02:44
16-07-2018

Stedenbouwkundige handhaving neemt nieuwe start

Sedert 1 maart 2018 zijn nieuwe spelregels van toepassing in het kader van de handhaving van de ruimtelijke ordening, dit in navolging van het intussen gekende (en algemeen ingevoerde) Omgevingsvergunningsdecreet. De nieuwe handhavingsmogelijkheden wijzigen en vervangen het bestaande handhavingskader zoals gekend uit de VCRO (Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening). 

Het valt onmiddellijk op dat men de mosterd gehaald heeft bij reeds bestaande en gekende handhavingssystemen onder andere in het kader van het milieurecht (DABM). Het is dan ook een heel duidelijke keuze van de decreetgever om naar een compatibel mechanisme te komen, zonder echter één gemeenschappelijk kader te ontwikkelen.

Hoewel er dus op vandaag sprake is van één omgevingsvergunning voor de aspecten milieu en ruimtelijke ordening, zal de handhaving van deze aspecten in de toekomst geregeld worden door twee afzonderlijke regelgevingen (DABM voor het milieu-luik enerzijds, VCRO voor het stedenbouwkundig luik anderzijds). Het zal uiteindelijk de handhavende instantie zijn die telkens moet oordelen welke regelgeving toegepast dient te worden. Indien er sprake zou zijn van gemengde feiten (waar dus zowel stedenbouwkundige aspecten als milieuaspecten aan bod komen) zal echter slechts één enkele beboetingsinstantie mogen optreden in het kader van de gerechtelijke beboeting, maar zij zal advies moeten inwinnen van de ‘andere’ beboetingsinstantie.

Stedenbouwkundige misdrijven vs. inbreuken
In aansluiting bij de reeds bestaande opdeling in het DABM, maakt nu ook de VCRO een duidelijk onderscheid tussen misdrijven (opgesomd in artikel 6.2.1 VCRO) en inbreuken (opgesomd in artikel 6.2.2 VCRO). In aansluiting hierop worden bovendien tal van stedenbouwkundige misdrijven gedepenaliseerd tot een stedenbouwkundige inbreuk wat een aanzienlijk deel van de stedenbouwkundige handhaving onttrekt aan de bevoegdheid van het parket.

Het grootste belang van het onderscheid tussen misdrijven en inbreuken ligt in de wijze waarop de bevoegde instanties kunnen sanctioneren:

  • De stedenbouwkundige inbreuken kunnen enkel nog gestraft worden met een exclusieve bestuurlijke geldboete. Een strafrechtelijke vervolging is voor inbreuken dus niet meer aan de orde. 
  • De stedenbouwkundige misdrijven kunnen wel nog strafrechtelijk vervolgd worden. Indien het parket echter beslist om dit niet te doen, kunnen deze misdrijven alsnog bestraft worden met een alternatieve bestuurlijke geldboete.

De seponering van een stedenbouwkundig misdrijf zal dus niet langer kunnen leiden tot de volledige niet-sanctionering van een stedenbouwkundig misdrijf.

Ruimere opsporings- en vaststellingsbevoegdheden

Bijkomend is het opvallend dat de bevoegde (lokale) besturen beduidend meer slagkracht krijgen door hen ruimere bevoegdheden (opsporing/vaststelling) toe te kennen:

  • De bevoegdheid tot het opleggen van bestuurlijke maatregelen wordt niet alleen gelegd bij de gewestelijke inspecteurs, maar ook bij de gemeentelijke inspecteurs en de burgemeester. 
  • De verbalisanten zijn bevoegd om stedenbouwkundige misdrijven en inbreuken op te sporen en vast te stellen:

– Voor stedenbouwkundige misdrijven gebeurt de vaststelling in een proces-verbaal. Zoals nu ook het geval is, wordt vervolgens het proces-verbaal overgemaakt aan het parket dat zal oordelen of zij de vermeende overtreder al dan niet strafrechtelijk vervolgt.

-Voor stedenbouwkundige inbreuken gebeurt de vaststelling in een verslag van vaststelling. Dit verslag wordt dan op zijn beurt overgemaakt aan een gewestelijke beboetingsambtenaar. Deze beboetingsambtenaar vormt dé spilfiguur van de bestuurlijke beboeting en beslist over het al dan niet opleggen van een exclusieve bestuurlijke geldboete bij stedenbouwkundige inbreuken. Ook zal hij, als het parket overgaat tot seponering, een stedenbouwkundig misdrijf kunnen sanctioneren met een alternatieve bestuurlijke geldboete.

Nieuwe instrumenten voor een zachtere handhaving
Net zoals de handhaving van milieudelicten, kunnen ook de bevoegde ambtenaren in het kader van de stedenbouw nu ook gebruikmaken van de zogenaamde ‘zachte handhaving’, bestaande uit raadgevingen en aanmaningen. Wanneer de inspectie opmerkt dat een misdrijf of een inbreuk dreigt te worden gepleegd, kunnen zij de (bijna-) overtreders raadgevingen geven over hoe zij een overtreding kunnen voorkomen. Bij reeds gestarte misdrijven of inbreuken kunnen de inspecteurs de overtreders aanmanen om de nodige maatregelen te nemen om de overtreding te beëindigen, de gevolgen ervan ongedaan te maken of een herhaling ervan te voorkomen. Als de overtreders hier geen gehoor aan geven zijn de inspecteurs verplicht het misdrijf of de inbreuk aan te geven.


Conclusie
Het nieuwe handhavingsdecreet zorgt dus in het stedenbouwlandschap voor veel nieuwe wijn, al is dit hoofdzakelijk verpakt in oude/gekende vaten (voornamelijk in het kader van de milieuhandhaving).

De tendens naar meer bestuurlijke handhaving lijkt te moeten toegejuicht worden, al toont de ervaring (in het kader van milieuhandhaving) aan dat deze bestuurlijke handhaving niet steeds op een redelijke wijze toegepast wordt. Ieder bedrijf wapent zich dan ook best zo optimaal mogelijk tegen al te overijverige (beboetings)ambtenaren en gelukkig staan er voldoende middelen open om zich hiertegen desgevallend te verdedigen.

Meer weten? Voor al uw vragen over deze materie kan u terecht bij Marlex advocatenkantoor (www.marlex.be of mail naar: gregory.vermaercke@marlex.be). 

Hulp nodig? Team Overheid en Omgeving staat voor u klaar om 

uw dossier op een juridisch verantwoorde en persoonlijke manier 

te begeleiden. 

Opleidingen? Wenst u een opleiding op maat over dit thema? 

Of wenst u een cliëntenseminarie bij te wonen? 

Neem contact met ons op of hou onze website 

in de gaten (www.marlex.be)!      

Recyclepro partners