Thema Kuststof | Meer waarde hechten aan verpakkingsafval

Vlaanderen is koploper in kunststofverwerking. Met een productiecapaciteit van 600 kg per inwoner en een conversie van 200 kg per inwoner, scoort Vlaanderen ongeveer het dubbele van het Europese gemiddelde. En toch ziet Wim Grymonprez van het Vlaams Kunststofcentrum nog bijzonder veel werk op de planken liggen: “Er worden nog te veel kunststoffen verbrand (deels met energierecuperatie). Om het beter te doen, moeten we vooral de eindgebruiker sensibiliseren.”

Het Vlaams Kunststofcentrum (VKC) ontstond aan het begin van het millennium als aparte onderzoeksinstelling, maar is sedert 2014  een afdeling van Centexbel, het kenniscentrum van de textielindustrie. Wim Grymonprez die binnen VKC verantwoordelijk is voor new business development legt uit waar die verwevenheid vandaan komt. “De grens tussen textiel en kunststoffen is bijzonder dun geworden. In heel wat textielproducten zitten kunststof vezels verwerkt, die bepaalde functionaliteiten kunnen toevoegen aan natuurlijke vezels. Producenten van polymeren of additieven hebben meestal zowel textielbedrijven als kunststofbedrijven als klant. De stap naar een apart kenniscentrum rond kunststof was nodig de kunststofverwerkende industrie hier verder te ondersteunen met onderzoek en innovatie. Dat daar nood aan is, bewijzen de cijfers. Slechts 2% à 4% van de gerecycleerde kunststoffen wordt effectief verwerkt. De rest van de 6 miljoen ton aan gesorteerde kunststoffen is bestemd voor export.”

Opboksen tegen slecht imago

Grymonprez ziet het imago dat kunststoffen meedragen als een belangrijke reden hierachter. “Kunststof staat heel vaak in een negatief daglicht. Iedereen heeft waarschijnlijk al foto’s gezien van dieren verstrikt in verpakkingsmaterialen. Toch treft kunststofsector hier geen schuld in, maar de vervuilers. Van zodra een verpakking zijn inhoud kwijt is, zien wij consumenten het als afval, iets zonder enige waarde. Ga maar eens kijken in de berm naast een drukke weg. Het leeuwendeel van het zwerfvuil bestaat uit kunststoffen. Thuis kunnen we het wel perfect recycleren in de PMD-zak, we moeten dat ook in de wagen leren doen.” Voor Grymonprez ligt de rol van de overheid vooral hierin: informeren en sensibiliseren. “Een campagne zoals Bebat die lanceerde rond oude batterijen, zou ook voor kunststoffen een heuse mentaliteitswijziging op de been kunnen brengen. Mensen moeten er de waarde van leren inzien, ook al is het materiaal op zich misschien niet veel waard. Recyclage van kunststoffen is niet louter een geitenwollensokkenverhaal. Er zit een economisch verhaal achter met mogelijkheden voor prachtige nieuwe producten.” Het VKC helpt bedrijven hierbij met karakterisering van recyclaten en onderzoek naar wat de beste verwerkingstechnologie is.”

Geen wettelijke verplichtingen

Het via de wet opleggen van een recyclage-content daar is Grymonprez echter geen voorstander van. “Men kan geen targets vooropstellen om aan een bepaalde recyclagepercentage te raken voor kunststoffen. Daar moet je niet alleen voldoende materiaal voor hebben, je moet de kunststoffen ook nog op een rendabele manier kunnen verwerken. Dat betekent niet dat de overheid geen rol te spelen heeft. Green procurement, waarbij men bij aanbestedingen voorrang geeft aan producten die recyclaten gebruiken, moet in de toekomst hoger op de agenda staan. Bedrijven die bewust deze kaart trekken zouden daar beloond voor mogen worden. Verder moet de overheid ook meer energierecuperatie promoten. Soms is dat nu eenmaal de beste oplossing. En uiteraard is samenwerking de sleutel tot succes. Recycleren en kunststofverwerking is een Europees gebeuren. Als de verschillende federaties en organisaties die hier rond werken de handen in elkaar slaan, kunnen we als Vlaanderen een sterke positie uitbouwen.”

Tekst: Valérie Couplez Beeld: VKC