Magazines / Nr 02 2017

Nr 02 2017

Iedereen circulair

U kan tegenwoordig geen krant meer openslaan of ergens staat wel die magische combinatie van woorden te lezen: circulaire economie. Het lijkt wel of elk bedrijf zich in bochten wil wringen om zijn circulair karakter in de verf te zetten. Of vermeend circulair karakter. Want niet iedereen weet even goed waar de klepel van dit circulaire verhaal nu precies hangt. Het is immers meer dan een verhaal van recyclage zoals we dat nu kennen. In de definitie van Vlaanderen Circulair, het instrument dat de Vlaamse overheid in het leven riep om de transitie naar een circulaire economie te faciliteren, klinkt het zo: in een circulaire economie worden tal van strategieën toegepast om materialen en producten zo hoogwaardig mogelijk te blijven inzetten in de economie. Ze worden hersteld, hebben een hoge tweedehandswaarde, zijn upgradebaar, kunnen makkelijk uit elkaar gehaald worden en omgevormd tot nieuwe producten. Kortom alles wat van waarde is moet waardevol blijven.

Dat betekent echter dat er in de ideale circulaire wereld geen afval meer bestaat. Producten worden namelijk zolang mogelijk in leven gehouden. Als ze dan toch hun houdbaarheidsdatum bereikt hebben, worden ze geen afval maar grondstof voor nieuwe producten. Is er dan nog een plaats voor afvalinzamelaars en -verwerkers? Tekenen we als sector niet ons doodvonnis als we steeds minder materialen ter beschikking krijgen? Deze vragen staan centraal op de komende editie van het Vlaams Afval en Materialencongres op 16 november in Leuven. Maar we zullen alvast een tipje van de sluier lichten: ja er is nog plaats voor onze bedrijven. Neen, we zijn niet met uitsterven bedreigd. Integendeel, er liggen net mooie opportuniteiten. De circulaire economie heeft immers maatwerk nodig. Soms is recyclage de beste optie, soms herstel.

Met andere woorden, er zullen altijd ongewenste materialen blijven die net uit de kringloop moeten verdwijnen om de gezondheid van mens en milieu te vrijwaren. Asbest is daar een sprekend voorbeeld van. Iedereen is zich al enige tijd bewust van de gevaren, maar het materiaal zal de komende jaren nog blijven opduiken in afbraak- en sloopwerken. Maar ook niet-gevaarlijke stoffen zullen er nog voldoende voorhanden zijn, zelfs wanneer consu- menten en bedrijven alle mogelijke inspanningen leveren om hun eigen afvalbergje zo bescheiden mogelijk te houden. De techniek staat ook niet stil, waardoor steeds meer materialen gerecupereerd kunnen worden. En als we daar dan met zijn allen lokale, nuttige toepassingen voor vinden, zullen ook uit die processen bepaalde nevenstromen ontstaan.

Dat is net waarom Vlaanderen zo hard moet inzetten op circulariteit. Grondstoffen liggen hier dun gezaaid. Maar door een voortrekkersrol op te nemen in circulair denken, zoals we dat gedaan hebben met sorteren en recycleren, kunnen we hier een nieuwe productie-economie verankeren en dus tewerkstelling. En dan zullen afvalstromen echt niet meer bestaan, maar zijn het de bouwstenen voor een bloeiende toekomst geworden.

Veel leesplezier!

Valérie Couplez

Ik wil graag een proefexemplaar of abonnement.

Ik wil graag een: