Tagarchief: Bardoel

Meer hout redden van verbranding

Lees het gehele artikel

Om zoveel mogelijk afvalhout te recupereren voor hergebruik, speelt technologie uiteraard een cruciale rol. De installatie die bij Bardoel draait is een (voorlopig) orgelpunt in die evolutie. Het bedrijf slaagt erin om een recyclagepercentage van 84% te halen en torent daarmee ver boven het gemiddelde van de markt uit. Een maximale recyclage van houtafval, de weg naar een circulaire economie dus, maar toch krijgen ze zware concurrentie voor afvalhout van alternatieven die minder hoog staan op de Ladder van Lansink. Wat is er aan de hand?   

Bardoel is absoluut geen groentje in hout­bewerking. Het bedrijf uit Oost­nieuwkerke maakt al vijftig jaar werk van de recyclage van hout. In eerste instantie met het inzamelen en verwerken van houtzaagsel en houtkrullen uit de houtverwerkende industrie. Het verdwijnen van de meubelindustrie in België en de mogelijke gevolgen van de Brexit deden zaakvoerder Stijn Herman echter grondig nadenken over de toekomst. In 2015 werd resoluut voor een nieuwe koers gekozen: de focus lag voortaan op het recycleren van afvalhout. “Door contacten met Unilin wisten we dat kwaliteit de scherprechter is. Ook voor afvalhout Dat bepaalt immers de grens tussen wat hergebruikt kan worden en wat enkel maar voor verbranding met energierecuperatie in aanmerking komt. Door zover mogelijk te gaan in het opzuiveren van het hout, wilden we zoveel mogelijke waarde proberen creëren.”

Voortaan ging Bardoel niet meer met fijn hout aan de slag maar met stukhout van recyclageparken en bedrijven.

Recyclagegraad van 84%

Een verhaal van ambitie en geduld. Want om zijn plannen te realiseren moest Herman eigen machines en technologie ontwikkelen die verder gingen dan wat de markt te bieden had. “Het bouwen van onze lijn heeft ongeveer vijf jaar tijd en vijf miljoen euro gekost. Het uitgangspunt is zo het materiaal zo groot mogelijk te houden en pas later te granuleren. Meer kraken dan breken zelfs. Pas daarna halen we de stoorstoffen eruit. De knowhow die erin gekropen is heeft te maken met optische scheidingstechnieken, maar we hebben de machines ook moeten leren wat recycleerbaar is.” Voortaan ging Bardoel niet meer met fijn hout aan de slag maar met stukhout van recyclageparken en bedrijven. Een bonte mix van zogeheten massief hout, platen, MDF … dat op de lijn in Oostnieuwkerke gereinigd wordt tot verschillende fracties. “Vandaag staat de installatie volledig op punt en halen we door voortdurend verbeteren een recyclagegraad van 84%. Geen cijfer dat uit de lucht gegrepen is. We hebben het gedurende een volledig jaar laten opvolgen en certificeren door een onafhankelijke instantie. Omdat we geloofden in ons kunnen en dit ook zwart-op-wit wilden bewijzen aan de markt. We kunnen veel meer uit deze afvalstroom halen en valoriseren dan onze concullega’s”, aldus Thomas Loyson, verantwoordelijk voor Wood Procurement bij Bardoel.

Concurrentie voor afvalhout

Qua snelheid moet de lijn het misschien afleggen tegen de klassieke alternatieven op de markt (25 ton per uur in plaats van 80 ton per uur), maar de scheiding kan dan wel maximaal gebeuren. Herman: “En dat is waarnaar we moeten streven in de markt als we, zoals Europa en Vlaanderen het vragen, willen evolueren naar een circulaire maatschappij. Daarom hebben we ook zo fors geïnvesteerd, uit het geloof dat we iets kunnen betekenen voor de wereld.” Ondanks het streepje voor dat Bardoel voor het milieu kan betekenen, loopt het toch tegen steeds meer concurrentie aan. “Hout wordt klassiek onderverdeeld in zogeheten A-hout dat kan dienen voor recyclage en zogeheten B-hout dat te vervuild is en enkel maar verbrand kan worden met energierecuperatie. De regelgeving vermeldt echter nergens waar die grens precies ligt. Er gaat nu te veel hout naar verbranding. Wij bewijzen eigenlijk dat er een pak meer hout naar recyclage kan gaan, maar het is steeds moeilijker om aan afvalhout te geraken. We hebben al niet genoeg meer om onze lijn elke dag te laten draaien, omdat er met de komst van de nieuwe houtverbrandingsinstallaties een onevenwicht in de markt is ontstaan. We hebben een vergunning voor 70.000 ton afvalhout, in 2021 geraakten we al niet meer aan 60.000 ton en dan zijn de houtverbrandingsovens nog niet eens opgestart”, geeft Loyson aan.

“Wij bewijzen eigenlijk dat er een pak meer hout naar recyclage kan gaan, maar het is steeds moeilijker om aan afvalhout te geraken.”

Betere regelgeving nodig

Herman vergelijkt het met de situatie van het restafval vroeger. “Pas door de taks op verbrandingsovens te verhogen, zijn we met zijn allen meer gaan kijken naar sorteren en selectief inzamelen. De houtverbrandingsovens genieten nu van groenestroomcertificaten. Het tegendeel van hogere taksen dus. En uiteraard zijn ze een belangrijk sluitstuk in de keten, want er bestaat wel degelijk nog materiaal dat niet kan dienen voor hergebruik. Door dat op een duurzame manier te verbranden, kan er nog groene warmte uit gerecupereerd worden. Dat juichen we zeker toe. Maar het is jammer dat er nu minder hout beschikbaar is voor recyclage en hergebruik. Daar moet verandering in komen door een goede, duidelijke wetgeving en een nieuwe economische regelgeving die meer stimulansen aan recyclage dan aan verbranding geeft.” Loyson pleit er bijvoorbeeld voor om de recyclagegraad van materialen mee te nemen in openbare aanbestedingen. “Er zijn al intercommunales die dit soort initiatieven nemen. Dat is duidelijk een stap in de goede richting.” Ook met de OVAM zijn er gesprekken aan de gang om een afgebakende regelgeving rond afvalhout te krijgen.

Ambities voor milieu hard maken

Voor Herman wordt het tijd om onze ambities voor het milieu hard te maken en de juiste keuzes te maken. “Ik geloof dat ik dat met mijn bedrijf gedaan heb. Onze technologie staat trouwens ook ter beschikking van derden die de circulaire economie voorop willen stellen. Met Unilin hebben we in Vlaanderen de grootste verwerker van afvalhout in de rangen. Dat wij zoveel kunnen recycleren, is omdat zij zoveel kunde hebben om van afvalhout weer nieuwe spaanplaten te maken. Prachtig wat ze doen. Het materiaal dat we recupereren hoeft dus zelfs geen grens over. We kunnen de kringloop in eigen land sluiten. Daar moeten we met de hele keten toch alles voor in het werk stellen?”