Asbest: afrekenen met een sluipmoordenaar

Asbesthoudende afvalstoffen zijn materialen waarmee we in Vlaanderen al geruime tijd worden geconfronteerd. Wat is nu precies de problematiek rond deze afvalstoffen? Hoe pakken we de verwerking ervan het best aan? Sven De Mulder (OVAM) en Nadia Casier (OVMB) geven tekst en uitleg.

Asbest werd vroeger zowel in de woningbouw als in de industrie veelvuldig gebruikt, maar sinds 1998 is de toepassing ervan verboden. “Het is de verzamelnaam voor een reeks vezelachtige mineralen die allemaal dezelfde eigenschap hebben”, verduidelijkt Nadia Casier, afgevaardigd bestuurder van OVMB. “Ze splitsen zich in de lengte steeds verder tot uiterst fijne en met het blote oog onzichtbare vezeltjes. Die zijn zo licht, dat ze lang in de lucht blijven zweven en makkelijk ingeademd worden. Het inademen van deze vezels kan ernstige ziekten veroorzaken, zoals asbestose (asbestziekte) en kanker. Asbest is een sluipmoordenaar: die ziekten treden pas op twintig tot veertig jaar na de eerste blootstelling.”

Soorten

Er zijn twee soorten asbesthoudend materiaal: de eerste groep is het hechtgebonden asbest (vast asbest). “In dit materiaal zitten de vezels stevig vast in het dragermateriaal (asbestcementen golfplaten, leien of buizen …).  Zolang dat asbest in goede staat is en niet onvoorzichtig wordt gemanipuleerd, komen er nauwelijks vezels vrij. In niet-hechtgebonden asbest (los asbest) zitten de vezels minder stevig vast in het dragermateriaal. Een typisch voorbeeld is de plaasterisolatie rond verwarmingsbuizen. De vezels kunnen gemakkelijk vrijkomen, zeker als het materiaal beschadigd is of gemanipuleerd wordt.”

Dimensie

In ons land is asbest aanwezig in circa 1,9 miljoen ton gebouwtoepassingen, terwijl het ook verwerkt zit in 44.000 km nutsleidingen. Om daar verstandig mee om te gaan, moet aan drie voorwaarden worden voldaan. “Ten eerste moeten we asbesttoepassingen herkennen en inventariseren. Helaas is er bij residentieel vastgoed geen verplichting tot het maken van een asbestinventaris. Bovendien is er geen handhaving op de verplichte aanwezigheid van een asbestinventaris bij gebouwen waarin een werkgever werknemers tewerk stelt”, stipt Sven De Mulder van OVAM aan. “Secundo zou er consequente sensibilisering en opleiding moeten zijn om correct te handelen, maar er is onvoldoende controle op die verplichte opleiding. Zelfstandige professionals vallen buiten die verplichting en ook de doe-het-zelvers worden niet bereikt.” Ten derde zou er meer inzicht moeten zijn bij asbestdaken en -gevels die zich in sterk verweerde toestand bevinden. “Er zijn aangepaste en bijkomende maatregelen nodig voor een veilige verwijdering. Onzorgvuldige handelingen, vooral door particulieren en zelfstandigen (die buiten de regulering van de arbeidswetgeving vallen) creëren een hoog risico op blootstelling aan asbestvezels bij verbouwingswerken.” De Mulder verduidelijkt dit met een voorbeeld: “Het risico op blootstelling door onzorgvuldige handelingen is groot bij de verwijdering van plaasterleidingisolatie. Voor de verwijdering van dergelijk niet-hechtgebonden materiaal moet je een erkend asbestverwijderaar inschakelen. Bij dringende herstellingen, zoals waterlekken, voeren loodgieters vaak die klus uit, met grote risico’s op vrijgave van asbestvezels.”

Verwerking

“Het is de ambitie tegen 2040 een versneld asbestafbouwbeleid te realiseren. Eén van de grootste uitdagingen is dat men bij ook bij dergelijk afval wil inzetten op het creëren van materiaalkringlopen, in functie van een circulaire economie. De technologieën om asbestcement veilig om te vormen tot asbestvrije, nieuwe grondstof bestaan al. We onderzoeken het beleidskader dat nodig is om de logistieke inzameling en de verwerking tot asbestvrije grondstof te realiseren”, aldus De Mulder.

Afvalstoffen

Asbesthoudende afvalstoffen kan je in drie groepen indelen. “Je hebt de materialen afkomstig van selectieve sloop van gebouwen en installaties die hechtgebonden asbest bevatten, zoals asbestcementplaten of asbesthoudende leien”, pikt Casier in. “Een tweede groep zijn afvalstoffen van selectieve verwijderingswerkzaamheden die niet-hechtgebonden asbest bevatten, zoals asbesthoudende isolatiematerialen en pleister. Ten derde zijn er gemengde stromen, zoals grond en puin verontreinigd met asbest. Deze afvalstoffen vind je bij saneringen, graaf- en/of bouwwerkzaam-heden. Deze gemengde stromen zijn meestal afkomstig van vroegere sloopwerkzaamheden.” Hoewel er voor asbest een strenge regelgeving geldt, heerst er nog onduidelijkheid over de wettelijke verplichtingen bij het beladen, vervoeren, lossen en verwerken van de derde groep asbesthoudende afvalstoffen. “Sinds lang geldt er een nulheffing voor het storten van asbesthoudende materialen. Dit geldt voor materialen met meer dan 0,1% asbest. Voor de meeste asbesthoudende materialen is die 0,1%-grens snel overschreden, maar voor mengstromen zoals grond en/of stenen waar asbest in voorkomt, is die grens niet zo evident.” Omdat het noodzakelijk is deze mengstromen eerst na te kijken op reinigbaarheid, hebben de grondreinigers en de stortplaatsen binnen Go4Circle een beslissingsboom opgesteld.

“Bij concentraties van asbest kleiner dan 10.000 mg/kg asbest (dus 1%) én minder dan 200 mg/kg niet-hechtgebonden asbest, moet een procedure voor een niet-reinigbaarheidsaanvraag gevolgd worden. Indien uit het advies blijkt dat die asbesthoudende partij niet reinigbaar is, kan deze aan nulheffing naar de stortplaats gaan.”

Verwerking

Het asbestafval dient voor het transport en verwerking verpakt te worden en voorzien van een specifieke asbestetikettering. Hechtgebonden asbest dat je zelf veilig hebt verwijderd, mag je afvoeren naar een containerpark. “Daarna wordt deze afvalstof gestort op een daartoe vergunde stortplaats. De erkende verwijderaar die niet-hechtgebonden asbestafval heeft verwijderd, zorgt ervoor dat het reglementair wordt afgevoerd en verwerkt in een daartoe vergunde verwerkingsinstallatie.” OVMB is één van de Vlaamse stortplaatsen die asbestafval op zijn stortplaats kan aanvaarden, mits deze stromen niet reinigbaar zijn. “Hechtgebonden asbesthoudend afval en grond of puin met asbest dat niet kan worden gereinigd, dient meestal gestort te worden. De asbesthoudende materialen moeten verpakt zijn in daartoe voorziene bigbags. De verpakking moet stevig zijn – zodat deze niet kan scheuren bij het lossen – en moet voorzien zijn van een duidelijk visueel waarneembare asbestetikettering. Elk apart ingepakt stuk moet een asbest-etiket dragen. Bovendien dient het materiaal met verpakking vormvast te zijn.” Op de stortplaats wordt heel voorzichtig met het asbestafval omgegaan. “Om verspreiding van vezels te voorkomen, wordt het stortgebied dagelijks en voorafgaand aan elke verdichtingsbewerking afgedekt en wordt het stortfront bevochtigd.  Na sluiting van de stortplaatscel wordt een plattegrond van de locatie bewaard, waarop is aangegeven waar er asbestafval is gestort”, besluit Casier.