Platform over de gehele recyclingstroom in België

NL | FR

Nieuws

Elektrische wagens? Juridische aandachtspunten bij projectontwikkeling

ed-harvey-SvDqCT8zmL0-unsplash

Tekst | Daan Vandenbroucke

Beeld | Unsplash

1 december 2021 Leestijd 6 minuten

Deel dit artikel

U heeft het ongetwijfeld meegekregen: in 2026 worden geëlektrificeerde bedrijfswagens 100% aftrekbaar. In uitvoering van het door de Europese Commissie gelanceerde plan genaamd ‘schone energie voor alle Europeanen’ zet de (federale) regering volop in op elektrische wagens.

Gezien er tevens een strijd tegen de files moet worden gestreden, wordt dit tarief in 2027 naar 95% gebracht, in 2028 naar 90% … tot het in 2031 zakt naar 67,5%. Het doel: de elektrificatie van het wagenpark bevorderen. Niet enkel op lange termijn, maar zo spoedig mogelijk. 2026 wordt hét moment voor bedrijven om hun wagenpark te elektrificeren. De transitie naar een (ruime) meerderheid van elektrische wagens lijkt hiermee onherroepelijk ingezet en komt in sneltempo op ons af. 

Laadpalen nodig

Deze evolutie brengt logischerwijze met zich mee dat we dringend dienen te voorzien in een voldoende aanbod aan elektrische laadpalen. In de sector van de projectontwikkeling bestaat inmiddels al de verplichting om in laadpalen te voorzien. Artikel 9/1.1.1. en volgende van het Energiebesluit van 19 november 2010 bepaalt namelijk dat bij sommige gebouwen waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd vanaf 11 maart 2021, laadpalen en/of infrastructuur moet worden geplaatst. Concreet gaat dit over:

  • Minstens twee oplaadpunten en infrastructuur voor leidingen voor minstens één op vier parkeerplaatsen bij niet voor bewoning bestemde gebouwen met een parkeerterrein met meer dan tien plaatsen;
  • Infrastructuur voor leidingen op elke parkeerplaats bij nieuwe voor bewoning bestemde gebouwen met twee of meer parkeerplaatsen;
  • Infrastructuur voor leidingen op elke parkeerplaats bij bestaande, voor bewoning bestemde gebouwen die een ingrijpende renovatie ondergaan, met een parkeerterrein met meer dan tien plaatsen.

Gericht op grotere projecten

Onder het voorzien van infrastructuur verstaat men: ‘infrastructuur voor leidingen, of minstens goten voor elektrische kabels, om de installatie van oplaadpunten voor normaal of hoog vermogen voor elektrische voertuigen in een later stadium mogelijk te maken’. Belangrijke nuance voor eengezinswoningen is dat men bij de berekening van de parkeerplaatsen geen rekening dient te houden met de oprit van de woning. Hieruit valt dan ook te concluderen dat de bepalingen vooral gericht zijn op de grotere vastgoed­projecten. Voldoet je nieuwbouw­project of renovatie­project niet aan de voor­waarden, dan riskeer je een boete van € 2.000 per ontbrekend laadpunt en € 1.000 per parkeerplaats die niet voorzien is van
de nodige infrastructuur.

Wat met de plaatsing van elektrische laadpalen in bestaande appartementsgebouwen?

Wat met bestaande appartementsgebouwen? Welke regels gelden er voor mede-eigenaars die zelf een laadpaal wensen te plaatsen in de gemeen­schappelijke (onder­grondse) parking? In een zeldzaam moment van voor­zien­baarheid heeft de wet­gever hier reeds bij de hervorming van het appartements­recht aan gedacht. In het toenmalige artikel 577-2, §10 Oud Burgerlijk Wetboek (nu artikel 3.82, §2 Nieuw Burgerlijk Wetboek) werd vanaf 1 januari 2019 aan iedere mede-eigenaar (en aan erkende nuts­operatoren) toegelaten om kabels, leidingen en bijbehorende faciliteiten in of op de gemene delen aan te leggen. De installatie van laadpalen valt hier over­duidelijk onder. Als mede-eigenaar zijn er in principe twee manieren om de overige mede-eigenaars (en desgevallend de syndicus, raad van mede-eigendom …) in kennis te stellen van zijn/haar intentie om een laadpaal te plaatsen:

  • In het geval het appartementsgebouw een VME (Vereniging van Mede-Eigenaars) heeft, dan dient een aangetekend schrijven gericht te worden naar de syndicus;
  • In het geval het appartementsgebouw geen VME heeft, dan dient een aangetekend schrijven gericht te worden naar alle mede-eigenaars.

In beide gevallen dient deze kennisgeving minimaal twee maanden voor de aanvang van de ‘werkzaamheden’ te gebeuren. In deze periode heeft de VME nog de mogelijkheid om -gewoonlijk via een bijzondere algemene vergadering- de installatiewerken gemotiveerd te protesteren.

Enkele aandachtspunten

De installatie van de laadpaal is weldegelijk volledig privatief. De kost van de aanleg komt geheel voor rekening van diegene die ze wil aanleggen. Mocht de VME beslissen om zelf de aanlegwerken uit te voeren (om dan in één beweging de gehele parking te voorzien van laadpalen), dan wordt de installatie uiteraard gemeenschappelijk en zal de kost uiteraard wel door de VME gedragen worden.

Het recht om kabels en leidingen aan te leggen, geldt enkel voor de mede-eigenaars, huurders hebben evident geen enkel recht hiertoe. Zij dienen steeds via de eigenaar/verhuurder te passeren indien zij graag een elektrische laadpaal op hun parkeerplaats zouden wensen.  

Nieuwsbrief

Meld u aan om nieuws & updates te ontvangen.

Contact

Kevin Desender

Projectmanager

Uw organisatie promoten via het RecyclePro netwerk? Ik help u graag verder.

0%

    Stuur ons een bericht

    Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

    Details