Tagarchief: afval

Transport van afval niet zonder risico’s

Lees het gehele artikel

Alles verandert. Dat blijkt ook zo te zijn voor de waarde van afval. Waar decennia geleden alles rond afval werd beschouwd als een kost, zien we niet alleen evolutie in de terminologie maar ook en vooral in de waardering. Hoe dichter bij de bron, hoe zwakker of negatiever de waarde. Maar eigenlijk spreken we enkel nog van restproducten. In de verschillende verdere stappen van de behandeling van die restproducten ontstaat een ketting van toegevoegde waarde. Recyclage is dus toegevoegde waarde. Recyclageactiviteiten brengen echter grote volumes, logistiek en veel transport met zich mee. Daaraan zijn zeer uiteenlopende risico’s verbonden. Concrete gevallen tonen dat ongebreideld aan.

Wat het gemakkelijkst tot de verbeelding spreekt is het ongeval op de weg met een lading die mogelijk toxisch is en op zich geen handelswaarde heeft. Op de autoweg vindt een aanrijding plaats waarin een oplegger dwars komt te botsen met andere voertuigen. Hierdoor is de lading geschonden en lekt zij uit de oplegger. Er zijn gewonden, verschillende andere voertuigen zijn door de dwarsliggende oplegger beschadigd en de lading bevindt zich verspreid over wrakken en wegdek. De verplichte BA-verzekering voor motorrijtuigen zal uiteraard een flinke portie van de schade voor haar rekening nemen: de gewonden, de schade aan de andere voertuigen, het opruimen van dat deel van de lading dat uit de oplegger over de weg gelopen is … Minder vanzelfsprekend is het lot van de trekker en de oplegger, die niet meer rijvaardig zijn. Wanneer zo voorzien, kan de takeling ten laste worden genomen door de omniumverzekering van de vrachtwagen. Al zal de politie zo goed als altijd de eerste takeling bevelen. Zo komen we uit op het lot van de lading. De verzekeraar BA van de vrachtwagen neemt enkel die kosten voor zijn rekening die gemaakt worden om het verder lekken te verhinderen (de onmiddellijke beveiliging tegen imminente schade). Andere kosten, zoals bijvoorbeeld het overladen, het tijdelijk stockeren, de quarantaine, de repatriëring en mogelijk ook de vernietiging, zijn voor rekening van de ladingbelanghebbende (bij vervoer voor eigen rekening) of de vervoerder (bij vervoer voor rekening derden).

De zwellende containers

Een vergister moet een nieuwe bacteriecultuur opstarten in zijn reactoren. Hij bestelt drie containers actief slib die over de weg gebracht moeten worden. Daarbij wordt het vervoer door een derde partij uitgevoerd. Onderweg moeten de containers overgezet worden en verblijven ze korte tijd in een transitzone. In enkele dagen tijd zwellen de containers en komen de zijwanden en het dak helemaal bol te staan. De oorzaak laat zich vermoeden: de bacteriën zijn (uiteraard) actief gebleven, terwijl het geproduceerde gas niet is kunnen ontsnappen. Bij het openen van een deurpaneel van één van die containers volgt door de grote druk een explosie en loopt de persoon daarbij ernstige letsels op. Er komt voor verder onderzoek en beveiliging een industriële en tegen explosie beveiligde schaar aan te pas. De containers worden opengeknipt, alsook de flexibags waarin het actief slib werd vervoerd. In dit geval heeft de lading een (beperkte) handelswaarde, maar is er een slachtoffer gevallen en zijn grote kosten gemoeid rond het incident: de tijdelijke afzondering van de containers, de beveiliging van de situatie met het openknippen, de schade aan de 20 ft containers, het wegnemen van de lading … Er is een interessante discussie te voeren over wie de verantwoordelijkheid voor het incident moet dragen, wanneer uiteindelijk blijkt dat voor dit transport voor een te grote flexibag en voor een onaangepast ontgassingsventiel werd gekozen. Ook hier worden de kosten in eerste instantie aangerekend aan … de ladingbelanghebbende.

De rol van de transportverzekering

De oplossing voor beide voorbeelden is uiteraard de transportverzekering. Maar of we nu spreken van de aansprakelijkheid van de vervoerder (op basis van het CMR-verdrag), dan wel van het risico van de belanghebbende, telkens stelt zich de vraag naar de waarde van de goederen. Die is immers voor de verzekeraar de maatstaf voor het verlies en voor de compensatie van de kosten. Is er sprake van onvoldoende, geen of negatieve waarde, dan moet je met de verzekeraar (toereikend) extra budget voor al die kosten bedingen. De transportverzekering is voor het vervoer van afval, restproducten en recyclaat dus uitermate relevant én vraagt evenzeer een goede inschatting van het risico.   

Wereld Recyclage Day: recyclage is voor 1 op 2 Belgen de reden om dagelijks te sorteren

download
Lees het gehele artikel

Onderzoek wijst op het belang van betere kennis over wat er met afval gebeurt: 1 op 3 denkt dat restafval wordt gerecycleerd

Een breed onderzoek naar het sorteergedrag in België toont aan dat 96% van de ondervraagden vaak of altijd sorteert. Uit milieuoverwegingen én omdat het afval op die manier kan gerecycleerd worden. Het verklaart de Europese koploperspositie van België op het vlak van sorteren en recycleren van verpakkingsafval. Toch begrijpt nog niet iedereen wat er met het (verpakkings)afval gebeurt en is de sorteerboodschap nog niet altijd helder – vooral wat de nieuwe verpakkingstypes in de Nieuwe Blauwe Zak betreft.

Ter gelegenheid van Global Recycling Day op vrijdag 18 maart deed Fost Plus, dat instaat voor de organisatie en financiering van de selectieve inzameling, sortering en recyclage van huishoudelijk verpakkingsafval in België, een breed onderzoek[1]naar het sorteergedrag van de Belg.  

Op het gebied van recyclage van verpakkingsafval hoort België vandaag – dankzij het sorteergedrag van de Belg – bij de Europese top2. 96% van de ondervraagden zegt dat ze ‘vaak’ of ‘altijd’ sorteren en de absolute koplopers zijn 55-plussers waarvan 99% zegt ‘vaak’ te sorteren en 91% ‘altijd’. Van de jongere ondervraagden (18-34 jaar) sorteert 69% ‘altijd’. Het lagere percentage valt te verklaren door de gezinssamenstelling: jongeren lijken zolang ze thuis wonen het sorteren iets vaker over te laten aan andere leden van het gezin (ouders of partner). Toch is deze jongere groep zich bewust van het belang van goed sorteren, het is ook bij hen dat sorteergedrag het vaakst onderwerp is van discussie. Jongeren zijn ook het meest optimistisch op de vraag of het haalbaar is om 100% van de verpakkingen te recycleren. 91% antwoordt hierop bevestigend.

Mensen sorteren verpakkingen omdat ze iets goed willen doen voor het milieu (54%), omdat ze weten dat de materialen zo kunnen worden gerecycleerd (46%), of uit gewoonte (41%). Door te sorteren en te recycleren krijgen verpakkingsmaterialen een tweede leven als secundaire grondstof, zijn er dus minder nieuwe grondstoffen nodig en wordt de CO2-uitstoot aanzienlijk verlaagd. Dankzij de Nieuwe Blauwe Zak wordt bijvoorbeeld 100.000 ton CO2 per jaar extra bespaard.

Het misverstand rond restafval

Sinds er meer verpakkingen mogen worden gesorteerd in de blauwe PMD zak wordt per inwoner per jaar 8 kg aan bijkomende huishoudelijke verpakkingen ingezameld (bovenop de reeds verworven 15 kg). Dat is goed nieuws en het toont dat de communicatie rond de uitbreiding van de sorteerboodschap haar effect niet heeft gemist. Recyclage begint inderdaad bij de dagelijkse sorteerhandelingen: indien verpakkingen niet worden gesorteerd maar bij het restafval belanden, zijn ze helaas definitief verloren.

Weliswaar is er nog ruimte voor verbetering: enerzijds laat de studie zien dat er nog onvoldoende bewustzijn bestaat over wat er met restafval gebeurt: maar liefst 30% van de mensen denkt dat dit toch nog wordt gerecycleerd, terwijl dit wordt verbrand (met energierecuperatie). Dat is waarschijnlijk de reden dat in geval van twijfel over hoe te sorteren 33% van de ondervraagden een verpakking bij het restafval gooit, in plaats van zich te informeren, bijvoorbeeld via de app Recycle!, de website betersorteren.be, of de ophaalkalender. Anderzijds gelooft 1 op 4 niet dat plastic potjes en zakjes die in de Nieuwe Blauwe Zak mogen, gerecycleerd worden – wat wel het geval is.

Vaak wordt verondersteld dat mensen die kleiner behuisd zijn of geen buitenruimte hebben, minder sorteren. De studie spreekt dit echter tegen. Er zou geen causaal verband bestaan tussen het sorteergedrag en de manier waarop mensen wonen (appartement met/zonder terras of huis met/zonder tuin of terras).

Twijfelgevallen

In België recycleren we bijna al onze verpakkingen, maar de bevraging laat zien dat er voor een aantal verpakkingen nog twijfel is: in welke zak hoort een bepaalde verpakking. Zo is er onduidelijkheid over plastic wikkels bijvoorbeeld voor koekjes (36%), de plastic flessen van detergenten (25%), aluminiumschaaltjes (36%) en metalen spuitbussen (38%). Tenslotte belanden ook tandpastatubes (48%) vaak verkeerdelijk bij het restafval – ook die horen in de blauwe PMD zak thuis.  

Voor alle duidelijkheid: de P staat voor Plastic verpakkingen, de M voor metalen verpakkingen en de D voor drankkartons.

Wim Geens, Managing Director van Fost Plus: “Bijna de helft van de bevraagden geeft aan te sorteren omdat de gebruikte verpakkingen op die manier kunnen worden gerecycleerd. Via een communicatiecampagne willen we deze circulariteit extra benadrukken. Een beter begrip over het belang en concrete resultaat van deze sorteerhandeling zorgt ervoor dat mensen beter sorteren. Hoe beter we samen sorteren, hoe beter we gebruikte verpakkingsmaterialen kunnen recycleren. Alle verpakkingen recycleren blijft immers ons ultiem doel.”

Campagne ‘Alle verpakkingen recycleren. We gaan ervoor’België is absoluut op de goede weg naar maximale recyclage. Fost Plus is vastberaden omelk blikje, flesje, potje of eender welke andere verpakking terug te krijgen. Pas als elke verpakking wordt gesorteerd, kan ze worden gerecycleerd. Het is ook in die context dat Fost Plus een nationale communicatiecampagne heeft opgezet die op dit moment op radio, televisie en sociale media loopt. De campagne, die nog het hele jaar zichtbaar is, legt vooral de nadruk op concrete resultaten van verpakkingsrecyclage en toont aan dat consumenten met hun sorteerinspanningen het verschil kunnen maken.

Is ‘afval’ de sleutel voor de Europese klimaatambities?

jasmin-sessler-5Wfttm2CjeI-unsplash
Lees het gehele artikel

Europese recyclagedoelstellingen doen CO2-uitstoot met 150 miljoen ton dalen

Als we in Europa de doelstelling van 65% recyclage en maximum 10% afval naar stortplaatsen behalen, zal de jaarlijkse CO2-uitstoot met 150 miljoen ton dalen in vergelijking met 2018. Dat blijkt uit een studie van onder meer de Europese afvalfederatie FEAD en studiebureaus CE Delft en Prognos.  

Europa heeft de ambitie om tegen 2035 minstens 65% van het huishoudelijk afval te recycleren en maximum 10% naar stortplaatsen af te voeren. Als het Verenigd Koninkrijk en de Europese lidstaten deze doelstelling halen, zou de jaarlijkse CO2-uitstoot met 150 miljoen ton dalen, wat meer is dan de uitstoot van een land als Nederland (138 miljoen ton in 2020 – Globalcarbonatlas.org). Dat blijkt uit een studie van enkele Europese federaties en studiebureaus CE Delft en Prognos. Denuo heeft als lid van FEAD, de Europese afvalbeheersfederatie, deze studie mee opgevolgd.

Deze CO2-besparingen zijn het resultaat van meer doorgedreven recyclage en (her)gebruik van de teruggewonnen grondstoffen. Hierdoor worden we immers minder afhankelijk van de ontginning, het transport, de verwerking en het gebruik van primaire grondstoffen (goed voor 62% van de globale CO2-uitstoot). Daarnaast wordt ook CObespaard door de terugwinning van energie uit niet-recycleerbaar materiaal in afvalenergiecentrales en door de productie van brandstoffen op basis van afval. Dit allemaal in rekening gebracht zou de Europese afvalsector een enorme bijdrage leveren aan de Europese klimaatambities, zelfs zonder het potentieel voor verdere reducties via bijvoorbeeld multimodaal transport, koolstofneutrale energie en groenere mobilitiet in de sector.

Om dit CO2-reductiepotentieel te realiseren, zullen er in heel Europa inspanningen nodig zijn om de recyclagecapaciteit verder te stimuleren, onder meer door overheidssteun voor meer systemen die een gescheiden inzameling van meer afvalstromen mogelijk maken. Daarnaast dienen bedrijven ook meer in te zetten op het ecologisch ontwerp en de recycleerbaarheid van de producten die ze op de markt komen. De overheid kan ook haar steentje bijdragen door nieuwe maatregelen in te voeren die bijvoorbeeld een minimaal gebruik van gerecycleerde materialen in nieuwe producten opleggen.

De Pen | Van afval tot grondstof: op naar de volgende twintig jaar

Eric Dewaet kopiëren
Lees het gehele artikel

De coronacrisis kluisterde ons aan ons computerscherm en joeg als een wervelwind door het Belgische bedrijfsleven. Ondanks de vele uitdagingen waarmee onze partners in ons inzamel-, transport-, her­gebruik-, en recyclagenetwerk werden geconfronteerd, bleef de inzameling en recyclage op volle toeren draaien. Daarom zeg ik, geheel in lijn met onze nieuwe communicatiecampagne, ‘alvast dankuwel van Recupel’: het is dankzij de inzet en flexibiliteit van u dat we ook in 2020 fantastische resultaten kunnen voorleggen. 

65% van wat de voorbije drie jaar op de markt werd gebracht, moet ook worden ingezameld. Dat is een Europees inzamelobjectief opgelegd aan de verschillende lidstaten. Weinig landen behalen het objectief, België inclusief. Met 51% scoren we beter dan gemiddeld, maar er is nog een lange weg af te leggen. Hoewel er nog steeds te veel elektro onvindbaar is, werpt de rapportage via de tool van BeWeee haar vruchten af. Onze inzamelresultaten zitten ook in de lift. Dat zijn alvast twee positieve tendensen waar we verder aan moeten bouwen. Ik ben ervan overtuigd dat er geen ‘one size fits all’ oplossing is, maar dat we moeten inzetten op verschillende bouwstenen om samen aan die weg naar de 65% te timmeren. En met bouwstenen bedoel ik de actoren die betrokken zijn in de e-waste keten: de overheden, de transport- en recyclagesector, de distributiesector, de publiek-private sector, de hergebruiksector … Elke partij heeft zijn specifieke rol en is voor mij een bouwsteen om die 65% te bereiken. Vanuit Recupel wil ik het ­initiatief nemen om deze partijen rond te tafel te brengen en na te denken over nieuwe inzamel­technieken die een antwoord bieden op enkele bekende problematieken: de moeilijke inzameling in grootsteden, de illegale export, het lage inzamelpercentage van professionele apparaten … om er maar een paar te noemen. Om deze aan te pakken is samenwerking de enige sleutel tot succes.

In een circulaire economie is het belangrijk om de kringloop van materialen beter te sluiten, van rappor­tage van AEEA tot finaal de verwerking ervan. Maar om van die circulaire economie een realiteit te maken, moeten we een stap verder gaan: niet enkel de kringloop beter sluiten, maar die ook beter en efficiënter benutten. E-waste mogen we immers niet beschouwen als afval, maar als een waardevolle bron van grondstoffen. Die worden steeds schaarser. Denk maar aan de critical raw materials, alom­tegenwoordig in elektronische toestellen. 

De recyclagesector staat op de deur van de beleidsmakers te kloppen om een betere afzetmarkt te ­creëren voor hun recyclaten. Hoewel we dit in een ruimere, internationale context moeten beschouwen, valt deze roep bij ons niet in dovemansoren. Ik ben ervan overtuigd dat Recupel een meer verbindende rol kan opnemen – een spil in de circulaire economie als het ware – die producenten en de recyclagesector samenbrengt om zo lokale en circulaire projecten op touw te zetten. 

Laat me afsluiten met het volgende: in 2021 bestaat Recupel twintig jaar. Opgericht vanuit de industrie, kunnen we terecht trots zijn op wat we de voorbije twintig jaar hebben gerealiseerd: een efficiënt en performant inzamel- en recyclagesysteem dat tot de beste van Europa behoort. Nu komt het erop aan om niet enkel méér in te zamelen om zo méér grondstoffen in omloop te brengen, we moeten er ook naar streven dat de secundaire grondstoffen optimaal worden ingezet. Met z’n allen streven we zo naar een meer duurzame en circulaire maatschappij. De uitdagingen zijn groot, maar dat creëert ook tal van opportuniteiten. Ik ben alvast enthousiast om die, samen met u, met beide handen aan te grijpen.   

Led is geen afval

warning-light-49715_1920-kopieren
Lees het gehele artikel

Lever spaarlampen en conventionele Tl-lampen apart in, zodat de kleine hoeveelheid kwik in de lamp milieuvriendelijk verwerkt wordt. Ook Ledlampen horen in de WeCycle-inleverbak. In ledlampen zit geen kwik, maar ze worden via dezelfde recyclingbedrijven verwerkt. Gloei- en halogeenlampen mogen bij het restafval. Bij het recyclen worden het glas, de metalen, het kwik en het fluorescerende poeder uit de lampen teruggewonnen en hergebruikt. Ongeveer 92 procent van de grondstoffen van de lampen komt in aanmerking voor hergebruik.

Milieu

Ledlampen zijn milieuvriendelijk. Het is vele mate efficiënter dan gloeilampen of gasontladingslampen. Door de lange levensduur hoeven ledlampen minder vervangen te worden. Ledlampen kunnen gerecycled worden. Dat is de reden dat ze niet bij het restafval behoren. Leds bevatten geen giftige stoffen zoals bijvoorbeeld kwik. Ze bestaan hoofdzakelijk uit elektronische componenten zoals printplaten, diodes en halfgeleiders. Daarom dienen ze op dezelfde manier verwijderd te worden als traditionele elektronica. Ze worden afzonderlijk van het normale huishoudelijke afval ingezameld en worden gerecycled.

Proces

Door het terugwinnen van glas, kunststoffen en metalen die zich in de led producten bevinden kan tot wel meer dan 90% gerecycled worden. De Ledverpakkingen worden eerst behandeld, zodat onzuiverheden kunnen worden verwijderd. Deze onderdelen kunnen gemakkelijk worden gedetecteerd door hun intense fluorescentie onder Uv-licht.
Daarna wordt de ledlamp geplet en worden de verschillende componenten gescheiden. Omdat glas tijdens de recycling niet wordt afgebroken, kan het vele malen worden gerecycled. De ingezamelde elektronische componenten worden overgedragen aan e-waste recyclers die het koper uit de elektromagnetische spoelen halen.

Tl-buis

De oude Tl buis behoort bij het chemisch afval. Hetzelfde geldt voor de spaarlamp wat in wezen een opgevouwen Tl-buis is met een schroeffitting. Een Tl-buis is weinig meer dan een vacuüm gezogen glazen buis waarin naast de edelgassen argon en krypton een kleine hoeveelheid kwikdamp is ondergebracht. Vanwege de kwik wat schadelijk is bij inademing, behoort het tot de categorie chemisch artikel. Meer recente tl-verlichting is overigens minder giftig en zijn recyclebaar.

Op de verpakking van ledlampen staat een icoon; een zwarte kliko met een kruis erdoor. LED verlichting is dus geen restafval en dient apart aangeleverd te worden. Bij de milieustraat of de WeCycle-inleverbak. U mag de lamp ook inleveren bij de zaak waar u een nieuwe ledlamp koopt.

Herziening EVOA zou leiden tot winst in tijd en efficiëntie

Lees het gehele artikel

Wie afval over de grens wil exporteren, moet zich houden aan de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen, kortweg EVOA. Vereniging Afvalbedrijven ziet deze verordening als een uitstekend instrument om de bescherming van het milieu te waarborgen, maar plaatst toch een aantal kanttekeningen bij de administratieve lasten die eraan gekoppeld zijn. Dat kan een stuk eenvoudiger volgens de organisatie die de totale Nederlandse afvalketen vertegenwoordigt.

Vereniging Afvalbedrijven telt in Nederland ruim 50 leden over de volledige keten van het afvalbeheer. Samen zijn ze goed voor twee derde van de afvalmarkt qua marktvolume en marktaandeel. Daarmee is de organisatie uitstekend geplaatst om de grieven vanuit het werkveld op te vangen. En die zijn er, zeker wat betreft de EVOA regelgeving. Beleidsmedewerker en secretaris Lennert Vermaat: “Uiteraard ondersteunen wij ten volle de reden achter de komst van EVOA. Maar volgens ons zijn er toch een aantal administratieve lasten die anders kunnen. En daarover willen we rond de tafel gaan zitten met de betrokken instanties, zodat onze leden efficiënter zaken kunnen doen, zonder de veiligheid van mens of milieu in het gedrang te brengen.” Vereniging Afvalbedrijven hoopt gehoor te vinden zodat er in 2020 een herziening komt van EVOA.

Lennert Vermaet van Vereniging Afvalbedrijven: “Uiteraard ondersteunen wij ten volle de reden achter de komst van EVOA. Maar volgens ons zijn er toch een aantal administratieve lasten die anders kunnen.”

 

Andere procedure voor jaarlijks terugkerende vergunningen

Een eerste element dat Vereniging Afvalbedrijven naar voren schuift is de procedure voor jaarlijks terugkerende vergunningen. In Nederland heeft de Inspectie Leefomgeving & Transport die instaat voor het uitreiken van deze vergunningen een flinke achterstand opgelopen. “Hoewel er niks veranderd is aan de gegevens, moeten afvalbedrijven alles opnieuw ingeven en soms lang wachten op een beschikking. Dat zou beter moeten”, vindt Vermaat. Daarbij aansluitend zou er ook niet meer naar de datum voor het verzenden van de kennisgeving moeten gekeken worden. Vermaat: “Nu gaat de erkenning in voor een periode van twaalf maanden vanaf het moment dat de autoriteiten van het verzendende land alles doorgeven aan de autoriteiten van het ontvangende land. Nochtans moeten afvalbedrijven dan nog enige tijd wachten op de toestemming van de autoriteiten in het ontvangende land. We vragen daarom om pas vanaf die datum te beginnen tellen.”

Meer uniformiteit in regels en taal

Om het afvaltransport soepeler te laten verlopen kunnen verwerkers de status van Vooraf Goedgekeurde Installatie krijgen (VGI). “Een goede zaak. Op voorwaarde tenminste dat de erkenningen tussen de lidstaten gelijk zouden zijn. Maar dat is nu niet het geval, waardoor dat statuut te weinig toepassing vindt in de praktijk. De voorwaarden voor een erkenning zouden daarom eenduidig op Europees niveau beslist moeten worden. Dat geldt overigens ook voor de erkenning van nuttige toepassingen. Afvalenergiecentrales worden bijvoorbeeld anders beoordeeld in Nederland dan in Duitsland, wat tegelijk zijn gevolgen heeft voor het transport.” Dat standaardisering voor minder barrières zou zorgen geldt zeker ook op vlak van taal. “We pleiten ervoor om alle relevante documenten rond kennisgeving voor grensoverschrijdend transport in het Engels op te stellen, eventueel naast de taal van de behandelend lidstaat. Op die manier hoeft er geen tijd verloren te gaan aan vertaling. Het zou ook onduidelijkheden en misverstanden kunnen vermijden.”

Om het afvaltransport soepeler te laten verlopen kunnen verwerkers de status van Vooraf Goedgekeurde Installatie krijgen (VGI). Een goede zaak. Op voorwaarde tenminste dat de erkenningen tussen de lidstaten gelijk zouden zijn.

 

Innovatie niet in de weg staan

Als laatste punt haalt Vermaat nog de procedure voor proefzendingen aan. “Wie in het kader van innovatie nieuwe processen wil uittestten, heeft uiteraard nog niet alle informatie ter beschikking die nodig is voor de kennisgevingsprocedure. Daarom werd in een uitzondering voorzien tot 25 kg afval. In de praktijk volstaat dit echter niet om echt te kunnen gaan testen. Daar is al snel een ton voor nodig. De beperkte limiet houdt innovatie tegen, terwijl dat net cruciaal is om meer afval te kunnen verwerken tot grondstoffen”, geeft Vermaat aan. Door deze wijzigingen in de EVOA regelgeving zou volgens Vereniging Afvalbedrijven winst in tijd en efficiëntie kunnen geboekt worden. “De administratieve last helpt het milieu ook niet vooruit. Hoe efficiënter ze kunnen werken, hoe beter onze leden hun steentje zullen kunnen bijdragen tot een circulaire economie.”  

Bionerga gaat nu ook afval sorteren en recycleren

bionerga
Lees het gehele artikel

Elke dag produceren wij met z’n allen een hoop huishoudelijk en daarmee gelijkgesteld niet recycleerbaar afval. Bionerga verwerkt dat op een propere en efficiënte manier tot energie(warmte en elektriciteit) en grondstoffen(o.a. compost). Door de jaren heen hebben wij op dat vlak heel wat kennis opgebouwd, hebben wij nieuwe technieken en technologieën ingevoerd en zijn we op die manier in Vlaanderen een belangrijke spelergeworden in het verwerken van afval.

Maar stilstaan is achteruitgaan. Naast de 2 bestaande pijlers (verbranding en compostering) zetten wij nu in op 3 nieuwe pijlers: sortering, biomassa en warmtenetten. Het afval dat bij ons binnenkomt, willen wij sorteren met het oog op een betere recyclage (hergebruik) achteraf.

Concreet hebben wij een vergunningsaanvraagingediend voor 2 projectenop de site van Ravenshout-Beringen. De eerste gaat om de verwerking van de P+MD-zakkendie waarschijnlijk in 2021 in Limburg worden ingevoerd. In deze blauwe zak mag dan niet enkel PMD (plastics, metalen en drankkartons) verzameld worden, maar ook andere kunststofmaterialen (botervlootjes, folie…). De ingezamelde voorraad zal in een nieuw bedrijf naast de biostoomcentrale verder gesorteerd worden in liefst 14 verschillende fracties, die nadien ter plaatse of elders verder worden verwerkt of opgewaardeerd. Verwerkingscapaciteit: 20.000 ton/jaar. Kostprijs: 20 mio. Gecreëerde tewerkstelling: 20 personen.

De 2deaanvraag behelst de sortering van de Optimo-zakken. Verschillende soorten afval worden in telkens anders gekleurde zakken tegelijkertijd ingezameld, wat dus efficiënt en milieuvriendelijk is. Bionerga vraagt nu een vergunning aan om de 5 fracties te scheiden: P+MD (vanaf 2021), keukenafval, tuinafval, textiel en restafval. Kostprijs van deze sorteringsinstallatie: 10 mio. Gecreëerde tewerkstelling: 10 personen.

De 2debijkomende pijler is het verwerken van biomassa. Dat zal in Houthalen gebeuren waar nu al een biomassaplein wordt ingericht. Daar zullen houtsnippers van goede kwaliteit worden aangemaakt, die op hun beurt via verbranding warmte en energie zullen opwekken op verschillende kleinschalige projecten in de gemeenten (nu bv. al actief in een school in Bocholt). Veel hout zal komen van de houtkanten langs de Limburgse wegen, die onderhouden worden door o.a. het Regionaal Landschap Lage Kempen. Maar ook in de bossen zijn onderhoudswerken nodig en nuttig.

En tot slot, de 3debijkomende pijler, is de ontwikkeling van warmtenetten bij gemeenten. Neem nu Kortessem, waar men enkele overheidsgebouwen die dicht bij elkaar liggen, wil verwarmen via een kleinschalige biomassacentrale op basis van lokaal gedroogd snoeihout.

Bionerga zet, zoals uit dit overzicht blijkt, nieuwe belangrijke stappenin het milieuvriendelijk verwerken van afval in eigen regio. De vele doelstellingen die allerlei overheden formuleren in hun beleidsplannen, maken wij concreet en met resultaat. Dat onze kinderen en kleinkinderen op die manier ook nog in een gezonde omgeving kunnen wonen en werken, maakt ons een beetje fier en stemt ons zeker gelukkig.

Nieuwe recyclageplant zet stap verder naar circulaire economie

Lees het gehele artikel

Verbranden van afval is niet duurzaam en zal in de toekomst anders moeten. Met de komst van nieuwe technologie en nieuwe bedrijven kan een deel van de niet-recycleerbare fractie van ons afval alsnog verwerkt worden tot een nieuwe grondstof of energie. RenaSci is daar een voorbeeld van. Eind 2019 wil het Oostendse bedrijf operationeel zijn en via verschillende processen nog waarde creëren uit anders verloren materialen.

Het idee achter RenaSci ontstond vier à vijf jaar geleden al bij Luc Desender, een van de investeerders in het Oostendse bedrijf. Hij kon niet langer toezien dat er nog zoveel restafval overbleef waar niks anders mee gedaan werd dan verbranden. Na een grondige analyse van de beschikbare technologie ontstond het Smart Chain Process, het hart van RenaSci. Business & development officer Filip Arnou: “Om maximaal energie en grondstoffen terug te winnen uit afval hebben we bestaande technologie aan zelf ontwikkelde technologie gekoppeld in één geïntegreerd proces. Het afval wordt eerst automatisch gescheiden. Vervolgens zetten onze innovatieve technologieën ze om in energie en bruikbare materialen. De grote ‘onverwerkbare’ reststroom van biomassa wordt zo opgedeeld en geconditioneerd voor hergebruik.” Eind 2019 zal Renasci opstarten met een 45-tal medewerkers om dan in 2020 fully operational te worden.

Het idee achter RenaSci ontstond vier à vijf jaar geleden al bij Luc Desender. Hij kon niet langer toezien dat er nog zoveel restafval overbleef waar niks anders mee gedaan werd dan verbranden.

 

Pyrolithisch kraken en carboniseren

De innovatieve technologie die Renasci toevoegt kan opgedeeld worden in twee grote blokken, in functie van de te behandelen stroom. Arnou: “Voor de P2C (plastics-to-chemicals) gebruiken wij een pyrolitisch krakingsproces, waarbij we verschillende eindproducten kunnen maken waaronder een soort diesel vergelijkbaar met EU-normering EN590 of Nafta, een product dat dan ook voor 100% beantwoord aan een circulaire economie. Met het HTC (Hydro Thermal Carbonisation) proces kunnen we papier of karton omzetten in pellets met een calorische waarde van ongeveer 23 MJ. Het papier en karton kunnen we ook nog met een ander proces, via een enzymatische fase omzetten in suikers die dan op hun beurt worden omgezet naar ethanol of isobutanol die dan ook weer bruikbaar zijn in de chemische sector en meerdere malen kunnen worden hergebruikt in een circulaire economie.”

“Ons doel is om een circulaire maatschappij vorm te geven waarbij er geen afval meer moet gestort of verbrand worden en zo een steentje bij te dragen in het behalen van de klimaatdoelstellingen.”

 

Verdere evolutie in recyclage

Dat RenaSci inzet op chemische recyclage heeft alles te maken met de beperkingen van mechanische recyclage. “Het is de oplossing om de restfractie om te zetten in een grondstof die dan meerdere malen opnieuw gebruikt kan worden”, stipt Arnou aan. “Het is een verdere evolutie in recyclage.” Ook de locatie in de haven van Oostende is geen toeval. Het gebied beschikt over de infrastructuur en bereikbaarheid die nodig zijn om de aan- en afvoer te verzekeren. De aanvoer kan in principe uit elk soort afval bestaan dat door de ophalers aan RenaSci wordt aangeleverd. Dit kan een ruime mix zijn maar ook reeds deels gesorteerde fracties of zelfs uitgesorteerde plastic folies. RenaSci zal ook in staat zijn om de ‘plastic soep’ uit onze rivieren en oceanen te verwerken. Arnou: “Ons doel is om een circulaire maatschappij vorm te geven waarbij er geen afval meer moet gestort of verbrand worden en zo een steentje bij te dragen in het behalen van de klimaatdoelstellingen. Wereldwijd is er nu al een afzetmarkt voor deze gerecycleerde ‘nieuwe’ grondstoffen. De weg die we ingeslagen zijn om onze economie te veranderen zal bijdragen aan een grotere bewustwording en een nog grotere vraag naar gerecycleerde grondstfoffen.”  

De top en flop in elke schakel van de circulaire economie

flop-kopieren
Lees het gehele artikel

In een circulaire economie staat recyclage centraal, zodat producten (en hun bestanddelen) steeds een nuttige toepassing krijgen. Dat kan maar door op verschillende momenten in de levensfase van een product doordacht te werk te gaan. Er zijn in België heel wat circulaire topvoorbeelden te vinden: productontwikkelaars die aandacht hebben voor ecodesign, bedrijven die producten maken met gerecycleerde materialen, initiatieven die de selectieve inzameling van verschillende soorten afval bevorderen …

Maar voor elk van die goede voorbeelden zijn ook tal van flopvoorbeelden te vinden. Wereldwijd komen er nog elk jaar miljarden tonnen nieuwe producten op de markt die niet recycleerbaar zijn, waar geen selectieve materialen aan te pas kwamen, die niet selectief worden ingezameld … Deze rubriek toont voor elke schakel van de circulaire economie enkele mooie realisaties en ook enkel uitdagingen, of anders gezegd: de top en de flop.

De top en flop in elke schakel van de circulaire economie

Top: inzamelen lege inktcartridges

Dankzij bedrijven zoals Recyca gaan lege inktcartridges niet verloren. Het bedrijf zamelt al sinds de oprichting in 2001 lege cartridges en toners in bij bedrijven, lokale besturen, scholen en verenigingen voor hergebruik. Op die manier krijgen jaarlijks meer dan twee miljoen inktcartridges een nieuw leven als … inktcartridge.

Flop: wegwerpkoffiebekers

De hoofdstad van Oostenrijk is wereldbefaamd om zijn koffiehuizen met een traditie die teruggaat tot 1685. Toch belanden er in Wenen dagelijks 300.000 wegwerpkoffiebekers op de afvalberg. Nochtans bestaat er intussen een ruim aanbod van mooie, herbruikbare, afwasbare en vaak recycleerbare koffiebekers.   

Samen evolueren naar een circulaire bouweconomie

Lees het gehele artikel

Zo’n 30 tot 40% van ons afval komt uit de bouw . Bouwbedrijven, bouwmateriaalproducenten, lokale en regionale overheden, private bouwheren, onderzoekers en andere organisaties willen dit substantieel verminderen en gaan daarom samenwerken om circulair bouwen in Vlaanderen tot dagelijkse realiteit te maken. Dit is de missie van het initiatief Green Deal Circulair Bouwen dat op 22 februari tijdens Batibouw gelanceerd werd door Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Koen Van den Heuvel en geïnitieerd is door Vlaanderen Circulair, de OVAM en de Vlaamse Confederatie Bouw.

Samen evolueren naar een circulaire bouweconomie

De bouwsector heeft een belangrijke impact op het totale materialengebruik in Vlaanderen. Gemiddeld is 30 tot 40% van ons afval terug te brengen naar de bouwsector. De wijze waarop we bouwen en wonen heeft bovendien een grote invloed op onze CO2-voetafdruk. Door de omvang van de sector en het totale volume aan materialen, maakt een gezamenlijke verandering richting circulaire economie echt het verschil. De bouw is een typische omgeving waar diverse sectoren samenwerken om tot betere resultaten te komen. Hier is dus een groot potentieel om de ketens maximaal te sluiten, zeker omdat deze ketens vooral lokaal georganiseerd zijn. Om de circulaire principes in de bouw versneld in de praktijk te brengen en knelpunten bloot te leggen, is er nu de Green Deal Circulair Bouwen. In totaal engageerden al meer 300 ondernemers zich om er werk van te maken.

Wat is circulair bouwen?

Er wordt uitgegaan van drie hoofdprincipes. Circulair bouwen betekent in de eerste plaats veranderingsgericht ontwerpen en bouwen. De noden en wensen van gebruikers en maatschappij zullen immers blijven veranderen. Het doel is dan ook gebouwen te creëren die de verandering efficiënt ondersteunen. Daarnaast staan uiteraard de principes van de circulaire economie voorop. In essentie gaat het er dan om kritisch materiaalgebruik;  dat zoveel mogelijk hergebruikt en gerecycleerd kan worden met een zo hoog mogelijk waardebehoud en levensduurverlenging. Dit vergt nieuwe business­modellen en samenwerking doorheen de bouwketen. Ten slotte is er nog het materialenpaspoort. Dit registreert alle materialen in een gebouw op een digitaal platform. Gebouwen kunnen zo getransformeerd worden tot een grondstoffendepot, want materialen kunnen maar hoogwaardig en veilig opnieuw ingezet worden als ze een identiteit en een gedocumenteerde historiek hebben.

Wat houdt de Green Deal in?

Samen evolueren naar een circulaire bouweconomie

Sfeerbeelden tijdens de ondertekening van de Green Deal Circulair Bouwen.

 

In de Green Deal staat samen doen en leren centraal. De deelnemers starten experimenten en brengen hun kennis en ervaring samen in een lerend netwerk. Er worden tools, methodieken en nieuwe vormen van ketensamenwerking uitgetest. Daarnaast werkt een onderzoeksgroep aan de zogenaamde ‘randvoorwaarden’: dat zijn juridische, economische en andere drempels die geïdentificeerd worden. Data en ervaringen uit de experimenten voeden dit onderzoek. Samen moet dat leiden tot oplossingen. De deelnemers worden viermaal per jaar samengebracht om hen te inspireren met Vlaamse en buitenlandse cases. Tijdens deze bijeenkomsten wordt er aan de slag gegaan met concrete vraagstukken en brengen de deelnemers  hun ervaringen, tools en meetinstrumenten in. Zo wordt er ontdekt wat de omslag naar een circulaire economie kan betekenen voor de bouwsector. Omdat sommige organisaties al enige ervaring hebben en de materie voor anderen nog helemaal nieuw is zal er ook online een basisvorming aangeboden worden. Zo krijgt iedere deelnemer de kans om op zijn eigen ritme te leren op momenten die hem/haar het beste uitkomen.  

PP en HDPE kunststoffen omzetten in hoogwaardige secundaire grondstof

img_9313-kopieren
Lees het gehele artikel

Kunststof afval hoeft helemaal niet in zee te belanden, er zijn heel wat technieken om in te zetten op een mooie valorisatie. Bollegraaf Recycling Solutions BV., onderdeel van de Bollegraaf Group, heeft de opdracht uitgevoerd voor Morssinkhof, voor het leveren van een kunststofrecyclage-installatie. De recyclage-installatie is gerealiseerd in Heerenveen op bedrijvenpark Haskerveen.

Morssinkhof Rymoplast zal het gesorteerde kunststof van de sorteerinstallatie verwerken tot een hoogwaardige secundaire grondstof. In aanvulling op het kunststofverpakkingsafval van de sorteerinstallatie zal de fabriek gelijksoortige afvalstromen uit Nederland en aangrenzende landen verwerken. De hypermoderne fabriek heeft een capaciteit om PP en HDPE kunststoffen uit consumentenafval te verwerken in secundaire grondstoffen voor hoogwaardige toepassingen. Om de installatie voor Morssinkhof te realiseren is er binnen Bollegraaf uitvoerig engineeringswerk gedaan waarna de installatie gerealiseerd kon worden.

Kunststof recycling vakblad recycling RecyclePro België

Morssinkhof Rymoplast zal het gesorteerde kunststof van de sorteerinstallatie verwerken tot een hoogwaardige secundaire grondstof.

 

De gewenste output stromen waren gebaseerd op kleur te weten wit, transparant, gekleurd transparant; overig. Hiervoor zijn de volgende stappen ingebouwd; shredder, trommel, zeef, magneet, ballistische zeef, optische sortering.

Marktleider in de branche

Middels deze installatie heeft Bollegraaf wederom laten zien een wereldleider in engineering en productie van turnkey recyclageoplossingen te zijn. Bollegraaf realiseert innovatieve en betrouwbare oplossingen waarbij de hoge kwaliteit van zijn producten centraal staat. Bollegraaf heeft zich de afgelopen 55 jaar bewezen als marktleider in de branche. Het investeert in onderzoek naar en ontwikkeling van innovatieve technologieën. Het primaire doel is dat Bollegraaf eersteklas kant-en-klare recyclageoplossingen biedt met de hoogste ROI voor de klant. Bollegraaf Group is opgericht in Nederland en bestaat uit de bedrijven: Bollegraaf Recycling Solutions en Lubo Recycling Solutions. Het bedrijf heeft ook verschillende dochterondernemingen in Europa en heeft een stabiele internationale verkoop- en aftersalesorganisatie. Bollegraaf is actief in de VS en Canada via Van Dyk Recycling Solutions (VDRS), de exclusieve distributeur van Bollegraaf, Lubo en Tomra. Raadpleeg de website voor meer informatie over de oplossingen en technologieën.  

Als de vonk overslaat …

van-werven-adv-biddinghuizen-selby-okt-2017-0067218-kopie-kopieren
Lees het gehele artikel

De wereld redden begint met een kleine vonk die een vlam wordt. We moeten met zijn allen de passie voelen om secuurder om te gaan met wat we niet meer nodig hebben, de verloren grondstoffen. De kunststoffen zelf zijn immers niet de grote vervuilers, het is de manier waarop we ermee omgaan en ze achteloos wegsmijten die de plastic soep in de zee veroorzaakt. Bij Van Werven en Peter Brughmans is de vonk al langer overgeslagen. Ze vonden elkaar in het geloof dat er met end-of-life plastics, meer specifiek de harde kunststoffen die een lang servicegebruik hebben, bij het einde van hun serviceleven nog zinnige dingen te doen zijn en brengen dat elke dag in de praktijk. Het mooie van het verhaal? Hun kwaliteit moet niet onderdoen voor virgin grondstoffen. Peter Brughmans, Consultant voor de inkoopactiviteiten van Van Werven in België, vertelt.

Waarom die passie om met afval aan de slag te gaan?

“Het is confronterend hoe we ons van ons afval ontdoen. In de productie van producten kruipt er tonnen CO2. Toch gaan die producten soms maar enkele seconden mee. De vriendelijke dame in de broodjeszaak geeft me een koffie in een kartonnen beker en verpakt goedbedoelend een papier zakje rond mijn broodje ‘gezond’, terwijl ik het er enkele stappen verder meteen weer afhaal om het broodje te kunnen verorberen en de koffiebeker na enkele minuten leeg heb en weggooi. We staan er niet bij stil dat het hier allemaal om waardevolle grondstoffen gaat, die haast allemaal te recycleren zijn en toch in het restafval belanden. Zo stikken we in ons eigen CO2”.

Van Werven Artikel Kunststofrecycling Vakblad recyclepro België

Van Werven en Peter Brughmans vonden elkaar in het geloof dat er met end-of-life harde kunststoffen nog zinnige dingen te doen zijn.

 

Hoe kunnen we dat patroon doorbreken?

“We zouden deze waardevolle grondstoffen, kunnen recycleren of ook voorkomen. Ons broodje niet laten verpakken en de koffie in een zelf meegebrachte, lichtgewicht, duurzame plastic beker die keer op keer kan hergebruikt worden en die bij einde ‘lang’-leven kan worden gerecycleerd als harde kunststof om er weer een nieuwe beker van te laten maken. Ach, waarom niet duurzamer reageren? Het is met die blik op de wereld dat bij mij al in de jaren 90 de passie ontstond om echte oplossingen te vinden voor diverse moeilijke maar waardevolle materialen. De projecten met kunststoffen leiden echter niet meteen tot tastbare resultaten. Het is nochtans niet logisch dat we er niks mee doen. Maar als we de wereld willen veranderen, zullen we het samen moeten aanpakken.”

Hoe hebt u die samenwerking met Van Werven gevonden?

“Onze noorderburen hadden te maken met een gelijkaardig buikgevoel. Het begon met bloempotjes bij collega Rob Labots die toen een tuincenter had. Van zodra de plant in volle grond of in een modieuze pot terecht kwam, belandden de plastic bloempotten die de wortels beschermden zonder pardon bij het restafval. Labots zocht ook al in de jaren 90 naar mogelijkheden. In 2006 startte hij bij Van Werven de recyclageafdeling voor gebruikte harde kunststof. Toen ik in 2011 daar op hun site in Biddinghuizen aankwam, viel ik bijna achterover van hun technologisch kunnen om iets eco’logisch’ en economisch met end-of-life, gebruikte kunststoffen aan te vangen. Ik kende de afvalwereld in België behoorlijk goed en zag meteen een opportuniteit om die gedeelde passie om secuurder om te gaan met grondstoffen ook in België in de praktijk te brengen. Nog geen twee maand later zaten we terug aan tafel met een concreet plan voor een eerste overslaglocatie en 10.000 ton capaciteit. Dynamiek is iets fantastisch als het voortkomt uit goesting en passie, want je weet waarom je het doet.”

Van Werven Artikel Kunststofrecycling Vakblad recyclepro België

Peter Brughmans: “Het besef groeit in de maatschappij dat afval een tweede leven als grondstof voor nieuwe producten kan krijgen. Dit geeft ons een goede ondergrond om steeds verder te gaan in wat we recycleren en hoe we recycleren.”

 

Waarom duurde het dan zo lang om er een succesverhaal van te maken?

“Om een idee te transformeren in een leefbaar economisch model speelt ook de wetgever een rol. De verplichtingen om te sorteren en te recycleren zijn een essentiële voorwaarde om aan kwalitatief materiaal te geraken. Belangrijk, want om bedrijven te overtuigen om je grondstoffen te verwerken, mag de kwaliteit niet onderdoen voor virgin grondstoffen. Vandaag krijgt de circulaire economie steeds meer de wind in de zeilen. Het besef groeit in de maatschappij dat afval een tweede leven als grondstof voor nieuwe producten kan krijgen. Dit geeft ons een goede ondergrond om steeds verder te gaan in wat we recycleren en hoe we recycleren. Het is eigenlijk zo moeilijk niet en meer een kwestie van gezond verstand. De transitie naar een groenere wereld gaat immers hand in hand met meer welzijn en meer economische opportuniteiten. We kunnen nog veel meer doen met plastics en daar zullen we de komende jaren vol voor gaan.” Voor meer informatie kunt u kijken op: www.recyclingplastics.eu.  


Verderkijken naar circulaire optimalisaties

Van Werven is een 74 jaar oude Nederlandse familieonderneming met drie divisies: infra, afvalinzameling en recyclage, bio-based products en recycling plastics. In de recyclage van gebruikte harde kunststoffen is Van Werven met zijn zeven vestigingen in Noord-Europa (Nederland, België, Engeland, Ierland, Noord-Ierland, Zweden en Polen) marktleider in Europa. Zo werden vorig jaar met de ganse Europese Van Werven recycling plastics divisie samen 125.000 ton diverse, nieuwe hoogwaardige grondstoffen gemaakt die ook na gebruik weer keer op keer opnieuw kunnen worden gerecycleerd. Zoals in meerdere andere landen werd er naast de eerste sorteerinstallatie in België (Lanaken) vorig jaar op dezelfde plek in een heuse fabriek geïnvesteerd die vandaag 100% PUUR Belgische grondstoffen maakt! Vanaf april heeft Van Werven er zijn tweede sorteerinstallatie in gebruik genomen, zodat de fabriek volledig optimaal kan beleverd worden. En nog meer concrete circulaire optimalisaties kan Van Werven realiseren samen met zijn partners:

• Onze verhuurder (waar van wij nu ca. 4.5 ha terrein in Lanaken huren) transporteur Meers Internationaal Transport bvba kan via retourtransport gebruikte harde kunststoffen van onze leveranciers mee naar huis nemen en bij ons leveren. Gewoon ecologische, economisch efficiënt.

• We kunnen de lokale maakindustrie ondersteunen. Bijvoorbeeld de firma Matvanced, als een gebruiker van maalgoed heeft geïnvesteerd en is sinds januari 2019 gevestigd in dezelfde loods bij ons in Lanaken. Hierdoor wordt transport ook tot een minimum herleid.

• Verwerken van pvc tot micronisaat als eindproduct welke rechtstreeks wordt geleverd aan eindgebruikers in Europa. Als enige bereikt: ‘einde afvalstatus voor PVC-micronisaat’.

Dit is de lokale, circulaire economie. De eerste stappen worden eveneens gezet om samen met de gemeente Lanaken en Riemst te kijken naar het aanwerven van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Oprichting nieuw orgaan in strijd tegen plastic afval

Lees het gehele artikel

“Als we de manier waarop we kunststoffen produceren en gebruiken niet veranderen, dan zal er in oceanen tegen 2050 meer plastics dan vis zitten.” Deze uitspraak van Frans Timmermans, de eerste vice-president van de Europese Commissie en verantwoordelijk voor duurzame ontwikkeling, is het grondvest achter de ontwikkeling van de Europese Kunststoffen Strategie. Om de handschoen op te nemen en deze uitdaging te beantwoorden heeft de Europese Confederatie van Recyclage Industrieën Euric besloten om de European Plastics Recycling Branch te lanceren.

Het regende de voorbije maanden en jaren mooie beloften om het probleem van kunststofvervuiling een halt toe te roepen. Zo wil Europa alle kunststof verpakkingen tegen 2030 herbruikbaar of recycleerbaar maken. Tegen 2040 wil de Europese Unie ook de helft van zijn kunststof afval gerecycleerd zien. De recyclage-industrie heeft zichzelf dan weer een target van 10 miljoen ton plastics opgelegd om te hergebruiken in de productie van nieuwe producten voor de Europese markt tegen 2025. “Dit laatste wordt het voornaamste werk­domein voor de European Plastics Recycling Branch (EPRB). Het wil mee helpen de uitdagingen die verbonden zijn aan de verwerking van kunststoffen voor recyclagedoeleinden identificeren en oplossingen formuleren. In elke schakel van de keten wil het zo het circulaire niveau van deze materialen optrekken”, aldus Ion Olaeta, vice-­president van de EPRB. Het nieuwe orgaan zal mee toezien op het uitrollen en implementeren van de EU Kunststoffen Strategie. “Er zal onder meer gestreefd worden naar een betere interface voor de Europese regelgeving rond afval- en chemische producten, zodat recyclagebedrijven kunnen anticiperen op mogelijke veranderingen en langetermijninvesteringen uitvoeren.” Daarnaast staan ecodesign, verbetering van de logistieke mogelijkheden en engagementen voor het gebruik van gerecycleerde materialen hoog op de agenda.

Plastic Afval artikel vakblad recycling recyclage sector belgië

“Als we de manier waarop we kunststoffen produceren en gebruiken niet veranderen, dan zal er in oceanen tegen 2050 meer plastics dan vis zitten.”

 

Uitdagingen en mogelijkheden

De leden van het EPRB zullen de nationale recyclagefederaties over heel Europa zijn. Coberec is een van de stichtende leden. Zij spreken in naam van honderden kleine, middelgrote en grote bedrijven actief in de inzameling, de verwerking, de recyclage en de handel van verschillende stromen van kunststoffen. Kunststoffen die onder andere komen uit end-of-life voertuigen, e-waste, verpakkingsmaterialen … Maar de uitdagingen, technisch, economisch en wetgevend om kunststoffen efficiënt en op een grote schaal een tweede leven te geven zijn niet gering. “De timing voor de kick-off van EPRB is niet toevallig”, vertelt Emmanuel Katrakis, secretaris-generaal van EuRIC. “Kunststoffen zijn in Europa en wereldwijd een van de voornaamste prioriteiten geworden. Dat brengt enerzijds onzekerheid met zich mee, maar biedt tegelijkertijd heel wat nieuwe mogelijkheden.” Het bevorderen van de recyclage van kunststoffen zal sowieso een positieve impact hebben. Het bevordert de lokale werkgelegenheid en levert een aanzienlijke bijdrage tot een beter klimaat. De recyclage van 15 miljoen ton plastics zou jaarlijks een vermindering in CO2-emissies opleveren die het equivalent is van 15 miljoen voertuigen. Daarenboven verwacht de EU dat verbeterde inzamelsystemen en recyclagetechnieken voor kunststoffen een besparing zullen teweegbrengen van ongeveer 100 euro per ton.

Leidend zijn in evolutie naar circulaire economie

“Met de oprichting van EPRB toont de recyclage-industrie eens te meer dat het een leidende rol wil spelen in de globale transitie naar een nieuwe model van circulaire economie. Alle stakeholders in de waardeketen van kunststoffen zullen hun engagement wat dat betreft opnemen. Dat is de enige manier om het goede voorbeeld te geven aan de burger, zodat hij zelf ook geen excuus meer heeft om bij te dragen aan deze ontwikkeling. Deze verandering moet de tragedie van 13 miljoen ton kunststoffen die jaarlijks in de oceanen van onze planeet terechtkomen verhinderen”, besluit Olaeta.