Road sign on the border of a European Union country, Belgium 1km ahead with blue sky copy space

02:23
11-11-2019

Herziening EVOA zou leiden tot winst in tijd en efficiëntie

Wie afval over de grens wil exporteren, moet zich houden aan de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen, kortweg EVOA. Vereniging Afvalbedrijven ziet deze verordening als een uitstekend instrument om de bescherming van het milieu te waarborgen, maar plaatst toch een aantal kanttekeningen bij de administratieve lasten die eraan gekoppeld zijn. Dat kan een stuk eenvoudiger volgens de organisatie die de totale Nederlandse afvalketen vertegenwoordigt.

Vereniging Afvalbedrijven telt in Nederland ruim 50 leden over de volledige keten van het afvalbeheer. Samen zijn ze goed voor twee derde van de afvalmarkt qua marktvolume en marktaandeel. Daarmee is de organisatie uitstekend geplaatst om de grieven vanuit het werkveld op te vangen. En die zijn er, zeker wat betreft de EVOA regelgeving. Beleidsmedewerker en secretaris Lennert Vermaat: “Uiteraard ondersteunen wij ten volle de reden achter de komst van EVOA. Maar volgens ons zijn er toch een aantal administratieve lasten die anders kunnen. En daarover willen we rond de tafel gaan zitten met de betrokken instanties, zodat onze leden efficiënter zaken kunnen doen, zonder de veiligheid van mens of milieu in het gedrang te brengen.” Vereniging Afvalbedrijven hoopt gehoor te vinden zodat er in 2020 een herziening komt van EVOA.

Lennert Vermaet van Vereniging Afvalbedrijven: “Uiteraard ondersteunen wij ten volle de reden achter de komst van EVOA. Maar volgens ons zijn er toch een aantal administratieve lasten die anders kunnen.”

 

Andere procedure voor jaarlijks terugkerende vergunningen

Een eerste element dat Vereniging Afvalbedrijven naar voren schuift is de procedure voor jaarlijks terugkerende vergunningen. In Nederland heeft de Inspectie Leefomgeving & Transport die instaat voor het uitreiken van deze vergunningen een flinke achterstand opgelopen. “Hoewel er niks veranderd is aan de gegevens, moeten afvalbedrijven alles opnieuw ingeven en soms lang wachten op een beschikking. Dat zou beter moeten”, vindt Vermaat. Daarbij aansluitend zou er ook niet meer naar de datum voor het verzenden van de kennisgeving moeten gekeken worden. Vermaat: “Nu gaat de erkenning in voor een periode van twaalf maanden vanaf het moment dat de autoriteiten van het verzendende land alles doorgeven aan de autoriteiten van het ontvangende land. Nochtans moeten afvalbedrijven dan nog enige tijd wachten op de toestemming van de autoriteiten in het ontvangende land. We vragen daarom om pas vanaf die datum te beginnen tellen.”

Meer uniformiteit in regels en taal

Om het afvaltransport soepeler te laten verlopen kunnen verwerkers de status van Vooraf Goedgekeurde Installatie krijgen (VGI). “Een goede zaak. Op voorwaarde tenminste dat de erkenningen tussen de lidstaten gelijk zouden zijn. Maar dat is nu niet het geval, waardoor dat statuut te weinig toepassing vindt in de praktijk. De voorwaarden voor een erkenning zouden daarom eenduidig op Europees niveau beslist moeten worden. Dat geldt overigens ook voor de erkenning van nuttige toepassingen. Afvalenergiecentrales worden bijvoorbeeld anders beoordeeld in Nederland dan in Duitsland, wat tegelijk zijn gevolgen heeft voor het transport.” Dat standaardisering voor minder barrières zou zorgen geldt zeker ook op vlak van taal. “We pleiten ervoor om alle relevante documenten rond kennisgeving voor grensoverschrijdend transport in het Engels op te stellen, eventueel naast de taal van de behandelend lidstaat. Op die manier hoeft er geen tijd verloren te gaan aan vertaling. Het zou ook onduidelijkheden en misverstanden kunnen vermijden.”

Om het afvaltransport soepeler te laten verlopen kunnen verwerkers de status van Vooraf Goedgekeurde Installatie krijgen (VGI). Een goede zaak. Op voorwaarde tenminste dat de erkenningen tussen de lidstaten gelijk zouden zijn.

 

Innovatie niet in de weg staan

Als laatste punt haalt Vermaat nog de procedure voor proefzendingen aan. “Wie in het kader van innovatie nieuwe processen wil uittestten, heeft uiteraard nog niet alle informatie ter beschikking die nodig is voor de kennisgevingsprocedure. Daarom werd in een uitzondering voorzien tot 25 kg afval. In de praktijk volstaat dit echter niet om echt te kunnen gaan testen. Daar is al snel een ton voor nodig. De beperkte limiet houdt innovatie tegen, terwijl dat net cruciaal is om meer afval te kunnen verwerken tot grondstoffen”, geeft Vermaat aan. Door deze wijzigingen in de EVOA regelgeving zou volgens Vereniging Afvalbedrijven winst in tijd en efficiëntie kunnen geboekt worden. “De administratieve last helpt het milieu ook niet vooruit. Hoe efficiënter ze kunnen werken, hoe beter onze leden hun steentje zullen kunnen bijdragen tot een circulaire economie.”  

Tekst: Valérie Couplez   
Beeld: Monique van Diessen

Recyclepro partners