Tagarchief: Code van Goede Praktijk

Code van Goede Praktijk gelanceerd voor bronsortering bedrijfsafval

Lees het gehele artikel

Bedrijven zijn al jaren verplicht om hun afval aan de bron te sorteren. Uit sorteerproeven die de OVAM uitvoerde op het bedrijfsrestafval in 2018 en 2019 bleken er echter nog veel materialen in aanwezig die er niet in thuis hoorden. Dat moet beter kunnen, zeker gezien de krapte in capaciteit bij verbrandingsinstallaties. Reden genoeg voor alle stakeholders in de keten om de koppen bij elkaar te steken om tot een Code van Goede Praktijk te komen om werk te maken van een betere sensibilisering voor een efficiëntere bronsortering.

Bedrijven besteden nog te weinig aandacht aan bronsortering. Dat was de overduidelijke conclusie na de sorteerproeven die de OVAM liet uitvoeren in 2018 en 2019. Daaruit bleek dat het bedrijfsrestafval nog 30 à 40% te recupereren materialen bevat. Zonde aangezien deze materialen nog een nuttige toepassing zouden vinden. En zonde ook omdat de capaciteit bij de verbrandingsinstallaties voor restafval beperkt is. Om dit probleem aan te pakken, zijn alle stakeholders in de keten daarom begonnen met een sectoroverleg. Het doel? Hoe kunnen we beter sensibiliseren en bedrijven helpen werk maken van bronsortering. Vijf werkgroepen gingen daarrond aan de slag. De eerste zocht naar sectorspecifieke aandachtspunten. Een tweede werkte aan het opstellen van een praktische leidraad voor inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en makelaars (IHM’s). Daarnaast onderzocht men de nasorteringsvoorwaarden, de acceptatiecriteria bij verbrandingsinstallaties en welke handhaving er nodig was (gewestelijk en lokaal).

Dumpster for recycling

IHM’s zullen bij het ophalen van het bedrijfsrestafval een visuele controle moeten uitvoeren.

 

Aan de bron sorteren stimuleren

Een eerste belangrijk resultaat is de Code van Goede Praktijk voor inzameling en uitsortering van bedrijfsrestafval die bij het ter perse gaan van dit artikel nog wachtte op de goedkeuring van de Raad van State alvorens in een ministerieel besluit gegoten te worden. Deze praktische leidraad groeide voort uit het werk van werkgroepen 2 en 3. De Code moet invulling geven aan wat VLAREMA precies oplegt bij het vaststellen van non-conformiteiten in het bedrijfsrestafval. Dat het belangrijk is om goed aan de bron te sorteren heeft er alles mee te maken dat nasorteren, hoe geavanceerd de technieken ook mogen zijn, nooit dezelfde zuiverheid zal halen. Om een voorbeeld te geven, pmd dat zich in het restafval bevindt zal vaak te besmeurd zijn, te vervuild om nog geaccepteerd te kunnen worden bij de pmd-sorteerder. We overlopen de belangrijkste aandachtspunten in deze Code van Goede Praktijk.

Visuele controle en registratie non-conformiteiten

IHM’s zullen bij het ophalen van het bedrijfsrestafval een visuele controle moeten uitvoeren. De rolcontainers moeten wel enkel aan de oppervlakte geïnspecteerd worden, maar dat legt toch extra verantwoordelijkheid bij de chauffeur om een goede beoordeling te maken. Wanneer er een inbreuk wordt vastgesteld moet deze geregistreerd worden in een non-conformiteitenregister. Dat moet vermelden wanneer het gebeurde, welke afvalstoffenproducent het was (naam, ondernemingsnummer en vestigingsnummer of ophaaladres) en de non-conformiteit duidelijk omschrijven met minstens een beschrijving van de afvalstoffen die zijn waargenomen en die onder de sorteerplicht vallen. De IHM kan zelf het registeren bijhouden. De OVAM zal hiervoor een sjabloon aanbieden, zodat gegevens eenvoudig uitgewisseld kunnen worden.

img_3082-2-kopieren

Maar wat moet er dan gebeuren met de container in geval van non-conformiteiten.
Wanneer het gevaarlijke afvalstoffen betreft, is het duidelijk: de chauffeur moet het afval weigeren.

 

Wat wanneer er een non-conformiteit wordt vastgesteld?

Maar wat moet er dan gebeuren met de container in geval van non-conformiteiten. Wanneer het gevaarlijke afvalstoffen betreft, is het duidelijk: de chauffeur moet het afval weigeren. Wanneer het om niet-gevaarlijke afvalstoffen gaat, heeft de chauffeur drie keuzes. Hij kan uiteraard het afval weigeren. Hij mag ook het afval meenemen in zijn voertuig op voorwaarde dat de non-conformiteit dan ten laatste de volgende dag ingegeven is in het centraal non-conformiteitenregister, beheerd door de OVAM. Als hij consequent alle sorteerfouten voor elke vastgestelde sorteerfout meldt, dan vervallen alle resultaatsvoorschriften alvorens de vracht naar verbranding mag. Of hij mag het afval meenemen en de volledige vracht uitkiepen op een daartoe vergunde locatie, waar het dan door middel van nasortering kan voldoen aan de resultaatsvoorschriften, alvorens naar verbranding te gaan.

Hoe goed moet er gesorteerd worden?

De Code van Goede Praktijk beschrijft ook hoeveel afvalstoffen nog mogen aanwezig zijn in een willekeurige partij van 10 m³. De IHM kan vrij kiezen of nasortering nodig is om die resultaten te halen. In de overgangsperiode tot januari 2023 zijn de resultaatsvoorschriften zo gekozen dat een sortering met een kraan zou volstaan. Dit moet de sector de tijd geven om te investeren in nasorteerinstallaties. In die overgangsperiode engageert het kabinet zich om een haalbaarheidsstudie uit te voeren over wat de resultaatsvoorschriften na drie jaar zullen moeten zijn. Aan wat zullen ’de nasorteerinstallaties moeten voldoen volgens de huidige stand van techniek? Daarnaast zal de studie bekijken wat het effect is van de nieuwe verplichtingen. Is er een verhoogde aandacht voor bronsortering? Wat is de impact op de kwaliteit en hoeveelheid bedrijfsrestafval?

Wat met handhaving?

Het non-conformiteitenregister moet een instrument worden om hardleerse bedrijven die de sorteerregels met de voeten blijven treden te identificeren en aan te pakken. Daarnaast komt er meer lokale controle. De gewestelijke handhaving spitst zich immers grotendeels toe op IHM’s in klasse 1, terwijl lokale handhaving ook klasse 2 en 3 kan controleren. Zij krijgen via brochures en templates duidelijke richtlijnen mee waar ze op moeten letten. Er is getracht om de drempel voor de lokale handhavers zo laag mogelijk te houden.  


mireille-verboven-kopieren

Mireille Verboven, senior advisor go4circle

Wat vindt go4circle ervan?

Mireille Verboven, senior advisor go4circle: “We hebben sterk meegewerkt aan de opstelling van deze Code van Goede Praktijk omdat het belangrijk was om de onzekerheid voor de IHM weg te nemen. In principe kan er vandaag elk moment een pv opgesteld worden wanneer er een overtreding wordt vastgesteld. Voor onze leden is het niet evident om hun klanten met de vinger te moeten wijzen. Dit vraagt echt om een mentaliteitswijziging bij bedrijven die hun afval nauwgezetter moeten gaan sorteren. Daarom willen we ook andere sectorfederaties erin betrekken om de boodschap door te geven. Maar deze Code geeft de IHM toch een houvast in handen. Als hij zich hieraan houdt heeft hij in principe niks te vrezen. Wij hadden wel graag meer duidelijkheid gekregen van wanneer handhaving een overtreding als ‘flagrant’ beschouwt en een pv opstelt. Het probleem is dat het VLAREMA geen ondergrens oplegt. Bronsortering moet in theorie dus 100% zijn. Maar wat met een occasioneel klokhuis in het restafval? Of nog een snippertje papier? We hebben wel de bevestiging gekregen dat men pragmatisch zal omgaan met kleinere overtredingen. Maar het zou goed zijn dat elke inspecteur via een interne handhavingsnota volgens dezelfde criteria kan oordelen.”    


Victor Dries

Victor Dries, kabinetsmedewerker voor Zuhal Demir.

Wat zegt de Vlaamse regering erover?

Victor Dries, kabinetsmedewerker voor Zuhal Demir: “De wetgeving is zeer duidelijk en zeer strak. Bedrijven zijn verplicht om aan bronsortering te doen. Bovendien is er ook een verbrandingsverbod in voege. Containers die nog recycleerbare materialen bevatten kunnen hun lading daar dus niet kwijt. De realiteit op het terrein is vandaag echter niet zo zwart-wit. Daarom wilden we met een Code van Goede Praktijk een werkbaar kader scheppen. Zie het als een overgangsfase waarin we het ideaalbeeld uit de wetgeving en de dagelijkse praktijk dichter bij elkaar willen brengen. Zowel voor de IHM’s als voor de handhavers. We willen een evenwicht vinden tussen onze ambitieuze doelstellingen en een haalbare tussenweg die duidelijk maakt waar de lat ligt voor iedereen. Daarom ook de haalbaarheidsstudie. We willen in deze overgangsfase nagaan welke instrumenten er zijn om werk te maken van een betere bronsortering en hoe we die het beste kunnen inzetten om dichter dat ideaalbeeld uit de wetgeving te benaderen. Dat kan sensibilisering zijn, maar evengoed financiële incentives of zelfs een verplichting tot nasortering. Het is belangrijk dat we in die overgangsfase een aangepast instrumentarium voorbereiden, soms zelfs in functie van sectoren of afvalstromen, om dan in 2023, wat heus niet zo ver af is, de lat weer wat hoger te leggen.”   


vwh_pgrv-kopieren

Jan Verheyen, woordvoerder Ovam.

Wat vindt de OVAM er van?

Woordvoerder Jan Verheyen: “Het initiatief voor de Code van Goede Praktijk kwam vanuit de OVAM. Voor ons maakt ze heel precies duidelijk wat we vanuit het beleid verwachten van inzamelaars van bedrijfsrestafval. Het is belangrijk dat zij hun verantwoordelijkheid nemen in de keten om de bronsortering te verbeteren en, waar zinvol, ook om nog recycleerbare materialen via nasortering te redden van verbranding . Deze Code betekent op dat vlak een stap vooruit, terwijl tegelijk de rechtszekerheid voor de inzamelaars en afvalverbrandingsinstallaties wordt gewaarborgd. Wie immers alle inspanningen doet die verwacht worden in de code, kan afval naar verbranding afvoeren. Het proces om tot zo’n wetgeving te komen, is altijd een beetje geven en nemen. De OVAM wil natuurlijk het leefmilieu maximaal beschermen. Bedrijven geven terecht aan dat alles praktisch haalbaar moet blijven op het terrein en dat de kosten beheersbaar moeten blijven. Het resultaat dat vandaag voorligt is een belangrijke stap, al is het natuurlijk nog wachten op het advies van de Raad van State en het ministerieel besluit. Voor de OVAM is het vooral belangrijk om onze doelstelling te realiseren om het restafval bij bedrijven in 2022 te verminderen met 15% ten opzichte van het referentiejaar 2013. Rond een aantal aspecten wil de sector nog meer duidelijkheid. Daarom de haalbaarheidsstudie. De recycleerbaarheid van een aantal afvalstoffen is soms moeilijk in te schatten en sommige spelers willen daar graag meer info over. Er is ook vraag naar een minimaal zicht op de technologische sorteertechnieken die mogelijk ingezet zullen moeten worden om vanaf 2023 de strengere resultaatsverbintenissen te halen. We gaan nu samen met de sector de focus van de studie goed afbakenen.”