Tagarchief: Circulair

Circulaire werven, het kan!

naamloos-1-kopieren-12
Lees het gehele artikel

De Brusselse Hoofdstedelijke regering zet zich in om de stap naar een circulaire economie kleiner te maken. Met de projectoproep ‘be circular – be brussels’ wil het in Brussel economische activiteiten ontwikkelen die goed zijn voor het milieu en voor de lokale werkgelegenheid, vertrekkende vanuit de circulaire gedachte. Voor de editie van 2019 werden 26 ambitieuze projecten geselecteerd die samen bijna 2 miljoen subsidie ontvangen. We lichten er enkele circulaire werven voor u uit.

casablanco_nouveau150_rhetorique_hd-70-kopieren

Recleem is een samenwerking tussen Casablanco, Travie en BC Materials. Zij werken samen als bouwteam een appartementsgebouw te Laken af met circulaire leembouwtechnieken (Beelden: Jerôme Hubert)

 

Een eerste is het project ZIN, een grondige renovatie van de emblematische torens WTC 1 en 2. Ze worden door BESIX aangepakt en getransformeerd tot een multifunctionele ruimte (kantoren, woningen, hotel …) van ongeveer 110.000 m² bovengrondse oppervlakte. Carole Simons en Annelies Vanden Eynde, sustainable construction engineers bij BESIX leggen uit waarom dit project uitblinkt in circulariteit: “We benutten niet alleen alle goede praktijken die er bestaan op dit gebied, zoals het opmaken van een inventaris van de materialen, het zoveel mogelijk hergebruiken van materialen en de duidelijke keuze voor nieuwe materialen met een cradle-to-cradle (C2C) label (97%). Het project gaat daarnaast nog veel verder met de ontwikkeling van groen, circulair beton dat een lage CO2-emissiewaarde heeft. BESIX zal samen met de beton- en afbraaksector een C2C-certificaat ontwikkelen voor het beton waarin zoveel mogelijk gerecycleerde aggregaten en cement met een lage CO2-uitstoot gebruik worden.”

Cirulariteit van leembouwtechnieken

Een tweede project is Recleem, een samenwerking tussen Casablanco, Travie en BC Materials. Zij werken samen als bouwteam een appartementsgebouw te Laken af met circulaire leembouwtechnieken. De grondstoffen verzamelen ze via urban mining. “Op verschillende werven in Brussel wordt aarde uitgegraven, verwerkt en vervolgens uitgevoerd als leempleister, stampleemvloer en leemmetselwerk”, vertelt Charlotte Van der Auwera, adjunct-directrice van Casablanco. “Circulaire leembouwtechnieken zijn lokaal, CO2-neutraal, putten geen grondstof uit, zorgen voor een gezond binnenklimaat en zijn oneindig herbruikbaar zonder het minste restje afval te produceren. Het zijn eeuwenoude vernaculaire technieken die dankzij de huidige wetenschappelijke kennis en methodes kunnen geüpdated worden tot hedendaagse performante uitvoeringen.” Stamplemen vloeren worden uitgevoerd ter vervanging van de klassieke betonchape, inclusief herbruikbare vloerverwarming. Leempleisters bedekken Variotherm platen met wandverwarmingsbuizen en vervangen zo klassieke gipspleister op plaatwanden en radiatoren. Leemsteen- en stampleenmuren, ten slotte, vervangen betonmetselwerk.

Een derde voorbeeld is de circulaire, modulaire stedelijke productieloods voor BC Materials
(Beeld: BC Materials).

 

Circulaire en modulaire productieloods

Een derde voorbeeld is de circulaire, modulaire stedelijke productieloods voor BC Materials. Dit project wil aan een andere stad bouwen door ruimte te maken voor innovatieve productieactiviteiten, kortgeschoolde arbeidsplaatsen en circulaire economie. Wachtgronden worden tijdelijk gebruikt als productieplaats. De productieloods is een investering in een materialenbank die kan verhuizen en groeien in de stad zoals nodig. Deze loods combineert inkomende herbruikmaterialen en nieuwe herbruikmaterialen in een volledig demonteerbaar ontwerp. Alles kan bij demontage op vrachtwagens geladen worden om op de volgende wachtgrond opgebouwd te worden. Op het einde van de levenscyclus verdwijnt het gebouw als componenten in gangbare herbruikkringlopen zonder afval. Er wordt hier dus circulair gedacht op materialen- (componenten), gebouw- (verbindingen) en stadsniveau (ruimtegebruik).    

Circulair gebruik van ammoniakwater

img_1059-kopieren
Lees het gehele artikel

Willen we echt circulair worden dan kunnen we onze kringlopen maar het best volledig sluiten. Group Op De Beeck en Sleco geven alvast het goede voorbeeld. Het ammoniakwater dat ontstaat als nevenstroom bij de valorisatie van organische afvalstromen door Group Op De Beeck, kan dienen om de emissiegrenswaarden van Sleco te helpen halen. Het vindt toepassing in de deNOx-installatie ter vervanging van fossiel ureum. In eerste instantie gaat het om 850 ton op jaarbasis.

Group Op De Beeck  legt zich al jaren toe op de verwerking van organische afvalstromen. Ben Leroy, verantwoordelijk voor business development bij Op De Beeck werkt vanuit de site op Linkeroever. “De 4,5 ha grote site in de Antwerpse haven is het zenuwcentrum van Group Op De Beeck. Onze focus ligt hier op de productie van organische meststoffen enerzijds en het 100% valoriseren van organische afvalstromen anderzijds. Dat laatste doen we via de productie van groene elektriciteit en warmte die ontstaan bij anaerobe vergisting, gevolgd door een volledige recuperatie van alle nutriënten in dit organisch afval.”

Momenteel draait er een proefinstallatie om de kwaliteit te testen. Vanaf maart zal men volop van start gaan op één lijn. Die zal op jaarbasis ongeveer 850 ton van het ammoniakwater gebruiken.

 

Afvalverwerkers, geen energieproducenten

Leroy is verantwoordelijk voor het bieden van oplossingen voor de industriële organische afvalstromen van de klanten van Group Op de Beeck.  In totaal gaat het om 350.000 ton organisch afval per jaar dat een tweede leven krijgt. Het gaat dan om voedingsmiddelen uit grootwarenhuizen (over datum producten), recall operations, overproducties en nevenstromen van de voedingsindustrie, nevenstromen van de biodieselindustrie, afgekeurde groenten en fruit die in de havens aankomen, accijnsgoederen, slibstromen van waterzuiveringsinstallaties van voedselproducerende bedrijven …  “Als het organisch afval betreft met biogene oorsprong en voldoet aan de Vlarema wetgeving, is het in principe welkom op onze site”, geeft Leroy aan. “Hoewel we de grootste operationele biogasinstallatie van België hebben (groene elektriciteit voor 23.000 Vlaamse gezinnen), vertrekken we daarbij niet zozeer vanuit het oogpunt dat we enkel groene energie willen produceren, maar wel dat we alle organische afvalstromen van onze klanten op elk ogenblik moeten kunnen verwerken. Vandaar dat hier ook eerder laagwaardige stromen met minder energiepotentieel terechtkomen.” En dat vraagt om een grotere en flexibele verwerkingscapaciteit. Die zal de komende twee jaar overigens met een factor anderhalf stijgen.

De 4,5 ha grote site in de Antwerpse haven is het zenuwcentrum van Group Op De Beeck.

 

Volledige proces in eigen beheer

Op De Beeck neemt daarom het volledige verwerkingsproces voor zijn rekening. Leroy: “We mogen niet afhankelijk zijn van andere partijen voor de verwerking van de reststromen van ons verwerkingsproces om geen problemen aan de aanvoerzijde te krijgen. Onze klanten moeten hier immers altijd terechtkunnen.” Naast het biogas, dat zorgt voor elektriciteit en warmte, blijft er digestaat over na de vergisting. De vaste fractie kan dienen als bodemverbeteraar na droging, maar ook voor de reststromen van de vloeibare fractie wilde Op De Beeck een nuttige toepassing vinden. Dat gebeurt via een proces van indampen tot een concentraat dat als organische meststof kan gebruikt worden. Na dit indampen blijft er een NH4-condensaat over dat verder gestript wordt tot NH3-water en gezuiverd, loosbaar water. “Wat  overblijft, is water dat voldoet aan alle Vlaamse lozingsnormen voor oppervlaktewater en hergebruikt wordt op de site. We bekijken momenteel ook een samenwerking met een buurtbedrijf dat het als proceswater zou gaan gebruiken. Het NH3-water bevat  zo’n 20 à 22% ammoniak, een vrij geconcentreerd product dus. Dat kan na behandeling gebruikt worden als  vloeibare meststof of als brandstof, maar we zochten een nieuwe toepassing. Uit  testen bleek immers dat het een perfect alternatief was voor fossiel ureum in deNOx-installaties”, aldus Leroy.

Leroy: “Om de NOx-emissiewaarden te bereiken wordt er vandaag fossiel ureum gebruikt. Door dit voortaan met ons biogeen ammoniakwater te doen, hoeft men geen duur aardoliederivaat meer te gebruiken.

 

Buurtpartnerschap

De zoektocht hoefde niet verder te reiken dan de overkant van de straat. Daar bevindt zich Sleco, een initiatief van Indaver en SUEZ dat met een wervelbedinstallatie een oplossing wil bieden voor het tekort aan slibverbrandingscapaciteit en voor vaste bedrijfsafvalstoffen die niet meer kunnen worden gestort. De installatie bestaat uit drie identieke ovenlijnen die samen jaarlijks ongeveer 600.000 ton afvalstoffen verwerken. Leroy: “Om de NOx-emissiewaarden te bereiken wordt er vandaag fossiel ureum gebruikt. Door dit voortaan met ons biogeen ammoniakwater te doen, hoeft men geen duur aardoliederivaat meer te gebruiken.” Momenteel draait er een proefinstallatie om de kwaliteit te testen. Vanaf maart zal men volop van start gaan op één lijn. Die zal op jaarbasis ongeveer 850 ton van het ammoniakwater gebruiken. “Iedereen heeft de mond vol van circulaire initiatieven, maar het merendeel bestaat enkel op papier. Wel, dit is er een dat het echt in de praktijk brengt en dat financiële en ecologische duurzaamheid koppelt. We hebben niet de gemakkelijkste, noch de goedkoopste weg gekozen om zo ver te willen gaan in afvalverwerking. Maar het is een bewuste keuze om een duurzame verwerker te zijn en groene energie te produceren op basis van echte organische afvalstromen en dus bijvoorbeeld niet op basis van speciaal daarvoor geteelde energiegewassen. Hopelijk kan deze samenwerking inspirerend werken”, besluit Leroy.  

Autokerkhoven verleden tijd: naar een circulair leven voor wagens

Lees het gehele artikel

Al bijna vijftien jaar lang is België een van de onbetwiste leiders in Europa op het gebied van afgedankte voertuigen. Als beheerorganisme staat Febelauto in voor de inzameling, verwerking en recyclage ervan. De organisatie heeft dus een belangrijk aandeel in onze goede rapportcijfers. In 2019 bestaat Febelauto twintig jaar. Een ideale gelegenheid voor een terugblik en een vooruitzicht.

De cijfers van Febelauto van 2018 spreken boekdelen. Alles ging in crescendo. In totaal werden er bijna 22.000 afgedankte voertuigen meer ingezameld dan het jaar ervoor. Goed voor een stijging van maar liefst 18% en een totaal van 142.158 ingezamelde voertuigen. Hoewel de Europese recyclagedoelstelling voor wagens (95%) scherp staat, gingen we in 2018 vlot die lat over. 97,3% van de massa van alle geregistreerde afgedankte voertuigen werd hergebruikt (23,7%), gerecycleerd (69,8%) of energetisch gevaloriseerd (3,8%). Febelauto mag trots zijn op de inspanningen die de sector de afgelopen jaren geleverd heeft om tot deze mooie resultaten te komen. Stap voor stap werd aan de recyclagecapaciteit getimmerd. Technologie is voortdurend in ontwikkeling om steeds meer materialen te kunnen recupereren als grondstoffen. En ook positief voor deze sector, de vraag bij de constructeurs naar gerecycleerde materialen neemt toe. Nog mondjesmaat, maar het gaat de goede kant op. en dat zal nodig zijn als we onze wagens echt circulair willen maken.

crane cars

97,3% van de massa van alle geregistreerde afgedankte voertuigen werd hergebruikt (23,7%), gerecycleerd (69,8%) of energetisch gevaloriseerd (3,8%).

 

Naar meer traceerbaarheid

Volgens de resultaten in het jaarverslag voor 2018 gaan wagens gemiddeld 16,4 jaar mee. Ook hier weer een mooie stijging ten opzichte van het cijfer van 2017: 15,8. Dan is het aan de recyclage­sector om er mee aan de slag te gaan. Afgedankte voertuigen moeten terechtkomen in een erkend verwerkingscentrum. Daar gebeurt de depollutie (uithalen van vloeistoffen of gevaarlijke componenten) en de ontmanteling. Wat overblijft, daar mag de shredder dan zijn tanden in zetten. Toch ‘verdwijnen’ er nog te veel voertuigen. Er is geen traceerbaarheid van wagens die aan het einde van hun leven gekomen zijn. Febelauto schat dat er jaarlijks ongeveer 50.000 tussen de mazen van het net glippen. Die zijn niet persé illegaal uitgevoerd, maar ze komen ook niet in onze centra terecht. Met de komst van ‘connected cars’ zou een perfecte opvolging mogelijk worden. Maar daar is het nog eventjes op wachten, dus onderhandelt Febelauto intussen met de verschillende over­heden om meer traceerbaarheid te krijgen. En met het project ENTRAVE (ENabling TRAceability of VEhicles) zoekt het uit wat de beste pistes hiervoor zijn.

Cirkel verder rond maken

Febelauto doet meer dan alleen maar terugblikken voor zijn twintigste verjaardag. Het wil de cirkel voor wagens helpen rond maken. Door de levensduur van producten zoveel mogelijk te verlengen enerzijds en door afval in te zetten als nieuwe grondstof anderzijds. Samenwerking is daarbij het sleutelwoord in elke schakel van de ketting. Sinds 2018 neemt Febelauto deel aan twee onderzoeksprojecten: Recy-Composite en CompositeLoop. De recyclage van composietmaterialen brengt immers specifieke uitdagingen met zich mee en vraagt om specifieke oplossingen. Niet alleen de materialen veranderen, met de komst van de hybride en elektrische voertuigen zal er ook voor recyclagebedrijven veel veranderen. Febelauto werkte daarom een richtlijn uit om veilig aan de slag te kunnen met batterijen. Batterijen zijn niet meer geschikt voor wagens wanneer ze onder 80% van hun capaciteit duiken. Daarom onderzoekt Febelauto welke nuttige toepassingen ze nog kunnen hebben. Een voorbeeld daarvan is BORGT, een proefproject rond stationaire energieopslag voor woongebouwen en -buurten. Zo kunnen ze nog tien jaar een tweede leven krijgen. En ook erna liggen er nog mogelijkheden om de componenten te recupereren om er nieuwe batterijen van te maken. Zo circulair kan de toekomst van de wagen dus worden.   

Naar circulair bedrijfstextiel

Lees het gehele artikel

Textiel einde leven gaat vandaag gewoon mee met het restafval naar de verbrandingsoven. Zonde. Het materiaal zou immers nog een tweede leven kunnen krijgen. Een goede zaak voor het milieu, maar ook voor de economie, zeker in Europa dat afhankelijk is van de wereldmarkt voor grondstoffen. Om het eigen potentieel niet langer verloren te laten gaan werd Circletex in het leven geroepen.  Met alle spelers in de keten wil men onderzoeken hoe het bedrijfstextiel kan ingezameld, herbestemd of gerecycleerd worden.

Toen Jo Van Landeghem de rol van quality, safety en sustainability officer opnam binnen de Belgische modefederatie Creamoda deed hij dat met ambitie. Een van de zaken waar de sector volgens hem nood aan heeft is een nationaal inzamelingssysteem. “Textiel is een wegwerp­product geworden. Twee van de belangrijkste vezels (katoen en polyester) staan door dat immens volume onder druk. Europa beschikt zelf niet over deze basisgrondstoffen. We zijn eerder een veredelingsindustrie. Maar dat maakt dat onze bedrijven speelbal zijn van de prijsstijgingen waar de internationale markt aan onderhevig is. Met al dat textiel dat we hier hebben, moet er toch een mogelijkheid zijn om er hier een tweede leven voor te vinden of toch op zijn minst de vezels te gaan recupereren. Dan moeten we ze niet verschepen naar de hoogste internationale bieder of verwerken in onze lokale verbrandingsovens.”

jo-conversation-starter-kopieren

Jo Van Landeghem: “Als je ecologisch wil zijn, dan moet iedereen in de keten, van de producent tot de consument, circulair leren denken en zijn verantwoordelijkheid nemen.”

 

Focus op drie categorieën

Met Circletex wordt die ambitie nu heel concreet gemaakt. Dit project dat ondersteund wordt door Vlaanderen Circulair, bouwt voort op het OVAM rapport circulair bedrijfstextiel van 2017. Met alle spelers binnen de keten van textiel en kleding wil men nagaan of er een systeem kan opgezet worden waarbij het ingezamelde textiel van deze stromen kan hersteld, herbestemd of gerecycleerd worden. “De focus ligt in eerste instantie op drie categorieën. Plat linnen, niet-beschermende werkkledij en beschermende werkkledij. Die onderverdeling is belangrijk om te onderzoeken waar de grenzen liggen van de economische haalbaarheid van een dergelijk systeem, voor producten die eigenlijk nooit ontwikkeld waren voor een circulair systeem. Want er zal voldoende volume nodig zijn. Met dit project kunnen we leren wat kan en wat niet kan”, aldus Van Landeghem.

Verantwoordelijkheid nemen

Iedereen in de keten zal moeten samenwerken om de drempels die een dergelijk systeem nog in de weg staan over te geraken. “De goedkoopste manier om een ton textiel einde leven correct te verwerken vandaag is door verbranding met energierecuperatie. Dat komt op een kost van 150 euro per ton. Wanneer we de vezels willen hergebruiken in andere materialen, bijvoorbeeld als isolatie ligt de prijs op 750 euro per ton. De kloof is te groot om valabele alternatieven op het getouw te zetten.” Maar ook de overheid moet zijn verantwoordelijkheid opnemen volgens Van Landeghem: “Het btw-tarief op wegwerptextiel, denk aan de slofjes en het deken in ziekenhuizen, bedraagt 6%. Voor herbruikbare kledij 21%. Dat zou beter omgekeerd zijn om de markt te stimuleren.”

Drukwerk

Circletex valt binnen Vlaanderen Circulair, bouwt voort op het OVAM rapport circulair bedrijfstextiel van 2017.

 

Begin 2020 als startdatum

Hoe wordt er nu concreet te werk gegaan? Alles is begonnen met de inventarisatie: van de materialen, van de huidige inzamelmogelijkheden en van de beschikbare technologie om vezels te recycleren. “Voor natuurlijke vezels is mechanische recyclage mogelijk, voor kunststof vezels zal men zijn toevlucht eerder moeten zoeken in chemische recyclage”, verduidelijkt Van Landeghem. In een volgende stap zal gedefinieerd worden volgens welke scenario’s de inzameling en de werking het beste kan verlopen en hoe ver er kan gegaan worden met recycled content in functie van het materiaal. In een voorlaatste fase zal de praktische implementatie gebeuren om dan te culmineren in de oprichting van een vzw. Van Landeghem: “We willen dat het nu vooruitgaat en dat de vzw er komt begint 2020. Als je ecologisch wil zijn, dan moet iedereen in de keten, van de producent tot de consument, circulair leren denken en zijn verantwoordelijkheid nemen.”  

De top en flop in elke schakel van de circulaire economie

flop-kopieren
Lees het gehele artikel

In een circulaire economie staat recyclage centraal, zodat producten (en hun bestanddelen) steeds een nuttige toepassing krijgen. Dat kan maar door op verschillende momenten in de levensfase van een product doordacht te werk te gaan. Er zijn in België heel wat circulaire topvoorbeelden te vinden: productontwikkelaars die aandacht hebben voor ecodesign, bedrijven die producten maken met gerecycleerde materialen, initiatieven die de selectieve inzameling van verschillende soorten afval bevorderen …

Maar voor elk van die goede voorbeelden zijn ook tal van flopvoorbeelden te vinden. Wereldwijd komen er nog elk jaar miljarden tonnen nieuwe producten op de markt die niet recycleerbaar zijn, waar geen selectieve materialen aan te pas kwamen, die niet selectief worden ingezameld … Deze rubriek toont voor elke schakel van de circulaire economie enkele mooie realisaties en ook enkel uitdagingen, of anders gezegd: de top en de flop.

De top en flop in elke schakel van de circulaire economie

Top: inzamelen lege inktcartridges

Dankzij bedrijven zoals Recyca gaan lege inktcartridges niet verloren. Het bedrijf zamelt al sinds de oprichting in 2001 lege cartridges en toners in bij bedrijven, lokale besturen, scholen en verenigingen voor hergebruik. Op die manier krijgen jaarlijks meer dan twee miljoen inktcartridges een nieuw leven als … inktcartridge.

Flop: wegwerpkoffiebekers

De hoofdstad van Oostenrijk is wereldbefaamd om zijn koffiehuizen met een traditie die teruggaat tot 1685. Toch belanden er in Wenen dagelijks 300.000 wegwerpkoffiebekers op de afvalberg. Nochtans bestaat er intussen een ruim aanbod van mooie, herbruikbare, afwasbare en vaak recycleerbare koffiebekers.   

Op het kruispunt van digitaal en circulair

Lees het gehele artikel

De trend naar duurzaamheid zal zijn impact hebben op alle sectoren de komende jaren. Producten zullen anders gebouwd moeten worden, zodat ze langer meekunnen en we minder snel weer nieuwe, schaarser wordende grondstoffen moeten aanboren. We kunnen verschillende richtingen uit. Maken we voortaan fairphones, die makkelijk te herstellen zijn, maar daardoor meer marges voor fouten laten? Of maken we iPhones die moeilijke toegankelijk zijn maar wel hun kwaliteit en aantrekkelijkheid behouden voor hergebruik? Voor beide valt iets te zeggen, maar een datagestuurde aanpak zal sowieso de voorwaarde zijn voor circulariteit.

Om producten een tweede leven te geven is er een enorme berg aan informatie nodig over hun ontwerp, maar ook over hoe gebruikers er mee omgaan. Dr. Helen Versluys, business consultant sustainability bij Möbius: “Circulaire ambities zullen wat dat betreft niet om digitale technologie heen kunnen. Die zal immers de basis vormen om het antwoord te vinden op drie vragen: welke data heb ik nodig om mijn producten een meer duurzaam karakter te geven? Waar kan ik die data vinden? Hoe kan ik die data dan gaan omzetten in inzichten? In de eerste plaats moet je dus bepalen welke informatie interessant kan zijn. De meest voor de hand liggende gegevens zijn in de eerste plaats alle info rond de samenstelling van je product. Om te weten welke materialen eruit te halen, moet je weten wat erin zit. Daarnaast heb je gegevens nodig over hoe je product gebruik wordt en waar het zich bevindt. Ten slotte zal ook informatie over de beschikbaarheid interessant zijn. Dat kan iets vertellen over de verhouding tussen vraag en aanbod.” Voor recyclagebedrijven zullen deze gegevens ook van goudwaarde zijn om de efficiëntie van hun processen op te trekken.

Op het kruispunt van digitaal en circulair

Dr. Helen Versluys: “Besef wel dat de grens tussen datagestuurd en dataoverweldigd zeer dun is. Begin daarom klein, met processen die goed onder controle zijn.” (Beeld: Randy Himpe)

 

Kijk verder dan de eigen bedrijfsmuren voor informatie

Maar waar kan je die gegevens nu vinden? “Belangrijk om voor ogen te houden is dat je niet noodzakelijk een volledig geïntegreerd systeem nodig hebt, met alle toeters en bellen. De manieren om aan data te geraken variëren van zeer eenvoudig tot geautomatiseerd en complex”, stipt Versluys aan. Contextuele data bijvoorbeeld zullen makkelijk te vinden zijn. Daarnaast kan je intelligentie toevoegen aan een product en een manier om de gegevens die het verzamelt achteraf uit te lezen. “Wie de data in real-time ter beschikking wil zal zijn product moeten connecteren. Een machine die zijn gegevens naar de cloud stuurt is daar het mooiste voorbeeld van. De meeste complexe stap om te realiseren is het capteren van data uit een systeem van geconnecteerde producten. In dat geval zullen de producten ook onderling kunnen communiceren. Kijk verder dan de eigen bedrijfsmuren om aan data te raken en betrek stakeholders in dit proces.”

Omzetten van data in inzichten

De volgende stap is dan het omzetten van data in inzichten. Versluys: “Op zich kan dat misschien wel de meest eenvoudige stap zijn, gezien de brede waaier aan technologische oplossingen om data te analyseren, visualiseren en activeren.” Je moet daarbij zelfs niet van nul beginnen. Met API’s (application programming interfaces) is de code om apps op maat van je eigen bedrijfsprocessen te ontwikkelen al een stuk geschreven. Belangrijk is om binnen het eigen bedrijf regels en protocollen op te stellen om de activering van de data op een gestructureerde manier te laten verlopen. “Besef wel dat de grens tussen datagestuurd en dataoverweldigd zeer dun is. Begin daarom klein, met processen die goed onder controle zijn. En weet dat het niet alleen rond technologie draait, de bedrijfscultuur, je medewerkers, je organisatiestructuur, je businessmodel moeten allemaal mee evolueren”, besluit Versluys.

Een circulair leven voor vliegtuigen

copy-of-12-kopieren
Lees het gehele artikel

Vliegtuigen op het einde van hun economische leven belanden nu vaak in boneyards. Uitgebreide gebieden in de woestijn waar ze roest staan te verzamelen, nadat enkel de meest kostbare materialen zoals de motor eruit gehaald zijn. Nochtans bevatten ze nog tal van andere materialen die een nuttige herbestemming kunnen krijgen. Dat is meteen de bestaansreden van Aerocircular. Het zoekt voor eigenaars van Boeings 737 en Airbus A320 nieuwe bestemmingen voor de materialen om ze zo hoog mogelijk weer in te zetten en de economische en ecologische waarde te verhogen.

Eind januari 2019 vloog het team van Aerocircular naar Duitsland om hun eerste vliegtuig te ontmantelen. Er schuilt ongeveer vier jaar van denkoefeningen maken, investeerders zoeken en onderzoek uitvoeren achter die eerste taak. “Alles is begonnen vanuit een gezonde interesse voor vliegtuigen en de vaststelling dat het zonde is om al die waardevolle materialen verloren te laten gaan in de woestijn en ze kilometers verderop weer opnieuw te ontginnen”, opent CEO Koen Staut. “We wilden kunnen verdergaan dan er enkel de beste kersen uithalen en de rest te laten verkommeren. Van meet af aan hebben we gezocht naar manieren om meer materialen terug te winnen en voor de vliegtuigeigenaar tegelijk een waarde te creëren die vele malen hoger ligt dan de schrootwaarde.” Het koppelen van een economisch terugverdienmodel aan dit groene verhaal was in 2015, toen het idee voor het eerst begon te rijpen, cruciaal. “Toen was duurzaamheid wel mooi meegenomen, maar ging het om de harde cijfers. Vandaag is de tijdsgeest aan het veranderen, is het wel een doorslaggevende factor in onderhandelingen en willen bedrijven betalen voor een circulair imago”, kijkt Staut terug.

Zo hoogwaardig mogelijk terug in de keten

Aurocirculair

De Belgische thuisbasis van Aerocircular wordt Oostende, maar er is ook een site in Amerika en in Oman. (Beeld: Paul Soons)

 

De manier van werken van Aerocircular bestaat uit een opdeling in drie stromen. Staut: “De eerste is de meest evidente piste, die ook het meeste geld oplevert. De materialen worden gebruikt zoals ze ontworpen zijn en voor het doel waarvoor ze bestemd zijn. Het mooiste voorbeeld daarvan is de motor. We halen hem eruit in ‘serviceable condition’. Dit certificaat bewijst dat de motor nog perfect functioneerde en functioneert, waardoor hij weer dienst kan doen als vliegtuigmotor.” Voor die certificatie werkt Aerocircular samen met Lufthansa Technics Brussels. Bij de tweede stroom behouden de materialen wel hun oorspronkelijke vorm maar krijgen ze een ander bestemming. “Denk aan een cockpit. Samen met gereedschapsspecialist Hilti zijn we aan de slag gegaan om een specifieke portaalzaag (8 m x 8 m) te ontwikkelen die garant staat voor 1 cm nauwkeurige zaagsneden, zonder rafelingen of schilfers. Daarmee kunnen we de cockpit van de romp halen en onder brengen bij bouwers van vliegsimulatoren. De afname is nu al verzekerd voor de komende vier jaar”, vertelt Staut trots. Ten derde zijn er de restmaterialen. “Daar zoeken we permanent naar interessante bestemmingen als (secundaire) grondstof, in samenwerking met de Belgische universiteiten, hogescholen en Europese onderzoeksinstellingen.”

De cirkel is rond

Aurocirculair

De motoren worden er in ‘serviceable condition uitgehaald’, waardoor ze weer dienst kunnen doen als vliegtuigmotoren.

 

Aerocircular concentreert zich in eerste instantie op de romp en het interieur. Uit de romp wil men het aluminium zo hoogwaardig mogelijk recupereren. Dat zou normalerwijs beginnen met het verwijderen van de rivetten, een proces dat we momenteel bestuderen samen met de KULeuven. “Het kan toch niet dat de aluminium legeringen alleen maar een frisdrankblikje zouden kunnen worden. Daarvoor is het van te goede kwaliteit. Veel van onze tijd voor opstart ging naar het testen van de samenstellingen van de legeringen om een interessante nieuwe herbestemming te vinden. Een deel ervan zal nu weer de grondstof kunnen worden waaruit vliegtuigonderdelen gebouwd worden. De cirkel kan niet mooier rond worden”, vertelt Staut met een knipoog. Omdat Aerocircular louter een dienstverlener wil zijn, heeft het rond zich een ecosysteem van partners en bedrijven verzameld die meer waarde creëren met de materialen. In België is dat op de luchthaven van Oostende. Maar Aerocircular zal op elk continent aanwezig zijn. “In 2017 hebben we een plekje gevonden op de Mesa Gateway Airport nabij Phoenix (Arizona). De aanwezigheid van technische universiteiten die fel bezig zijn met innovatieve technieken, maakte het de beste keuze. In Azië kozen we voor Oman, vanwaar we ook de Indische en Chinese markt kunnen bedienen. Hadden we voor het typische Vlaamse start-up patroon gekozen om eerst hier te testen en dan uit te rollen, dan waren we te laat geweest”, weet Staut.

Innovatief verwijderen en duurzaam bestemmen

Aerocircular wil in eerste instantie per site ongeveer 25 vliegtuigen per jaar ontmantelen. “Een realistisch doel. Dat betreft nog geen 3% van de markt. We zullen dat team met een operationeel team van 35 medewerkers per site.” Daarnaast is er tewerkstelling in R&D. “Bij ons heet dat het Industrial Circularity Lab. We wilden het bewust zo breed mogelijk houden. Vandaag verwerken we vliegtuigen maar morgen kunnen we evengoed als Terracircular of Aquacircular ons richten op treinen en schepen. We willen blijven innovatieve manieren voor verwijdering en duurzame bestemmingen vinden voor materialen.” Staut en Aerocircular mogen zich met hun disruptief model in een conservatieve wereld pioniers noemen. Ook op vlak van wetgeving botsten ze vaak tegen nieuwe grenzen aan. Staut: “Sommige regels strookten niet met onze nieuwe insteek. Gelukkig konden we bij onder andere OVAM rekenen op zeer constructieve gesprekspartners die hielpen om tot een sluitende wetgeving te komen. Die ruggensteun is belangrijk om uit de startblokken te komen. Nu is het aan ons om het verschil te maken. Als 70 à 80% van de vliegtuigen in de circulariteit terechtkomen, dan is onze missie helemaal geslaagd.”  

Renewi maakt eigen rolcontainers volledig circulair

unknown
Lees het gehele artikel

Unieke ketensamenwerking met ESE, Sulo en KRN boekt succes

Toonaangevend waste-to-product bedrijf Renewi gebruikt in België vele tienduizenden rolcontainers voor de inzameling van afval. Nieuwe blauwe rolcontainers die Renewi inzet, zijn voortaan circulair: gemaakt van kunststof dat door Renewi zelf wordt ingezameld.

Renewi wil vanuit haar visie de middelen die ze zelf gebruikt voor haar activiteiten, zo veel mogelijk circulair maken. Rolcontainers werden al deels gemaakt van gerecycleerde kunststof afkomstig uit verscheidene bronnen, maar Renewi wilde nog een stap verder gaan. Daarom ging Renewi in samenwerking met producenten ESE en Sulo en ketenpartner KRN, aan de slag om rolcontainers voortaan te maken van kunststof die ze zelf recycleert.

De ‘circulaire rolcontainer’ wordt gemaakt van oude rolcontainers en andere gerecycleerde kunststoffen. Renewi levert een equivalent van het tonnage dat jaarlijks nodig is om Renewi-rolcontainers te produceren via KRN aan bij de twee rolcontainerproducenten. Beide leveren momenteel rolcontainers aan Renewi en gebruiken voortaan deze gerecycleerde kunststof voor de productie van rolcontainers.

De uitdaging bestond erin om het productieproces van rolcontainers verder te ontwikkelen zodat ook een Renewi-blauwe rolcontainer gemaakt kon worden. Voorheen was dit enkel in donkere kleuren (grijs en zwart) mogelijk. Zowel ESE als Sulo zijn hierin geslaagd. Het aanleveren van kwalitatief hoogwaardig kunststofgranulaat is daarbij van belang en met de inzet van KRN als ketenpartner is dat gewaarborgd.

Dit betekent dat Renewi in België alleen nog maar nieuwe rolcontainers uitlevert die gemaakt zijn van kunststof dat door haar werd gerecycleerd.

Wim Geens, Managing Director van Renewi België vertelt: “Als waste-to-product bedrijf vinden we het belangrijk ook onze eigen activiteiten duurzaam uit te voeren. De circulaire rolcontainer is daar een mooi voorbeeld van. Tegelijkertijd laat het zien dat door een goede samenwerking in de keten, ook daadwerkelijk resultaat behaald wordt. En daar ben ik trots op!”