalketen met laagdrempelig netwerken en gratis catering. De vakbeurs Recycling trekt jaarlijks ruim 5.000 professionals binnen de afvalbranche en de verantwoordelijke(n) voor het afvalbeheer van bedrijven met grote afvalstromen. In 2019 viert de vakbeurs Recycling op 19, 20 en 21 november alweer de 10e editie. Op woensdag 20 november wordt voor de 8e keer voorafgaand aan de beurs het toonaangevende Recyclingsymposium georganiseerd door BRBS Recycling, Federatie Herwinning Grondstoffen en ENVAQUA.

Ga voor meer informatie naar www.vakbeursrecycling.nl.

De Pen | Janez Potočnik

j-potocnik
Lees het gehele artikel

Duurzaam grondstoffenbeheer is de missing link

We zijn de derde generatie die leven en werken in een globale context en dat zorgt voor een hogere individuele en collectieve verantwoordelijkheid dan ooit tevoren. Waar werk en infrastructuur voorheen de beperkende factoren in welzijn waren, is die rol vandaag weggelegd voor duurzame ontwikkeling. Verstandig materialenbeheer vormt de kern van het probleem, maar draagt meteen ook de oplossing in zich.

Het menselijk kapitaal wordt vandaag ondergewaardeerd in economische modellen. Volgens alle cijfers gaat de globale economie met 2% omhoog. Maar dat cijfer geeft een vertekend beeld want een aantal kosten zijn er niet in berekend. Wanneer we niet binnen onze ecologische limieten leven, levert dat meer kosten op in gezondheidszorg of presenteren we de rekening aan de volgende generatie. Daarom heeft de Verenigde Naties de SDG’s, oftewel de Sustainable Development Goals geïdentificeerd. Zeventien in totaal die de basis moeten vormen om de planeet terug op koers van duurzaamheid te plaatsen.

Op twaalf staat verantwoorde consumptie en productie. De missing link binnen dit thema is een duurzaam grondstoffenbeheer. Wanneer we erin slagen om materialen te ontkoppelen van de economische activiteit en het welzijn, zullen we de eerste stap zetten om onze toekomst te verzekeren. De principes van de circulaire economie zijn het instrument bij uitstek om die ontkoppeling te realiseren. Het besef dat bepaalde grondstoffen stilaan uitgeput beginnen raken door een onverantwoord gebruik of dat sommige grondstoffen een te grote milieu- of gezondheidsimpact hebben, zal een belangrijke driver in die transitie worden.

Als we erin slagen om onze materialeneconomie te transformeren van lineair naar circulair, dan ligt de maatschappelijke winst voor het rapen. Met slechts vier materialen kan er al een reductie van 56% aan CO2-emissies mogelijk zijn. De stap van ieder zijn eigen wagen naar gedeelde mobiliteit zal zelfs een verbetering van 70% teweegbrengen. Maar om dit te realiseren moet men op alle niveaus aan hetzelfde zeel trekken. Veel circulaire initiatieven gebeuren lokaal. Het volstaat dus niet dat alle VN-leden hun circulaire roadmaps klaar hebben om een SDG conforme economie te realiseren, ook gewesten en steden en gemeenten moeten aan deze weg timmeren.

Europa kan hier de leiding in nemen. De generatie parlementsleden en commissarissen die in mei zal verkozen worden moet de rest van de wereld helpen om in de juiste richting te evolueren. Dat zal in de eerste plaats moeten gebeuren door de link te leggen tussen SDG’s en de concurrentiekracht van de bedrijven. Daarnaast moeten er nieuwe coalities komen om kennis samen te brengen en optimaal te gebruiken en moet men de verantwoordelijkheid doorheen de keten, van producent tot consument uitbreiden. Wie het beste met verandering omgaat, zal het meest competitief zijn. Had Darwin dit al niet voorspeld? Het zal een Herculische inspanning vragen, misschien wel de belangrijkste in de geschiedenis van de mensheid. En net als Poirot, die andere Hercules, zullen we onze grijze cellen optimaal moeten gebruiken..

Janez Potočnik Column Vakblad Recycling België

Co-chair International Resource Panel van de Verenigde Naties, voormalig EU-Commissaris voor Milieu