Mijn bedrijf veroorzaakt geurhinder: wat nu?
03:37
26-09-2018

Mijn bedrijf veroorzaakt geurhinder: wat nu?

Steeds meer en meer bedrijven zien zich geconfronteerd met discussies inzake geurhinder, al dan niet na een klacht van omwonenden of zelfs naburig gelegen bedrijven. Vanaf wanneer geur als hinderlijk te beschouwen valt, is een zeer complexe aangelegenheid waar geen eenduidige criteria voor bestaan. Geur is op vandaag immers nog vaak een zuiver subjectief gegeven, al wordt getracht om dit meer en meer te objectiveren via geurrichtkaders/-richtlijnen. Welke risico’s zijn hieraan verbonden voor mijn bedrijf en hoe gaat het bedrijf hier best mee om?

Mijn bedrijf veroorzaakt geurhinder: wat nu? height="auto" />Gregory Vermaercke

Elk bedrijf neemt geurklachten maar beter onmiddellijk ernstig, want dergelijke klachten kunnen een cascade van maatregelen/gevolgen op gang trekken waarvan de potentiële impact op de bedrijfsvoering zeer drastisch kan zijn. Zonder allesomvattend te zijn, kunnen geurklachten aanleiding geven tot volgende maatregelen:

  • De opmaak van een aanmaning of zelfs een proces-verbaal door de bevoegde instanties. Een eventueel proces-verbaal vormt het startpunt van een verder handhavingstraject, waarbij ofwel verdere administratieve sancties (bestuurlijke maatregel bijvoorbeeld staking/beperking van de activiteiten/geldboetes) ofwel strafrechtelijke sanctionering mogelijk wordt, inclusief een gebeurlijke voordeelontneming.
  • De (tijdelijke) staking en/of beperking van de activiteiten, hetgeen niet alleen via de handhavende overheid opgelegd kan worden maar desgevallend ook via de burgerlijke rechtbank (in kort geding of via de specifieke milieustakingsvordering). Voor zover aan de toepassingsvoorwaarden voldaan is, kan via de burgerlijke rechtbank eveneens een vordering gesteld worden op grond van de leer van de (bovenmatige) burenhinder (art. 544 BW). Dergelijke vordering kan niet alleen aanleiding geven tot een staking/sluiting van de inrichting, maar evenzeer tot een schadevergoeding.
  • Een definitieve sluiting van de inrichting (of een deel ervan) wanneer zou blijken dat de geurproblematiek niet opgelost zou geraken, desgevallend na het nemen van bijkomende maatregelen.

Geen draconische maatregelen zonder grondige motivering
Het arsenaal aan potentiële maatregelen toont onmiddellijk aan dat geurklachten zeer verregaande gevolgen kunnen hebben, zodat elk bedrijf hierop maar beter adequaat kan reageren. Het spreekt hierbij wel voor zich dat ‘worst case scenario’s’ zoals een (definitieve) sluiting van de inrichting niet zonder meer bevolen kunnen worden, tenzij zou blijken dat de geurproblemen niet opgelost geraken en/of dermate ernstig zijn dat een verdere exploitatie geenszins verantwoord kan worden. Dergelijke zeer drastische maatregelen zullen zeer concreet gemotiveerd moeten worden door de betrokken overheid en het bedrijf dient voorafgaand minstens de kans te krijgen om zich hiertegen te verdedigen (mondelinge/schriftelijke hoorzitting). Het kan aangewezen zijn om als bedrijf zelf uitdrukkelijk aan te sturen op dergelijke hoorzitting ten einde de concrete feitelijke omstandigheden juist en volledig te kaderen. De draconische maatregel van een sluiting zal in de regel niet verantwoord kunnen worden wanneer een geurklacht het gevolg is van een éénmalige calamiteit op het bedrijf en/of een uitzonderlijke situatie die het bedrijf onmogelijk had kunnen vermijden. Dergelijke calamiteit/situaties worden in principe ook uit eigen beweging gemeld aan de bevoegde instanties.

Zorg voor zo kort mogelijke maar haalbare timing
Behoudens uitzonderlijke en/of zeer urgente situaties, leert de praktijk gelukkig dat het bedrijf bij een effectief geurprobleem doorgaans de kans krijgt om binnen een redelijke termijn deze problematiek te remediëren. Wees hierbij zelf zo proactief mogelijk en het komt er dan als bedrijf op aan om een realistische timing af te stemmen met de bevoegde instanties waarbinnen eventueel bijkomende maatregelen genomen kunnen/zullen worden. Wat al dan niet als ‘realistische timing’ beschouwd kan worden, is afhankelijk van geval tot geval (bijvoorbeeld moeten nog bepaalde zaken besteld worden, levertermijnen …). Alleszins heeft het hierbij geen enkele zin om als bedrijf een dermate strakke timing naar voor te schuiven, waarvan het bedrijf zelf al weet dat dit nauwelijks haalbaar kan zijn. Je hoeft dit niet nodeloos te rekken, maar zorg voor een haalbare timing waardoor alleszins vermeden wordt dat deze timing telkens opnieuw verschoven moet worden bij het verstrijken van de eerder vooropgestelde deadlines. Deze pragmatische aanpak kan uiteraard alleen maar toegejuicht worden, maar elk bedrijf moet wel beseffen dat ze maar beter alles in het werk stellen om de voorgestelde periode zo kort mogelijk te houden: van zodra een proces-verbaal opgesteld is, loopt het bedrijf immers het risico op een verdere administratieve of strafrechtelijke vervolging. Het probleem oplossen zal hierbij hoe dan ook in het voordeel spelen van het bedrijf, maar hoe sneller hoe beter.

Pijnpunt: gebrek aan tegensprekelijkheid
Pijnpunt in het kader van eventuele geurvaststellingen is op vandaag nog al te vaak het gebrek aan tegensprekelijkheid van de verrichte handelingen. Het bedrijf krijgt (on)verwacht een proces-verbaal in de bus, waarin het bepaalde vormen van geurhinder ten laste gelegd wordt die door de betrokken verbalisant als hinderlijk/indringend/storend omschreven worden. Aan dergelijke vaststellingen kleeft principieel een bijzondere bewijswaarde, zodat het als bedrijf vaak schier onmogelijk is om deze vaststellingen naderhand nog te gaan weerleggen in een latere discussie (administratieve handhaving of voor de rechter):

  • De vaststellingen gebeuren immers door de bevoegde instanties, zonder dat het betrokken bedrijf hierbij uitgenodigd wordt en/of aanwezig kan zijn;
  • Als bedrijf krijg je pas naderhand kennis van deze vaststellingen (wanneer het proces-verbaal in de bus valt), zodat het bedrijf dit dus vaak ook niet meer kan controleren;

Zeker gelet op de subjectieve appreciatie van geurhinder, is het voor het bedrijf dan ook zeer raadzaam om:

  • bij de bevoegde instanties aan te dringen om aanwezig te mogen zijn bij eventuele volgende vaststellingen in het kader van de tegensprekelijkheid.
  • Eventueel een eigen geurdeskundige onder de arm te nemen ten einde zelf ook vaststellingen te verrichten, minstens de gedane vaststellingen namens de bevoegde instanties technisch te beoordelen.

Laat als bedrijf een eventuele geurproblematiek dus zeker niet uitsluimeren
De praktijk leert dat het in dergelijke discussies vaak om een evenwichtsoefening gaat waarbij enerzijds het bedrijf uiteraard zijn rechten dient te verdedigen (hoorrecht, vaststellingen betwisten, gebrek aan tegensprekelijkheid …), maar anderzijds veelal in (proactief) overleg dient gegaan te worden met de betrokken overheden indien zich een effectief geurprobleem aandient (onder andere afstemmen realistische timing ter remediëring).

Meer weten?
Voor al uw vragen over deze materie kan u terecht bij Marlex advocatenkantoor (www.marlex.be of mail naar: gregory.vermaercke@marlex.be).

Hulp nodig? Team Overheid en Omgeving staat voor u klaar om uw dossier op een juridisch verantwoorde en persoonlijke manier te begeleiden.

Opleidingen? Wenst u een opleiding op maat over dit thema? Of wenst u een cliëntenseminarie bij te wonen? Neem contact met ons op of hou onze website in de gaten (www.marlex.be)!      

Uitgelichte afbeelding: Steeds meer en meer bedrijven zien zich geconfronteerd met discussies inzake geurhinder, al dan niet na een klacht van omwonenden of zelfs naburig gelegen bedrijven.

Lees meer over: Geurhinder , Marlex , Wetgeving

Recyclepro partners

Recyclage van kunststoffen om de wereld beter te makenAmbitie om circulaire economie op de kaart te zetten