Tagarchief: Bronsortering

Nieuwe VLAREMA regels toegelicht

iStock-1204031796
Lees het gehele artikel

Sinds 1 september zijn er nieuwe VLAREMA regels in voege. Hiermee wil OVAM ervoor zorgen dat er zich geen nuttige materialen meer in het restafval van Vlaamse bedrijven bevinden. Stany Vaes, algemeen directeur van Denuo loodst ons langs de belangrijkste wijzigingen en welke gevolgen ze hebben op de inzamelaars, handelaars of makelaars van afvalstoffen (IHM’s).

Recyclage begint steevast met sorteren aan de bron. Want hoe zuiverder de stromen, hoe hoger de materialen gevaloriseerd kunnen worden. Voor bedrijven geldt daarom al jaren een sorteer­verplichting. In totaal moeten in Vlaanderen 24 stromen selectief ingezameld worden. Vaes: “Een ver­plichting die voor de meeste stromen al jaren bestaat, maar waar nog te veel bedrijven tegen zondigen, als we zien wat er nog allemaal in hun rest­afval blijft steken.” Papier, blikjes, pet­flesjes, het zijn materialen die nog een tweede leven verdienen, in plaats van in het restafval en dus de verbrandings­oven te landen. Uit de sorteer­analyses blijkt dat gemiddeld 44% van bedrijfs­restafval in afzetcontainers en 29% van bedrijfs­restafval in rolcontainers nog selectief ingezameld zou kunnen worden. “OVAM zet al jaren in op sensibiliseren om meer bedrijven aan het sorteren te krijgen. Met de nieuwe VLAREMA regels wil het nu een tandje hoger schakelen”, aldus Vaes.

Stany Vaes: “We zijn volop bezig met de samenstelling van een sorteerrichtlijnenboek op basis van foto’s. Op die manier hebben chauffeurs een visueel geheugensteuntje om te weten wat er kan en wat er niet kan.”

Visuele controle van rolcontainers

En die nieuwe regels hebben een grote impact op de operatoren. IHM’s moeten voortaan meewaken over de inhoud van de restafvalcontainer. Vaes: “Bij het ophalen van het bedrijfsrestafval, moeten zij voortaan een visuele controle uitvoeren aan de oppervlakte van de rolcontainer.    

Zien ze geen materialen die selectief ingezameld moeten worden, dan mag de container gewoon omgekiept worden zoals normaal. Heeft het bedrijf in kwestie niet goed gesorteerd, dan zijn er drie opties voor de inzamelaar. De container laten staan. De container meenemen, nasorteren in een overslagcentrum en een melding maken in het eigen non-conformiteitenregister. Of de container meenemen, de sorteer­fout melden in het centraal non-conformiteiten­register van de OVAM en hem dan wel naar de verbrandings­oven sturen.” De bedoeling is dat de OVAM op basis van deze meldingen de handhaving gerichter kan gaan sensibiliseren en controleren. Daarenboven krijgen ze op basis van reële data dan indicaties over hoe het beleid aan te passen. Afzet­containers vertrekken sowieso naar een overslag­centrum voor nasortering. Het materiaal dat van daaruit vertrekt naar de verbrandingsoven moet aan bepaalde kwaliteiten voldoen. Die worden samengevat in de resultaatsvoorschriften die voor elke willekeurige partij afval van 10 m³ de maximale hoeveelheden afvalstoffen die er nog mogen inzitten bepalen. Met het nieuwe VLAREMA zullen deze vanaf 2023 strenger worden (zie kaderstukje). “De hoeveelheden en de afmetingen krimpen verder in.” 

Afzetcontainers vertrekken sowieso naar een overslagcentrum voor nasortering. De resultaatsvoorschriften daar worden strenger vanaf 2023.

Wat kan er wel, wat kan er niet?

In de praktijk krijgen de operatoren hiermee een deel van de taak van handhaving doorgeschoven. Een ontwikkeling die de sectorfederatie uiteraard niet graag ziet gebeuren. “In principe is en blijft handhaving een taak van de overheid” stelt Vaes. “Voor IHM’s is het niet evident om een klant op de vingers te moeten tikken. Voor restafval geldt er nu eigenlijk een nultolerantie, ongeacht het volume aan afval per stroom dat een bedrijf produceert. Elke aanwezigheid van nog te recycleren materialen is in feite een sorteerfout. Waar dan precies de lijn zal getrokken worden bij de controles is vooralsnog onduidelijk. Er zou enkel rekening gehouden worden met ‘flagrante fouten’ en dus niet één flesje pmd dat in een container zit. Een ander verhaal is het dan weer met de aanwezigheid van bijvoorbeeld gevaarlijke afvalstoffen of AEEA: dan moet de chauffeur de container altijd laten staan. Maar welke criteria de handhaving hanteert om sorteerfouten te beoordelen, daar hebben we nu geen zicht op. Dit zou nochtans interessant zijn om een leidraad aan chauffeurs te kunnen meegeven.” 

Sensibiliseren en informeren

Vanuit juridisch aspect is het ook belangrijk dat de regels duidelijk zijn. Alles wat afval betreft, valt onder de milieu­regels en die kunnen straf­rechtelijk gesanctio­neerd worden met ver­volging, geld­boetes en zelfs gevangeniss­traffen. “Ingrijpende gevolgen dus, zowel voor het bedrijf in kwestie als voor de IHM’s.” Denuo blijft echter niet bij de pakken zitten en zoekt naar oplossingen om de theorie en de praktijk met elkaar te ver­zoenen. “Te beginnen met sensibiliseren. De wet­geving is er redelijk snel gekomen. Veel IHM’s zijn nog niet op de hoogte van wat er precies van ze verwacht wordt. Het is onze taak ze uitgebreid te informeren door middel van communicatieacties en seminaries. Ten tweede zijn we nu volop bezig, in samenspraak met de OVAM, met de samenstelling van een sorteerrichtlijnenboek op basis van foto’s. Op die manier hebben chauffeurs een heel visueel geheugensteuntje om te weten wat er kan en wat er niet kan. Want ook voor hen wordt dit een enorme aanpassing”, weet Vaes.

IHM’s moeten voortaan een visuele controle uitvoeren aan de oppervlakte van de rolcontainer. Zien ze geen mate­rialen die selectief ingezameld moeten worden, dan mag de container gewoon omgekiept worden zoals normaal.

Naar praktische oplossingen

Wat kan er dan wel nog veranderen om bedrijven meer aan het sorteren en recycleren te krijgen? Vaes: “Bedrijven zijn vandaag weldegelijk bezig met hoe ze hun ecologische voetafdruk kunnen verlagen. De tijdsgeest is er dus zeker om extra maatregelen te nemen. Het schoentje wringt bij de praktische uitvoering. Niet elk bedrijf heeft de ruimte om elke stroom apart in te zamelen. Misschien moeten we als sector nadenken over welke stromen we in dezelfde container kunnen combineren die relatief eenvoudig achteraf uit te sorteren zijn. Kan in bepaalde gevallen ook een nasorteringscontainer geplaatst worden, voor een extra prijs natuurlijk? Dan weet de IHM wat te doen, zonder de klant te moeten stigmatiseren. En ten slotte moeten we naar de recycleerbaarheid van bepaalde stromen durven kijken. Wat is het nut van selectieve inzameling als er geen rendabele afzetmarkt voor die stromen bestaat, zoals nu bijvoorbeeld voor textiel moeilijk ligt? Hoe meer waarde materialen hebben, hoe minder ze in het restafval zullen terechtkomen. Daar moeten we met zijn allen aan werken.” 

Maar hoe zit het nu eigenlijk aan de andere kant van de taalgrens? 

Vaes: “In Wallonië geldt vandaag dat stromen pas moeten selectief ingezameld worden als ze substantieel genoeg aanwezig zijn. Als bepaalde referentie­waarden gedurende een referentie­periode over­schreden zijn, horen ze dus niet meer in het bedrijfs­restafval thuis. Wel willen ze daar nu evolueren naar een strenger systeem, waarbij er ener­zijds meer stromen selectief ingezameld moeten worden en de drempels afgeschaft worden en vervangen door dezelfde nultolerantie als hier. Er ligt echter geen systeem op tafel om handhavings­taken door te spelen naar de IHM’s.”

Resultaatsvoorschriften

Vanaf 1 januari 2023 geldt:
• maximum drie stukken recycleerbaar papier en karton met een oppervlakte van meer dan 0,5 m²;
• maximum 30 l samen verpakt papier en karton;
• maximum drie stukken houtafval met een oppervlakte van meer dan 0,5 m²;
• maximum 30 l samen verpakt houtafval;
• maximum drie stukken groenafval met een lengte van meer dan 0,5 m;
• maximum 60 l samen verpakt groenafval;
• maximum drie stukken metaal met een oppervlakte van meer dan 0,25 m² of met een lengte van meer dan 1 m;
• maximum drie stukken recycleerbaar textiel­afval met een oppervlakte van meer dan 0,25 m²;
• maximum drie stukken puin met een oppervlakte van meer dan 0,5 m²;
• maximum 60 l puinafval;
• maximum één pakket transparante of witte kunststoffolie van meer dan 30 l;
• maximum drie stukken EPS en recycleerbare harde kunststoffen met een oppervlakte van meer dan 0,5 m²;
• maximum vijftig stukken pmd;
• nul afvalbanden;
• nul stukken gevaarlijk afval, AEEA, kga, asbestcement en asbesthoudende afvalstoffen.